Of: De verrassende theologische gelaagdheid van gospelmuziek. Katholieken zijn er weinig vertrouwd mee, maar gospelmuziek biedt een schat aan theologische reflectie. Museum Catharijneconvent vertelt in de tentoonstelling Gospel het verhaal van een onderbelicht christelijk muziekgenre.

In 2004 publiceerde de Amerikaanse rapper Kanye West het lied ‘Jesus walks’. De toen 27-jarige artiest zingt in dit nummer over de ellende die zwarte Amerikanen moeten door staan, over structurele armoede, discriminatie en racisme in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Zoals zo veel rappers – vaak groot geworden in de gospelscene van hun lokale kerkgemeenschap – citeert Kanye met regelmaat de Bijbel. Zo rapt hij: “I walk through the valley of the Chi where death is.” Het is een driedubbele verwijzing: naar de beroemde psalm 23,4 – “Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen” – maar ook naar Coolio’s megahit ‘Gangsta’s Paradise’ uit 1995 en naar de stad Chicago (‘Chi’) waar West zijn jeugd doorbracht.

De rapscene is niet vies van Bijbel en geloof. In de nummer 1-single ‘God’s Plan’ (2018) zingt de Canadese rapper Drake over – inderdaad – Gods plan met de wereld en met hem. Zijn Amerikaanse collega Kendrick Lamar zingt in ‘How Much a Dollar Cost’ (2015) over Exodus 14 – de doortocht door de Rietzee met Mozes als de ideale leider. “Een nederige man is alles wat we nodig hebben”, rapt hij. Van de Amerikaan Chance the Rapper beweerde The New York Times in 2016 zelfs dat zijn muziek de muur tussen het sacrale en het seculiere wist te doorbreken. Sommige Amerikaanse evangelicals gebruiken zijn rapmuziek dan ook daadwerkelijk tijdens hun dienst.

Lees verder in het Katholiek Nieuwsblad van deze week.