Het was dit weekend weer raak, alweer. In Urk en Krimpen aan de IJssel, alweer. Moedeloos word je ervan. Kerkgangers van een zekere zwaardere pluimage lapten coronaregels aan de laars. Tien ze daarop werden aangesproken door altijd objectieve journalisten, die zich al decennia verdiept hebben in de theologische en maatschappelijke eigenaardigheden van dit specifieke kerkvolkje, gingen ze massaal met hen op de vuist.

Nu klinkt over al weer de roep om overheidsingrijpen in kerkelijke aangelegenheden, alweer. En juristen en theologen moeten nu massaal uitrukken, alweer, om uit te leggen dat we in Nederland nu eenmaal een scheiding van kerk en staat hebben. En dat die vrijheid natuurlijk twee kanten opwerkt. Zucht. Dubbel zucht.
Dom en onhandig

Als eerste. Het is van de Urkse en Krimpense gelovigen natuurlijk gewoon weg een beetje dom en een beetje onhandig. Iedereen is het daar over eens. Dom omdat harder bidden het virus niet minder gevaarlijk of besmettelijk maakt. Onhandig omdat het de kerkhaters in Nederland weer munitie geeft om alle gelovigen als achterlijke wetenschapsonkenners te kunnen framen.

In plaats van meer vrijheid voor gelovigen om tijdens de vrijheid samen te kunnen komen, levert dit aanmatigende optreden juist de kans dat gelovigen vrijheid moeten inleveren. Dat is al eerder gebeurd, toen de kerken van 100 naar 30 kerkgangers moesten gaan. De omstandigheden waren toen precies eender. Het lijkt allemaal een herhaling van zetten.

Christenonwaardig

Ten tweede. Het schoppen, slaan of inrijden op journalisten lijkt me in alle gevallen een mens- en vooral ook christenonwaardig gedrag. Kerkelijk en wereldlijk gezag moeten hier zonder aarzelen tegen optreden. Maar… ja, ik ga echt maar zeggen. En dat is niet zo populair. Zoals Arjen Lubach al opmerkte in zijn inmiddels gestopte show: willen begrijpen is niet hetzelfde als goedpraten. Datzelfde geldt voor de Urker behandeling waar ik nu een ‘maar’ op ga zeggen. We moeten namelijk niet doen alsof de zwaar kerkelijken in Nederland nu altijd op zulke vriendelijke, respectvolle en vooral geïnformeerde wijze worden benaderd door het journaille. Ik kan begrijpen – maar niet goedkeuren! – dat kerkgangers deze journalisten als vijanden zien, die met maar één doel bij hun kerk staan te posten: hen framen als religekkies.

Incidentenpolitiek

Ten derde. We bedrijven incidentenpolitiek. De overgrote meerderheid van kerken zit geregeld met het ministerie om de tafel om zaken af te spreken. 99 Procent van de kerken houdt zich aan de daar afgesproken coronaregels. Een meerderheid van kerken houdt zich zelfs strenger aan de regels dan de gemiddelde supermarkt of binnenstad.

Veruit de meeste kerkgangers begrijpen heel goed dat dit soort acties in Urk de situatie alleen maar verergeren, zowel in zake corona als inzake de publieke beeldvorming. De kerken zijn juist voorbeelden van burgerlijke gehoorzaamheid. Slechts een enkele kerkelijke gemeente valt uit de toon.
Nuance

Ten vierde. We moeten ook niet doen als de coronazondaren nu en masse op elkaars schoot gaan zitten zingen. De gelovigen in Urk en Krimpen hielden de anderhalve meter in een zaal die geschikt is om het tienvoudige aan gelovigen te herbergen. En nee, ze droegen inderdaad geen mondkapjes. En ja, waarschijnlijk waren ze allemaal lekker aan het zingen. Maar er is een verschil tussen alle regels aan je laars lappen of je maar aan een gedeelde van de regels houden. Ook die nuance moeten we wel in de gaten houden.

Ik pleit voor rust in de tent. Laten we ophouden elkaar te monitoren en te micromanagen. Laten we elkaar de ruimte geven en oog hebben voor de balk in onze eigen ogen voor we zeuren over de splinter in die van Urk en Krimpen.

Bron: NPOradio1.nl