In de zestiende en zeventiende eeuw werd het woord in de noordelijke Nederlanden gebruikt als eufemisme voor het verbieden van de katholieke eredienst door de protestantse regeringen. Officieel werden de heilige missen verboden vanwege het gevaar voor de gezondheid van de kerkgangers, doch weinige katholieken geloofden dat. Toen in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland werd hersteld, vierden de katholieken drie dagen lang heilige missen. De hoeveelheid wierook die daarbij werd gebruikt was tot in Luik en Aken zichtbaar.

In de moderne context is het woord aan een terugkeer bezig, voornamelijk als aanduiding van het bisschoppelijke verbod op het gebruik van wierook en wierookvaten in de liturgie uit angst voor mogelijke overdracht van het coronavirus. Niet alleen zijn de kettingen een bron van besmetting, tevens provoceert de wierook zelf het hoesten van de kerkgangers waardoor overdracht kan plaatsvinden.

Dit lemma wordt u aangeboden door de redactie van het Lexicon van katholieke coronabegrippen.