Paula White verbaasde gisteren de wereld met een videoclip waarin de spirituele adviseur van het Amerikaanse Witte Huis op een heftige manier bidt voor Trumps verkiezingsoverwinning. White spreekt over het ‘inzetten van engelen’ en dat victorie naderbij is. Later in het clipje begint ze zelfs in tongen te praten: ‘ratatata ekke ekke’. Twitter ontplofte bijkans met reacties: de meeste gebruikers reageerden met ongeloof, verbazing of spot. Maar veel duiding kwam er niet. We vroegen het cultuurtheoloog Frank G. Bosman, niet toevallig gepromoveerd op ‘klanktheologie’.

Wie is Paula White en wat is ze op het fragment aan het doen?

Paula White is de spirituele adviseur van Donald Trump en daarmee de politiek meest invloedrijke pastor van de Verenigde Staten. White en Trump kennen elkaar al sinds de televisieshow The Apprentice en zij leidde de natie in het gebed tijdens Trumps inauguratie vier jaar geleden. Ze is een trouw aanhanger van haar werkgever en schrikt er niet voor terug om Trumps politieke tegenstanders te diskwalificeren: ‘Het is God die iemand tot koning verheft. En wie zich tegen Gods plan verzet, verzet zich tegen God zelf.’ Het filmpje dat de wereld overging gisteren is een gedeelte – wel het meest smakelijke gedeelte – van een lange gebedsviering waarin White voorgaat, gericht op het afsmeken van hemelse hulp voor Trump in de presidentsverkiezing. En ze doet op een voor haar typische manier: uitbundig, vurig en voor ons Europeanen onbegrijpelijk.

Paula’s gedrag is voor een leek inderdaad onbegrijpelijk. Waar komt dit soort ‘bidden’ vandaan?

White is een aanhanger van het prosperity gospel, het ‘welvaartsevangelie’, een vooral in Amerika populaire bijbeluitleg die welvaart en genade in elkaars verlengde legt. Simpel gezegd: rijkdom en macht komen voort uit Gods genade en wie dus machtig is of rijk, mag zich – in gelijke mate – door God gezegend weten. Waar in eigenlijk zo’n beetje alle andere exegeses van Jezus’ boodschap vooral diens anti-establishment-houding wordt aangewezen – denk aan de Bergrede bijvoorbeeld – weten mensen als White neokapitalisme en christendom naadloos met elkaar te verweven. Daarmee kan White dus ook zonder problemen ‘keihard’ de kant van Trump kiezen, hoewel de president toch niet het schoolvoorbeeld is van een zichzelf wegschenkende, moreel hoogstaande christen.

Daarbij zien we dat White in haar dienst ruim gebruik maakt van wat in haar, evangelical, kringen ‘bevrijdingspastoraat’ genoemd wordt. Bevrijdingspastores gaan ervan uit dat veel van het onheil, zo niet al het onheil dat ons ten deel valt, veroorzaakt wordt door demonen die ons (onzichtbaar) aanvallen. Tegen de demonen kan gevochten worden, met gebed en door het aanroepen van hemelse hulptroepen, zoals White in het fragment doet voor ‘haar’ Trump, die zij aangevallen ziet worden door Democratische demonen. De nadruk – in woord en gebaar – van White is daar ook een onderdeel van. Bevrijdingspastoraat, althans in White’s geval, ‘durft’ te spreken met het gezag van Jezus Christus zelf. Op basis van heftige nieuwtestamentische teksten meet White zich het spirituele gezag aan om demonen en engelen te commanderen.

En ten derde, White is natuurlijk ook heel hard haar eigen baan en invloed aan het veiligstellen. Als Trump verliest, verliest zij ook het leeuwendeel van haar politieke invloed en dat wil ze vast niet zonder slag of stoot opgeven.

Waarom gaat ze van het oproepen van engelen over in een soort ritmisch gebrabbel?

Ja, dat is inderdaad opmerkelijk, en veelzeggend. Laten we even luisteren wat ze precies zegt, als je alle herhalingen weglaat.

