Nachtmerries, dagdromen en onvervulde wensen: in de rubriek ’13 vragen aan’ laten wetenschappers zichzelf van een andere kant zien. Deze keer: Frank Bosman, cultuurtheoloog aan Tilburg School of Catholic Theology.

Als u geen wetenschapper was, wat zou u dan doen?

Ik denk dat ik nergens anders geschikt voor ben. Maar als ik ’t voor het kiezen had en mijn leven nog eens over zou mogen doen, dan zou ik gaarne professioneel cabaretier/kleinkunstenaar worden, liefst in de traditie van Herman Finkers, Neerlands grootste theoloog, en Herman van Veen, Neerlands laatste troubadour. Mensen betoveren, op commando laten lachen en laten huilen, ernstig met een lach, diepzinnig en oppervlakkig tegelijk. Zoals de ouderwetse clown uit het Russische staatscircus: je weet nooit of ie nu lacht of huilt.

Wat is uw grootste bron van jaloezie?

Jaloezie is geen verkeerde eigenschap, al staat ze in een slecht blaadje. Dat komt omdat zij verward wordt met afgunst. Afgunst misgunt een ander iets – een carrière, een auto, een vrouw – terwijl jaloezie opeist wat een ander al heeft. Afgunst pakt af. Jaloezie wil dupliceren. Afgunst wil vernietigen. Jaloezie wil vermeerderen. Enfin, dat gezegd hebbend, ik ben onbedaarlijk jaloers op mensen die schitterend kunnen zingen. En dan niet leuk zingen als met The Voice of Holland, maar echt zingen als Henk Poort als het spook in The Phantom of the Opera, of als Freddie Mercury van Queen, die smachtend zingt van een eeuwig leven dat hem hier op aarde in ieder geval niet was gegund.

Waar ligt u wakker van?

Nergens van. Ik ben een notoir goede slaper. Behalve voor de mensen met wie ik het bed deel. Volgens ingewijdenen zou ik namelijk wel eens snurken.

Welk boek zou u iedereen aanraden?

‘De kellner (inderdaad met tweemaal een ‘l’) en de levenden’ van Simon Vestdijk, geschreven in 1949 in een voor onze 21e eeuwse ogen en oren onnavolgbaar ouderwets Nederlands vol met archaïsche woorden en zinnen die voort meanderen als de uitvluchten van een studenten die op zijn mondelinge tentamen geconfronteerd wordt met een vraag die hij niet beantwoorden kan. Het is een boek over het menselijk leven en over de keuze die ons uiteindelijk allemaal een keer opwacht: kies je voor het goede of kies je voor het kwade. En als het goede aan de winnende hand is, is daarvoor kiezen niet echt een morele prestatie. Nee, het wordt pas interessant als je voor het goede kiest, terwijl het kwade 100 punten voorstaat. Daar gaat dat boek over, en over het Laatste Oordeel, en over Job en de duivel, over een goddelijke weddenschap en een kosmische strijd. O ja, en een hond, een hond die je ogen laat wateren lang nadat je de laatste pagina hebt dichtgeslagen.

Van welke muziek kunt u geen genoeg krijgen?

Van renaissance muziek, zeg maar, meerstemmig Gregoriaans als u dat wat zegt. Gregoriaanse muziek is genoemd naar paus Gregorius de Grote, die onnoemelijk veel heeft gedaan dat eigenlijk iedereen nu weer vergeten is. En dat is jammer, maar zijn rehabilitatie kost nu teveel woorden. Laat het voldoende zijn Gregoriaanse muziek te introduceren als de stereotypische rij monniken in pijen die als één man en met één stem simpele recitatieven afgaan, vaak de Psalmen. Zij zingen al duizend jaar over de val en opstanding van de mensheid, over het eeuwige heil en diepe rouw, over een hemelse koningin en een vergeten koningsstad. Later, in de renaissance, begonnen de professionals echter te experimenteren met meerstemmigheid. Heldere meerstemmigheid, die diep in de ziel van de luisteraar door vibreert. De meerstemmige Latijnse liederen boren diep is ons collectief geheugen en herinneren ons aan een tijd die wij niet hebben meegemaakt, maar waar wij nochtans heftig naar verlangen.

Uw persoonlijke eureka-moment?

Tijdens het derde jaar van mijn bachelorstudie theologie speelde ik de game The Return To Castle Wolfenstein (2001). Ik was altijd al een gamer geweest, maar dat dat nooit aan theologie gekoppeld. Beetje kortzichtig zeg ik nu terugkijkend. Enfin, in RtCW speel je tegen de SS Paranormale Divisie onder leiding van Oberführerin Marianna Blavatsky, die probeert de geest van Heinrich I – Himmler zelf dacht een nakomeling van hem te zijn – op te wekken. Diezelfde naam, Helena Blavatksy, had ik eerder gezien, namelijk in de figuur van de oprichter van het Theosofisch Genootschap, die leefde van 1831 tot 1891. En ineens zag ik overal in de game verwijzingen naar historische, pseudo-historische en theologische thema’s voorbij komen. Alsof de wereld zichzelf voor mij opende. Sinds die tijd ben ik er mee bezig gebleven en ben nu – en dat zeg ik met enige trots – een theoloog gespecialiseerd in religie in games. En zeg nu zelf, daar kan je op een feestje mee aankomen, tussen de boekhouders en de verzenkringsagenten.

Beste kritiek die u ooit heeft gehad?

