Oorspronkelijk werden de coronaprocessies op en rond 14 mei gevierd in grote delen van Nederland, België en westelijk Duitsland. Deze processies ter ere van de heilige Corona werden gekenmerkt door het verzamelen van uitgebloeide bloemen die met afgewend gelaat werden geworpen naar een kar met daarop de beeltenis van de heilige, die door een ezel getrokken door de straten van dorpen en steden werd gereden.

De juiste betekenis van deze bijzondere symboliek is onduidelijk. Zeker is echter dat de lokale bevolking zeer aan deze processies gehecht was. Zo sterk zelfs dat ze tijdens de Napoleontische bezetting in het geheim doorgang konden vinden. Tegenwoordig gebruikt men dit woord om te verwijzen naar het bisschoppelijk verbod op het houden van processies tijdens de coronacrisis.

Dit lemma wordt u aangeboden door de redactie van het Lexicon van katholieke coronabegrippen.