Give us victory God
I hear a sound of victory in the quarters of heaven
I hear a sound of an abundance of rain
The Lord says: it is done
For angels have been released right now
From Africa, they are coming here
In the name of Jesus, from South America
Angelic re-enforcement
For I hear the sound of victory

De onbegrijpelijke woorden van White staan ingeklemd tussen het oproepen van engelen om tegen de demonische krachten te strijden, engelen uit Afrika en Zuid-Amerika om precies te zijn. En precies als ze die engelen noemt, gaat ze ‘brabbelen’. Het roept natuurlijk direct associaties op met het verschijnsel van tongentaal, zoals we dat kennen uit het Nieuwe Testament, denk aan het Pinksterverhaal waarin alle toeristen en inwoners van Jeruzalem de door de Geest geïnspireerde apostelen in hun eigen talen horen prediken. Dit ‘hemelse tongen’ wordt tot op de dag van vandaag gebezigd in sommige christelijke kringen en wordt begrepen als zowel het resultaat van een spirituele climax als het opwerken er naar toe. Soms gaan gelovigen ineens een vreemde taal spreken, die ze nooit geleerd hebben, maar meestal gaat het om onbegrijpelijke ‘wartaal’, die dus als gave van de Geest wordt beschouwd.

Het verschijnsel is echter niet exclusief evangelical of charismatisch-christelijk. In kabbalistische (joodse mystiek) en vroege esoterische teksten (zoals de Pistis Sofia) komen we ook dergelijke onvertaalbare teksten tegen, in de vakliteratuur nomina barbara genoemd, letterlijk ‘vreemde woorden’. In deze esoterische en mystieke teksten gaat het dan vaak om namen van God of namen van – daar komt ie – engelen. En het idee is – en dat is al heel oud – dat wie de naam van een mens, kracht of entiteit kent, die kan controleren. In White’s geval kan de ‘wartaal’ dus gaan om wat de engelen lijken te zeggen – die spreken immers anders dan wij stervelingen – maar waarschijnlijk gaat het om een soort magisch spreken waarin en waarmee White zich tot de engelen wendt om hen min of meer te kunnen bevelen Trump te hulp te komen.

De hele enscenering van White lijkt ook séance-achtig. White stoot haar zinnen ritmisch uit, met veel herhalingen. Ze maakt – in hetzelfde ritme – bewegingen met haar armen en handen. Op een gegeven moment gaan de mensen in de zaal meebidden en -klappen. Op de achtergrond is een soort orkest of bandje te horen die een spookachtig akkoord onder White’s woorden zetten. Alles, de hele enscenering, lijkt minder en minder op een traditioneel christelijk gebed, en meer en meer op een spiritistische séance waarin met demonische krachten en engelen wordt gegoocheld. White lijkt aan het einde meer op een magiër of een sjamaan dan op een christelijke dominee.

Wat zegt dit over de VS dat de ‘hoogste pastor’ dit zo kan doen?

Dat christenen in Amerika echt andere gevoeligheden hebben dan in het ‘oude’ Europa. Natuurlijk, het zijn clichés en stereotyperingen, maar voor Amerikaanse christenen is hun geloof veel meer verbonden met hun dagelijkse sociale context (bubble) en met hun collectieve identificatie met ‘Amerika’. Dat woord ‘Amerika’ staat niet alleen voor een land, maar voor hun land, en daarmee voor een religieus ideaal. Het Amerikaans exceptionalisme – het idee dat de VS anders zijn dan alle andere landen – is van oudsher religieus geladen. Amerika is dan the shining city on the hill, waar Jezus tijdens de Bergrede over spreekt. De Amerikanen wonen in God’s own country. Religie doorademt daarmee – zeker als je buiten de grote steden aan de oost- en westkust bent – alle facetten van het dagelijks leven. Daardoor hebben mensen als White veel meer ruimte om publiekelijk te opereren dan zij zouden hebben in Nederland of Europa.

Bron: Katholiek.nl