De ‘Kruisigem-grap’ in het Sinterklaasjournaal en een aantal Mohammed-cartoons zorgen voor veel ophef. Gaan religie en humor samen en welke grenzen zijn er?

Religie en humor gaan uitstekend samen. Kijk eens vijf seconden naar een vogelbekdier, dan schiet je toch in de lach? Alles aan dat dier lijkt mislukt. Zeg dan nog maar eens dat de Schepper geen humor heeft. Of hoe Jezus in het Nieuwe Testament als een soort clown zorgt voor een omkering van de maatschappelijke status quo. Veel gelovigen hebben echter het idee dat als een grap over hun geloof gaat, het dan ten koste van hen is bedoeld. Maar humor is ook een van de manieren om met het heilige om te gaan. Humor stoot het af, en trekt het tot zich, het is een manier van spreken waarin het platte en het diepzinnige samengaan. Herman Finkers en Godfried Bomans zijn daar goede voorbeelden van.

Bij de ‘Kruisigem-grap’ begrijp ik niet waarom mensen zo fel reageerden. Ik zag de reacties op Twitter, dus ik keek het terug. Eigenlijk had ik wat spectaculairders verwacht. Je kunt ook zeggen dat de makers van het Sinterklaasjournaal aandacht wilden voor de katholieke traditie waar Sinterklaas uit komt.

Ik kan me niet voorstellen dat deze grap in de jaren negentig tot zo veel ophef had geleid. De christenen die problemen hebben met zulke grapjes, hebben zich misschien te veel laten inspireren door een aantal moslims die niet tegen grapjes over de islam kunnen. Niet dat deze christenen de grappenmaker de keel willen doorsnijden, maar wel dat die moslims het geloof nog zo serieus nemen. Daar zijn sommige christenen jaloers op.

Bron: Nederlands Dagblad