Religie en geloof is overal te vinden. Dat ontdekte Jorieke samen met cultuurtheoloog Frank Bosman in Bij Jorieke woensdag. De rode draad daarin is: het duikt steeds weer op; soms op onverwachte momenten. Daarnaast spraken ze over de ruimte die geloof mag hebben in de publieke ruimte, en hoe Frank in populaire media steeds weer geloofsthema’s ziet. “Christelijke cultuur kan een altaar of een gouden kalf zijn.”

Niet geloven is voor Frank onmogelijk: “Ik zeg altijd ik ben ongeneeslijk gelovig, ongeneeslijk christelijk en ongeneeslijk katholiek. In mijn geloofsleven zijn er momenten geweest dat ik zwaar teleurgesteld was in het grondpersoneel van onze lieve Heer. Dan dacht ik: Flikker toch allemaal een eind op, maar dat hou ik heel beperkt vol. God loopt me altijd hinderlijk voor de voeten. Dan loop ik over straat en zie een zwerver voorbij komen die een euro vraagt. Dan denk ik: Daar heb je Hem weer. Of even later een vrouw die van de fiets is gevallen met een kind. De vrouw raapt haar kind op en zegt ‘stil maar wacht maar alles wordt nieuw’.

“De kerk is over het algemeen een bijzonder vervelende organisatie met vervelende mensen, waaronder ik zelf, maar ik heb die gemeenschap nodig. Een gemeenschap van mensen die hetzelfde vinden, maar tegelijk begrijpen dat je die verborgen God in onze naaste moet herkennen. Wij katholieken hebben overal feesten voor. Ik ben een ‘tierelantijnenman:’ Relikwieën, wijwater, sacramenten. Als je een beetje esthetisch aangelegd bent, wat kan je dan anders zijn dan rooms katholiek? Vandaar dat veel kunstenaars, als ze christelijk zijn, rooms-katholiek zijn.”

“Geloof is zo’n sterk verhaal! Ik zat op Netflix de documentaire ‘Behind the curve’ te kijken, over mensen die geloven dat de aarde plat is. Waarom geloof je dat? Een vrouw zei: Omdat ik weiger te geloven dat we een bol bevolkt door apen zijn, die op een reis door het niks is. Het heeft te maken met principieel verzet tegen dat wij mensen op een willekeurig tocht zijn. Ik weiger te geloven dat we leven in een wereld die het product van toeval is.”

“De kracht van het christelijk verhaal is wat Paulus zegt: Voor de heidenen dwaasheid en voor de joden een aanstoot. Er zijn veel interessante religies maar er is één religie die zegt dat de schepper onderdeel wordt van Zijn eigen schepping, en dus schepsel wordt. En dan wordt die God ook nog vermoord! Wij geloven in een gestorven God. Als je dat tot je door laat dringen is er denk ik geen beter verhaal denkbaar. Als je gelooft dat God gestorven is en daarna weer herrezen, geloof je dat alles mogelijk is! Dan geloof je dat het hemelse en het aardse onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en dan geloof je in een God die naast ons staat in de strijd tegen de oerchaos! Ik vind het heel hoopvol om daarin te geloven.”

“Augustinus zei dat het goud dat de Israëlieten meenemen in de vlucht uit Egypte afgodengoud was. Volgens hem deden ze daar twee dingen mee: Ze versierden er de tabernakel mee, een goed idee, en ze maakten er het gouden kalf van, een minder goed idee. Christelijke cultuur kan een altaar of een gouden kalf zijn. Dat onderscheid moeten gelovigen steeds opnieuw leren te vinden. Zoek onderscheid wat in onze cultuur een altaar voor God is. Misschien een lelijk altaar – de poten staan scheef of er is eten op geknoeid. Én je moet onderscheid maken wat de gouden kalven zijn. De meeste culturele uitingen zijn een combinatie van altaar en kalf.”

Bron: Groot Nieuws Radio