De onderwijsvernieuwingen van de afgelopen decennia zouden de Nederlandse middelbare scholieren het plezier in lezen flink hebben afgeleerd. In het Katholiek Nieuwsblad mocht ik het hier grondig mee eens zijn.

“Ja, dat is zo. Op de universiteit zie ik nieuwe eerstejaarsstudenten bij wie het slecht gesteld is met de taalvaardigheid. Als we hun op de universiteit nog moeten leren hoe ze samenvattingen moeten maken, dan is er iets niet goed gegaan op de middelbare school. Het taalonderwijs leert kinderen nu alleen nog maar een bepaalde toets te maken. Ze krijgen geen liefde voor taal en literatuur meer mee. Laat staan het grammaticale inzicht om later op hoog niveau over taal te praten.”

“Toen ik Nederlands had, begon ik met een blok literatuurgeschiedenis, inclusief poëzie en toneelstukken. In mijn ideale wereld zouden alle middelbare scholieren in het eerste jaar maar drie vakken krijgen: geschiedenis, wiskunde en Latijn. Waarom? Voor alle bèta-vakken is wiskunde een gronddiscipline. Voor alle talen Latijn, want het is een heel gestructureerde en ordelijke taal, waarmee je goed kunt leren hoe een structuur van een taal in elkaar zit. Geschiedenis als derde vak, want daarmee kun je kinderen laten zien dat je in een groter verband staat.”

Bron: Katholiek Nieuwsblad