Voor mijn werk ben ik bezig met het schrijven van een artikeltje over The New Commandment: ‘Heb elkander lief’. Van de vier evangelisten noemt alleen Johannes het, vlak nadat Jezus zijn leerlingen de voeten heeft gewassen. Lucas, Matteüs en Marcus zijn vooral bezig met het breken van het brood, maar Johannes (13,33-35) kiest een eigen visie. In zijn versie draagt Jezus zijn vrienden op elkander lief te hebben, en dat het precies die liefde moet zijn waaraan anderen hen herkennen kunnen. De liefde als herkenningspunt, als wachtwoord, als vignet. Niet dat de christenen alle pogingen ondernomen hebben het tegenovergestelde te bewijzen, maar als ideaal is het toch schoon.

Tijdens mijn zoektocht langs de grote Jezusverfilmingen kwam ik tot de ontdekking dat de overgrote meerderheid van regisseurs ook meer belangstelling hebben voor brood breken dan voeten wassen. Alleen de oeroude From the Manager to the Cross (Sidney Olcott, 1912), het religieuze bloedbad The Passion of the Christ (Mel Gibson, 2004), en – eindelijk een zwarte Jezus! – The Color of the Cross (Jean-Claude La Marre, 2006) doen dat. En nota bene alleen Gibsons sadomasochistische snuff movie laat Jezus zijn liefdesgebod uitspreken, zij het in een flashback van de net verrezen Jezus.

Andere Jezusfilms plaatsen dit New Commandment in de context van de Grand Commandment, die uit de Bergrede (Matteüs 5), ergens tussen de zaligsprekingen en het Onzevader-gebed: zoals in King of Kings (Nicholas Ray, 1961). Monty Pyhton geeft er zijn eigen satirische draai aan. In Life of Brian (Terry Jones, 1979) staan enkele belangstellenden net te ver van de zaligsprekende Jezus af. Onderlinge irritaties zorgen ervoor dat ze elkaar in de haren vliegen, precies op het moment dat Jezus universele liefde predikt.

Last temptation

Wie wat mij betreft hierin het beste in slaagt is de ooit controversiële film The Last Temptation of Christ (Martin Scorsese, 1988). Deze tegendraadse versie van het leven van Jezus koppelt Jezus’ liefdesgebod aan twee andere verhalen uit het Nieuwe Testament. In de film redt Jezus eerst het leven van de in de Bijbel naamloze, overspelige vrouw (Johannes 8). The Last Temptation identificeert deze vrouw – een beetje helaas – als Maria Magdalena, een identificatie die weliswaar oude papieren heeft, maar exegetisch geen stand kan houden. Bovendien: in Oude en Nieuwe Testament wordt het ontrouwe volk vaak vergeleken met een ontrouwe vrouw. Het verhaal in Johannes gaat dus meer over ons en onze ontrouw aan God, dan over een toevallige dame met net iets te veel levenslust.

Direct nadat hij Maria Magdalena gered heeft, begint Jezus – aanvankelijk aarzelend, maar later steeds enthousiaster – zijn parabel over het zaad en de zaaier (Matteüs 13), gevolgd door de zaligsprekingen (uit Matteüs 5). De omstanders geloven er niet veel van: ‘Kan er iets goeds komen uit Nazareth?’ mompelen ze (Johannes 1). Maar Jezus laat zich niet uit het veld slaan en begint met zijn zaligsprekingen, die een vast patroon volgen: ‘zalig die nu laag zitten, want ze zullen verheven worden’. Scorsese’s Jezus eindigt met een drievoudige omkering: ‘zij die nu lachen, zullen dadelijk huilen; zij die een volle buik hebben, zullen straks honger hebben; en de rijken zullen voor eeuwig arm zijn.’

Helaas voor Jezus neemt zijn gehoor vooral dat laatste heel serieus: ze stormen weg om de rijken te helpen van hun armoede af te komen. Jezus roept ze nog na: dit is de bedoeling helemaal niet. Het is echter al te laat, iedereen is weg. Maar terug naar Scorsese’s vertelling. Zijn Jezus zegt: hebt elkander lief met Maria Magdalena, hier neergezet als een prostitué én zondagswerker, onder zijn gehoor. Elkaar liefhebben betekent, aldus deze film, niet in eerste instantie degenen die jou na aan het hart liggen, met wie je het al eens bent, met wie je dezelfde idealen en moraliteit deelt. Nee, liefhebben moet je die je niet begrijpt, niet kent, niet tot jouw familie / stam /volk / ras / geloof behoort.

Wie alleen de zijnen lief heeft, heeft niets bijzonders gedaan, zegt ook Jezus aan het einde van de Bijbelse Bergrede. De heidenen hebben ook hun eigen broers en zussen lief. Maar je vijand liefhebben, de zondaar, de zwerver, de hoer: dat is de echte uitdaging.

Bron: Katholiek.nl