In Spanje is opschudding ontstaan vanwege een Opus Dei-priester die zich zevenmaal schuldig zou hebben gemaakt aan seksueel misbruik. Het is het zoveelste geval van misbruik bij de zogenaamde ‘nieuwe bewegingen’ en een teken dat ook deze geloofsgemeenschappen altijd waakzaam moeten blijven. Het vuur van verlangen en godsvrucht kan ook verblinden, zo blijkt.

Seksueel misbruik is een breed verspreid verschijnsel en de meest ernstige misdaden als het om misbruik van kinderen gaat. Het is als een allesverwoestend virus, dat zich niet aan hokjes houdt. Hollywood werd opengebroken door de #MeToo-beweging, maar daar bleef het niet bij. Danslerarensporttrainerstrantramasseurs, pro-anorexiacoaches en hopmannen bleken seksuele roofdieren belust op macht en seks. En zo ook bleken religieuze organisaties vatbaar voor dubieuze machtsstructuren: het seksueel misbruik in pastorale relaties dendert nog steeds door. Bijna elke maand komt er wel weer een nieuwe onthulling, de ene keer gaat het om katholieken, dan weer om een evangelicale kerk.

Lange tijd leek het vooral te gaan om seksueel misbruik in parochies en kloosters: het was vooral de ‘oude Kerk’ die onder vuur lag en onder druk van de maatschappij tot een eigen preventiebeleid kwam voor grensoverschrijdend gedrag. De laatste maanden duiken er steeds meer verhalen op over seksueel misbruik in de zogenaamde ‘nieuwe bewegingen’. De term ‘nieuwe beweging’ is een koepelbegrip. Niemand kan precies de grenzen en exacte kenmerken kan vastleggen.

De groeperingen ontstonden vooral na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en vormen min en meer (internationale) gemeenschappen naast parochies, bisdommen, ordes en congregaties. Soms zijn het volledige lekenbewegingen, soms nieuwe priester- of zustercongregaties, soms om een personele prelatuur (lees: Opus Dei). In Nederland zijn pakweg twintig van dit soort bewegingen actief. De bekendste zijn de Katholieke Charismatische VernieuwingGemeenschap EmmanuelChemin Neuf en de Neo-catechumenale Weg.

Theologie

Feit is dat paus Johannes Paulus II deze nieuwe initiatieven een warm hart was toegedaan. In 1998 noemde hij deze gemeenschappen ‘een antwoord van de heilige Geest op de dramatische uitdaging’ aan het einde van de twintigste eeuw. Theologen spreken wel van een kerkelijke ‘revanche op de secularisatie’, een blijvend bewijs dat de Rooms-Katholieke Kerk niet ten onder zal gaan te midden van individualisatie, deïnstitutionalisatie, ontkerkelijking en religieuze desinteresse. Daarmee wordt een grote druk op de schouders gelegd: zij zijn kennelijk verantwoordelijk voor het tot staan brengen van het onomkeerbaar geachte proces van secularisatie.

Qua theologie zoeken de nieuwe bewegingen hun toevlucht tot de pneumatologie, dat wil zeggen, ze doen veelvuldig een beroep op de H. Geest, die vrijelijk de gelovige ‘charismata’ geeft – speciale genadegaven – om bijvoorbeeld te preken, catechese te geven of aan straatpastoraat toe doen. De uitdaging van een dergelijke begeesterde theologie is dat de interne gezagsstructuren vooral informeel en sterk charismatisch ingekleurd zijn. Hierdoor kunnen de gemeenschappen snel en efficiënt opereren, maar anderzijds zijn ze kwetsbaar voor machtsmisbruik.

Tevens schuilt er een inherente paradox is veel van de zelfidentificatie van deze nieuwe bewegingen. Leden van deze gemeenschappen onderstrepen graag en vaak het lekenkarakter van hun organisatie, evangelisatie door en voor katholieke leken, maar tegelijkertijd zie je – wederom vooral informeel – dat de gewijde leden van de gemeenschap, met name de priesters, bijna automatisch een leidende rol vervullen.

Omdat formele structuren vaak achterblijven bij de groei van de organisatie wereldwijd ontstaat het gevaar van het uitblijven van controlerende mechanismen, die de ‘oude’ ordes en congregaties wel hebben, zoals een orderegel waarop de individuele broeder of zuster kan terugvallen of een kapittel waar checks and balances kunnen plaatsvinden.

Pijnlijke reeks misbruikgevallen

De afgelopen maanden kwamen er steeds berichten in de pers over seksueel misbruik in deze nieuwe bewegingen. Gaat het in het meest recente geval in Spanje om ‘slechts’ een prominent lid van Opus Dei (1 en 2), evenzovaak is dat niet zo en gaat het om misbruik door de stichter van de beweging zelf. Dat is voor alle betrokkenen nog pijnlijker omdat stichters binnen hun eigen beweging vaak een heilige status hebben.

Zo misbruikte Georges Finet, medestichter van de Foyer de Charité, 26 meisjes in de biecht (1 en 2). Marcial Maciel Degollado, oprichter van de Legionaires van Christus, kon jarenlang ongestoord zijn gang gaan in wat een ‘keten van misbruik’ wordt genoemd (1 en 2).

Carlos Miguel Buela, oprichter Familie van het Mensgeworden Woord (bekend van de Blauwe Zusters), misbruikte seminaristen (1 en 2), terwijl recentelijk bekend werd dat Jean Vanier, oprichter van de Ark-gemeenschappen, zes volwassen vrouwen seksueel had misbruikt (1 en 2).

Ook werd bekend dat Marie-Dominique Philippe, stichter van de Broeders van Sint-Jan, volwassen vrouwen misbruikte, waaronder leden van zijn eigen zustergemeenschap (1 en 2). Hij was niet de enige van deze in grijze pijen gehulde broeders. Begin deze maand kwam daar de Josef Kentenich, stichter van de Schoenstatt Beweging, bij, die bij leven – hij stierf in 1968 – mariale zusters uit zijn omgeving misbruikte (1 en 2) (de beweging ontkent dat dit is gebeurd).

De priester Jacques Marin van de Katholieke Charismatische Vernieuwing biechtte op zijn sterfbed op dat hij minimaal 12 vrouwen heeft misbruikt waarbij hij zich beriep op zijn genezingscharisma (1 en 2).

Het meest recente geval in Spanje bewijst, als tot nu toe laatste in een lange rij, dat met het succes van de Nieuwe Bewegingen ook het gevaar op machtsmisbruik navenant toeneemt. Merk op dat het Vaticaan in 2019 met name katholieke lekenbewegingen heeft verplicht een antimisbruikbeleid te ontwikkelen. Dat had eind december geregeld moeten zijn. En dat moeten de nieuwe bewegingen zich net zo aantrekken als de ‘oude kerk’ waaruit zij ontstaan zijn. In dat opzicht is het verheugend dat 90% van al die geloofsgemeenschappen aan de opgelegde verplichting tegemoet kwam. Daarmee zal de media-aandacht echter niet verstommen.

Bron: MediaKathedraal
Foto: Ulrike Mai via Pixabay