Het cliché wil dat protestanten allemaal thuis in de Bijbel lezen en katholieken niet eens weten of ze er eentje in huis hebben. Volgens datzelfde cliché kunnen protestanten onderling in codetaal spreken, die voor katholieken hermetisch gesloten blijft. ‘Ik zeg altijd maar: 1 Korinthe 14:15,’ zegt dan de ene ouderling tegen de ander. ‘Precies, net zoals in Marcus 12:28-34!’ Voor een normaal mens is er geen touw aan vast te knopen – zoekt u dus vooral deze bijbelteksten niet op.

Zo schijnen protestanten ook een voorkeur te hebben voor ingewikkelde teksten uit bijvoorbeeld Leviticus of de brieven van Paulus, terwijl katholieken zich liever verstoppen in Hooglied of het deuterocanonieke boek Tobit, een soort sprookjesboek avant-la-lettre. Allemaal clichés natuurlijk. Maar het cliché wil ook dat in alle clichés een beetje waarheid schuilgaat.

De cabaretier en de dominee

Herman Finkers heeft daar ook zo zijn mening over. In zijn show Na de pauze vertelt Neerlands grappigste theoloog dat hem na de voorstelling ooit een dominee tegemoet kwam, die de cabaretier confronteerde met de speelse theologie die Finkers er volgens hem op nahield. (Het cliché wil immers dat protestanten zo serieus zijn dat augurken er nog zuur van worden, terwijl katholieken zo onbedaarlijk over hun eigen geloof kunnen lachen dat het zelfs de bierglazen in de hemel laat trillen. U zult begrijpen: ook ik ben katholiek. Enfin, terug naar de dominee en Finkers.)

Na de schrobbering komt de cabaretier terug bij zichzelf en ‘overwoog al deze woorden in zijn hart’ (Lucas 2:19; u ziet, ik kan het kunstje ook). ‘Ik denk dat de dominee daar gelijk in heeft,’ zo zegt hij in zijn show, ‘want uiteindelijk weten protestanten veel en veel meer van de Bijbel dan katholieken. Ze snáppen het wat minder, maar ze wéten er veel meer van.’ Toch aardig verzonnen van die katholieke jongen, die er in slaagde om op primetime – Oudejaarsavond 2015 om 11 uur – Nederland kippenvel te bezorgen, door sommige kijkers aangenaam, andere kijkers onaangenaam te verrassen. Hij liet onder de klanken van het Deus caritas est een naakte vrouw op het toneel dansen, terwijl hij een loflied afstak op de liefde van onze God voor alles wat mooi en weerloos is (naar het bekendste gedicht van Lucebert: Lucebert 15:29 😊).

Onbegrijpelijk

De kracht van het geloof in Bijbel en drie-ene-God ligt volgens Finkers juist in zijn ongemakkelijkheid: ‘De Bijbel is doorspekt met onbegrijpelijke passages waar de honden geen brood van lusten en waarin de Schepper zich van een wrede sadistische kant laat zien, waarbij vergeleken Gerard Reve een halfzachte nicht is.’ Reve, voor wie het even vergeten is, werd wereldberoemd in Nederland toen hij in 1966 voor de rechtbank in Amsterdam moest verschijnen omdat hij in zijn roman Nader tot U had geschreven over zijn homo-erotische fantasie jegens de in de gestalte van een ezel geïncarneerde God. Dit proces leverde hem alleen maar bekendheid op, tot groot chagrijn van toenmalig conservatief-christelijk Nederland.

Hinderlijk

De Bijbel betekent voor mij, als rooms-katholiek en academisch theoloog, twee dingen. Het is een boek dat ik bijna dagelijks opensla omdat ik er één of ander artikel over aan het schrijven ben – zoals nu. En het is ten tweede een boek dat zich hinderlijk op mijn weg bevindt. Tijdens de heilige mis sluit ik, naar goed katholiek gebruik, soms even de ogen om het Woord dieper in mijn ziel te kunnen ontvangen, helaas gevolgd door het onmiskenbaar afdwalen van mijn geest richting het land van Klaas Vaak. Maar niettemin gebeurt het vaak dat ik dan ineens opschrik door een bijbelvers, dat ik ongetwijfeld al duizend keer voorbij heb horen komen. Het irriteert mijn oor, kriebelt in mijn hart, zeurt in mijn hoofd.

De God van de Bijbel loopt me hinderlijk in de weg als ik weer eens denk dat ik snap hoe de wereld in elkaar zit. De Bijbel is het menselijke verslag van het avontuur dat God met mensen is aangegaan. Dat avontuur kent hoogte- en dieptepunten, rauw geweld en onbaatzuchtige vergeving. Het leidt naar een gekruisigde God, die in de catacomben van Rome met een ezelshoofd werd afgebeeld. Zo passend en zo treffend. Jezus Christus verkleedt zich als nar, die ieder die zijn pad kruist, nooit meer loslaat.

Zo lees ik de Bijbel. Of beter: zo leest de Bijbel mij.

Bron: DeBijbel.nl