Fictie

Theologisch sprookje: Hij leeft!

Het is vroeg in de ochtend. De vogels vliegen over je heen, terwijl de wind de bladeren van de struiken laat trillen. Het is doodstil om je heen. De zon is nog niet opgekomen, maar door de schemering kan je alles zien: het gras, de aangeharkte paden, de stenen, de bloemen, een verdwaald knuffeltje, de stemmen van lang geleden. Je knielt neer in de dauw op het gras. Je buigt je lichaam voorover tot je voorhoofd bijna de steen voor je aanraakt. Je vingers raken de koude steen aan, je nagels volgen de sporen van de woorden in de steen. Je duwt harder alsof je door de steen heen kunt duwen. Maar je kunt hem niet meer aanraken. Je woelt met je handen door de losse aarde rond de steen, maar je kunt hem niet meer voelen. Je lippen fluisteren zijn naam, maar hij kan je niet meer horen. Je tranen maken de aarde tot modder, maar je kunt hem niet meer proeven.

Doorgaan met lezen “Theologisch sprookje: Hij leeft!”

Advertenties
Fictie

Theologisch sprookje: De hemel was leeg

Er was eens een God, die het erg druk had. Elke dag zette hij de raderen van het universum in werking. Hij berekende de bewegingen van de sterren en de kracht van de opkomende zon. ’s Nachts rustte hij niet. Hij zat dan op zijn hemelse troon met de twee weegschalen van tijd en ruimte in zijn handen. Rustig bungelden ze op en neer, nooit te veel naar beneden, nooit teveel naar boven. En terwijl hij zijn evenwicht bewaarde, stroomden elke nacht ontelbaar veel engelen langs zijn troon. In hun handen brachten zij hem wierook en papier. Op die papiertjes stonden boodschappen van zijn schepsels geschreven. ‘God, geef me dit of dat. Lieve God, maak die of die beter. Lieve God, geef dat ik sterven kan…’ En elk papiertje dat de engelen hem kwamen brengen, liet hij geduldig voorlezen. Meestal zij hij niets, soms schudde hij zijn hoofd. Knikken kon hij eigenlijk niet. Er was tenminste geen engel die zich dat herinneren kon.

Doorgaan met lezen “Theologisch sprookje: De hemel was leeg”