Kritiek? Wat is dat? Ken je dat liedje ”t Is moeilijk bescheiden te blijven’…

Hoe ziet je vroegste herinnering eruit?

Geen idee, die kan ik me dus niet herinneren.

Wie is uw grote voorbeeld en waarom?

Mijn oud-collega, oude co-promotor en vriend Theo Salemink. Het geduld waarmee hij mij en andere studenten en promovendi begeleidde, gecombineerd met een liefde en een passie voor alles wat net even buiten het ‘gewone’ ligt, zo wil ik ook zijn voor hen die door de Academie aan mij zijn toevertrouwd. De belangrijkste les, die hij mij leerde, en die ik dus nu mijn studenten leer, luidt: de koeien moeten wel gemolken worden. Theo is de zoon van een echte boer en die weten hoe de wereld in elkaar zit. De koeien moeten wel gemolken worden, dat betekent: als je een taak te volbrengen hebt, kan je er heel lang over praten, je kan er van alles van vinden, je kan de zaak uitstellen en proberen af te schuiven, je kan 10x gelijk hebben maar ’t niet krijgen, het kan vriezen en het kan dooien, het kan ’s nachts zijn of overdag, maar aan het eind van alle sht heb je gewoon je sht af voor het verstrijken van de deadline. Wees praktisch, wees realistisch, wees betrouwbaar.

Waar krijgt u een kort lontje van?

Van die uitgezakte boekhouders en de verzenkringsagenten die op feestjes, waar je toch al nooit wilde zijn, tegen je aan gaan staan gapen en je dan vragen wat jij nu eigenlijk doet. Op het antwoord ‘theoloog aan de academie’ volgt dan steevast de half-verontwaardgde vraag: ‘Ja, maar, wat heb je daar nu aan?’ En op zich begrijp ik die vraag wel – theologen hebben altijd het onvermoede vermogen gehad de kwaliteit, kwantiteit en relevantie van hun werk volkomen af te schermen voor de rest van de wereld – en natuurlijk moet die vraag ook gesteld worden – we worden ook door publiek geld gefinancierd – maar achter de vraag schuilt vaak een lui pessimisme gecombineerd met een doorgeschoten nuttigheidsdenken. En ja, als je dat dan voor de 1001e maal moet uitleggen, is die uitleg soms wat korter dan idealiter passend zou zijn.

Wat moet er in onze maatschappij echt veranderen?

Onze samenleving moet afscheid nemen van geïnstitutionaliseerd en collectief wantrouwen. Als ik ’s ochtends water uit de kraan tap voor koffie, vertrouw ik de waterleidingmaatschappij dat ze geen gif in hun product hebben gegooid. Als ik mijn vrouw en kinderen goeie dag kus, vertrouwen dat ik ze weer zal zien ’s avonds. Als ik sta te wachten bij de bus, vertrouw ik erop dat ie komt, dat mijn medepassagiers met niet zullen aanranden, dat de busmaatschappij mijn bussen in goede staat houdt en de chauffeur geen collectieve zelfmoordplannen heeft. Ik vertrouw mijn medeweggebruikers, dat ook zij veilig thuis willen komen. Enzovoorts: een grote poel van vertrouwen. Elke dag. De hele dag. En niemand merkt het. Natuurlijk hebben we allemaal mechanismes ingebouwd om te voorkomen dat ons vertrouwen beschaamd wordt, maar als we ziek of dood zijn, hebben we daar niets meer aan. Het vertrouwen gaat de protocollen en de garanties feitelijk vooraf. We vertrouwen elkaar eigenlijk vaak blind. En dat is ook goed.

Wat is je favoriete vakantieland?

Ierland en Schotland, liefste genoten op de motor met mijn geliefde achterop. Langs wuivende heuvels en onbarmhartige bergen, langs het zoute water van de oneindige zee en de zoet naar beneden stortende watervallen, langs ingestorte ruïnes en levende kerken, langs eenhoorns en kabouters, langs verhalen en sages. Je voelt je op de rand van Europa, op de rand van de oude wereld, waar de tijd van vroeger, die ik niet gekend heb, maar waar ik wel naar verlang, soms even iets dichterbij lijkt te zijn.

Religie of wetenschap?

Wat een flauwe en saaie tegenstelling, voor een theoloog zeker. Wetenschap geeft antwoord op ‘hoe’-vragen: hoe ontstaan planeten, verdampt water bij verhitting, ontploft een atoombom. Religie geeft antwoord op de ‘waarom’-vraag: waarom bestaat de mens, waarom besta ik, wat heb ik in dit leven te zoeken? Wie die twee omdraait, komt in de problemen. Wie aan wetenschap waarom-vragen gaat stellen, eindigt bij cynisch darwinisme waarin zinloosheid en toeval de twee goden zijn. Wie aan religie hoe-vragen gaat stellen, eindigt bij een simplistisch fideïsme waarin onverdraagzaamheid en oogkleppenpolitiek bedreven wordt.

Lord of the Rings of Harry Potter?

Moeilijk, maar dan toch liever Lord of the Rings.

Zee of zwembad?

Water is niet om in te zwemmen, anders hadden we wel kieuwen gehad. Water is om je te wassen en thee mee te zetten. Meer is niet nodig voor een voldaan en gelukkig leven.

Online of offline colleges?

Offline natuurlijk. Ik hoop dat niemand dit een serieus dilemma vindt.

Bron: Dit interview is in ingekorte versie gepubliceerd op UniversOnline.nl.