Deze term, afkomstig uit de musicologische psychologie, wordt gebruikt om de angst aan te duiden waarmee katholieke kerkgangers kunnen kampen voor en tijdens het bijwonen van een heilige mis met koorzang. Het koor, vaak gemengd en met zangers van significant oude leeftijd, die weigeren in te zien dat ook hun slechtste tijd al lang achter hen ligt, zingt vaak zo hard en overtuigd vals dat het geluid de oren van de kerkgangers kan laten bloeden.

Voor het zingen de kerk uitgaan, is dan ook de enige oplossing met aantoonbare positieve uitwerking. Het ontmantelen van de koren, door onwetende buitenstaanders vaak geopperd, is uiteraard onmogelijk.
Sinds 2020 wordt de term echter ook gebruikt voor gelovigen die niet (meer) naar de eucharistieviering durven komen vanwege de angst voor besmetting met corona.

Dit lemma wordt u aangeboden door de redactie van het Lexicon van katholieke coronabegrippen.