Het communieschild ontleent zijn naam aan het zeventiende eeuwse gebruik in Noord-Zweden om tijdens het uitreiken van de communie de priester een ceremonieel schild boven het hoofd te houden. Het schild, soms van edelmetaal, maar soms ook van eenvoudig riet of doek, vaak rijk beschilderd, zorgde, zo geloofde men, dat de duivel en zijn demonen niet de communiegang zou kunnen verstoren door gelovigen net voor of net na het ontvangen van de communie in bezit te nemen en het heilig sacrament te onteren.

Recentelijk heeft het woord echter een nieuwe betekenis gekregen, namelijk als aanduiding van een plastic plaat (‘schild’) dat tussen de communie-uitreiker en -ontvanger dient te worden gehouden ten einde de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

Dit lemma wordt u aangeboden door de redactie van het Lexicon van katholieke coronabegrippen.