Grapperhaus. Het is een onbetaalbare naam. Ik kende hem al langer. We zaten samen op dezelfde middelbare school, het Santa Coronacollege in Den Haag. In onze vriendenkring, en ver daarbuiten, stond het bekend onder De Grapper. En onder die naam maakte hij ook enige furore als amateur-DJ.

Ik herinner mij een optreden tijdens een bruiloft van een gezamenlijk familielid. De Grapper stond daar plaatjes te draaien alsof zijn leven er van af hing. Zijn bezwete kale hoofd die had ie toen al, glom in het zweet van de discolichten. Met gegeven vinger en een koptelefoon half op zijn oren draaide hij het nummer dat hem wereldfaam moest geven: de Grapperhouse. We beuken urenlang op de muziek van de Grapper, bezweet en dicht op elkaar. En aan het eind van de avond vielen alle bruiloftsgasten huilend en kussend in elkaars armen. Negen maanden na die gedenkwaardige avond werden tientallen baby’s geboren. Allemaal dankzij de Grapper en zijn lustopwekkende dancemuziek.

Gestrengheid

Natuurlijk is hier geen woord van waar. Dat weet iedereen. Maar ik zeg het maar even bij. Niet iedereen is deze dagen in staat met enige humor en relativering om te zien naar de strapatsen van een superminister, die in de dolk van zijn eigen gestrengheid is gevallen.

Dom, ongelofelijk dom, daar zijn we het wel over eens. Als je als minister van Veiligheid en Justitie iedereen voortdurend om de oren slaat met waarschuwingen en zelfs boetes bij corona-overtredingen en je houdt dan jezelf er niet aan: ja, dan ben je natuurlijk alle gezag wel zo’n beetje kwijt. Als je veganisme predikt, moet je zelf geen rookworst eten. En de Grapper maakt het zichzelf dan nog moeilijker door als verdediging te roepen dat “er in het kader van de handhaving niets is geconstateerd”. Dat lijkt toch wel een beetje alsof een middelmatige boef aan het woord is: ik ben niet gepakt, dus er is niets aan de hand. Foei, Grapper, slechte move.

Maar je, wat doe je dan met onze kale gevallen Goliath? Dwingen tot aftreden? Dat lijkt voor de hand te liggen. Rutte zegt weliswaar dat ie achter de minister staat, maar in Den Haag klinkt dat toch er beetje als een laatste poging tot het dempen van de put. Arme Grapper, zelfs zijn leger van beroepsbekeurders durft zijn regels niet meer te handhaven, bang voor de hoon van het gewone volk. En ja, het ligt voor de hand dat hij aftreedt, dat hij de eer aan zichzelf houdt. Dat hij politieke consequenties trekt uit het gebeuren, en meer van dat politieke gezever. Maar de vraag is of dat uiteindelijk verstandig is om te doen. Ik zal proberen uit te leggen wat ik bedoel. Welk signaal willen we afgeven?

Aftreden of vergeven?

Als we de Grapper tot aftreden dwingen geven we collectief het signaal dat we onbuigzaam zijn in het handhaven van de regels, dat autoriteit van onbesproken gedrag moet zijn, dat fouten niet getolereerd worden, dat recht voor barmhartigheid moet gaan, dat de balans moet worden hersteld, net als het gezag en de oude situatie. Dan krijgen we een harde samenleving, waar we elkaar nauwgezet in de gaten houden, waar fouten dodelijk zijn, tweede kansen niet bestaan en vergeving een herinnering aan een ver verleden doet denken. 

Als we de Grapper vergeven, krijgen we andere beeld, nadat we natuurlijk hartelijk om de stumpert hebben gelachen en een paar keer dikke foei hebben uitgedeeld en onze minister uitgebreid hebben horen excuseren en beterschap beloven. De meesters te zien kronkelen is het goddelijk recht van het volk. Als we Grapperhaus vergeven, geven we het signaal dat we geloven in vergeving en verzoening in tweede kansen, in het adagium dat falen menselijk is, dat regels altijd context en mildheid nodig hebben, dat vriendelijkheid en zachtheid groter zijn dan recht en vergelding, dat alles wat van waarde is uiteindelijk weerloos is. Ook een minister.

Daarom een voorstel. Als het ministerie de uitgeschreven boetes collectief seponeert, uitgezonderd de veelplegers, dan vergeven wij de Grapper zijn bruiloft. Eerlijk oversteken. Daar wordt iedereen beter van.

Bron: NPOradio1.nl