Mededelingen, Rond de TST

Cursus over dada-katholiek Hugo Ball

Op 23 juni 1917 trad de Duitse dadaïst Hugo Ball (1886-1927) op in Zürich. Gekleed in een paarse mantel en met een soort toeter van papier om zijn hoofd. Zijn handen gingen schuil onder brede papieren klauwen, om zijn hals was een glanzende kraag gedrapeerd. Daar gekleed als een ‘paarse bisschop’ sprak hij het klankgedicht gadji beri bimba uit, het gedicht dat hem wereldberoemd zou maken: louter ritme en klank, geen betekenissen meer in de gewone zin van het woord. ‘gadji beri bimba glandridi laula lonni cadori…’ De Nederlandse dichters Paul van Ostaijen en Lucebert zagen in hem hun grote voorbeeld.

Niet lang daarna nam Ball radicaal afscheid van zijn dadaïstische vrienden om zich geheel te storten op het rooms-katholicisme, het geloof van zijn kinderjaren dat hij hervonden had tijdens het uitspreken van zijn klankgedicht gadji. Voor zijn oude vrienden was Ball stap onbegrijpelijk, een verraad aan de anarchistisch idealen van Dada. Maar ook in de catholica was Ball niet echt welkom: ze bleven hem een vreemde kunstenmaker vinden, hoe hard Ball ook zijn best deed te bewijzen dat het hem ernst was met zijn reconversio.

In deze lezingencyclus van LUCE/CRC en HOVO duiken Ball-expert dr. Frank G. Bosman en Avant Garde-kenner dr. Theo Salemink, dieper in op het leven en werk van deze bijzonder fascinerende man, op het grensvlak tussen Dada en Catholica, geestelijk diep gewond door de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. Lees verder.

Advertenties
Interviews & quotes

Dadaïst Hugo Ball zoekt de oerklank van God

Begin dit jaar promoveerde theoloog Frank Bosman (1978) op het werkt van de Duitse dadaïst Hugo Ball (1886-1927). Bosman, in 2011 uitgeroep tot theoloog van het jaar,  verwierf bekendheid als cultuurtheoloog. Overal ziet hij, meer of  minder expliciet, religieuze en christelijke motieven opduiken in onze cultuur. Of het nu gaat om songteksten, videoclips, films of game: het wemelt van de strijders voor het goede tegen het kwaad, van de helden die zichzelf opofferen voor een hoger doel, van buitenaardse wezens en  bovennatuurlijk helpers. Geen wonder dat Bosman gefascineerd raakte door een kunstenaar met een mystieke inslag. Opvallend aan Ball is dat hij een klanktheologie ontwikkelde. (Hij schreef gedichten die slechts bestaan uit klanken van niet-bestaande woorden). Zijn theologie is nauw verweven met de cultuur en cultuurkritiek van zijn tijd, getekend door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

Doorgaan met lezen “Dadaïst Hugo Ball zoekt de oerklank van God”

Katholieke encyclopedie

Hugo Ball: tussen dada en catholica

Hugo Ball werd in 1886 geboren in een vroom katholiek gezin in het zuiden van Duitsland. In 1901 moest hij gaan werken in de leerfabriek van zijn vader, zeer tegen de zin van de jonge Hugo, die niets liever wilde dan gaan studeren. Uit deze periode stamt Balls eerste werk, het toneelstuk Der Henker von Brescia, dat hij in 1914 publiceerde. Uiteindelijk vertrok hij met toestemming van zijn ouders naar het Zweibrücken Gymnasium (1905 – 1906) en vervolgens naar de Universiteit van München (1906 – 1907). Hier maakte hij kennis met de filosofie van Nietzsche en met de Russische anarchisten. Tijdens een studiejaar aan de Universiteit van Heidelberg schreef hij het toneelstuk Die Nase des Michelangelo. Bekijk het hele dossier.

Boeken

Byzantium à la dada: Hugo Balls Byzantinisches Christentum

Hugo Ball is ongetwijfeld een van de meest bizarre figuren van de 20 e eeuw. Geboren in 1886 in het Duitse Pirmasens verwierf hij internationale faam als dadaïstisch kunstenaar tijdens het interbellum. Samen met zijn medekunstenaars Hans Arp (1887-1966), Richard Huelsenbeck (1892-1974) en Tristan Tzara (1896-1963) maakte hij ‘onzinnig’ theater en schreef hij gedichten die uit louter klanken bestonden. De gruwelen van de Eerste Wereldoorlog deed Ball en de dadaïsten twijfelen of er voor onze geschonden wereld nog redding mogelijk was.

Doorgaan met lezen “Byzantium à la dada: Hugo Balls Byzantinisches Christentum”

Films, Televisieseries

‘Wij zijn individuen’

In Monty Python’s The Life of Brian probeert de titelheld, de messias-tegen-wil-en-dank het samendrommende gepeupel van zich af te houden. Wat Brian immers ook zegt of doet, en of dat nu verstandig is of dom, het volk ziet in alles een goddelijk teken of een messiaanse wijsheid. Wanhopig roept de nepmessias tot het volk: “Jullie zijn individuen, ga je eigen weg!” Waarop het volk als uit één mond herhaalt: “Ja, wij zijn individuen”. De uitspraak zelf bevestigt het tegendeel.

Doorgaan met lezen “‘Wij zijn individuen’”

Boeken

Nina Hagens ‘Bekentenissen’

Nina Hagen (1955) is in Nederland vooral bekend van haar korte relatie met Herman Brood en met diens ex-gitarist Ferdi Karmelk. Met deze laatste kreeg Hagen ook een dochter: Cosma Shiva Hagen. Zij heeft het imago van knettergekke punk-diva die alles gedaan heeft wat God verboden heeft. In 2009 echter liet Nina zich dopen, waarna in 2010 haar autobiografie verscheenBekentenissen, even knettergek als de auteur en balancerend tussen reli-kitsch en religieus dadaïsme.

De titel van Hagen’s boek Bekentenissen roept voor de kenners van het autobiografische genre direct associaties op met een van de bekendste vertegenwoordigers van dit genre. Ergens tussen 397 en 398 schreef de misschien wel grootste kerkvader van de christelijke traditie Augustinus (354 –430) zijn Confessiones, dat – jawel – ‘bekentenissen’ (of ‘belijdenissen’) betekent.

Doorgaan met lezen “Nina Hagens ‘Bekentenissen’”