Aan de vooravond van Hemelvaartsdag publiceerden de Nederlandse bisschoppen hun langverwachte coronaprotocollen in navolging van de Protestantse Kerk. Daarmee komt er perspectief voor veel katholieken die smachten weer terug de kerkbanken in te kunnen gaan. Maar moeten we blij zijn?

In de anderhalvemetersamenleving willen mensen perspectief en versoepeling van de lockdown-regels. De bisschoppen reageren verheugd op hun werk: ‘Zij zijn blij dat er weer perspectief is op het samen kunnen vieren van de Heilige Mis”. Kunnen priesters en het gelovige volk ook blij zijn?

Ja en nee. Ja, want vanaf zondag 14 juni kan iedereen de Eucharistie ten volle weer vieren. Die zondag is het Sacramentsdag, het hoogfeest waarop we de praesentia realis vieren: een mooiere start van het herstel van het liturgische leven kun je je niet indenken.

Bedienaren en gelovigen moeten zich echter door 10 doorwrochte smetvreespapiertjes worstelen om te kijken wat wel mag en wat niet mag. Het hoogtepunt van het kerkelijk leven, de viering van de Eucharistie, wordt wel heel angstig open gesteld. Alleen die-hard katholieken zullen over deze hordes springen om naar de Mis te komen. De rest denkt: ik kom wel in september (of misschien wel helemaal niet meer: wat een gedoe).

Laten we dieper in de protocollen duiken. Er zijn er drie:

De toonzetting van de documenten is erg technocratisch. We moeten dit, we dienen dat, we mogen dit niet. Had niet iemand de stofkam kunnen beetpakken? Wat verzachtende woorden als ‘we hopen dat’ of ‘het is even niet anders, maar’ of ‘let een beetje op elkaar’ zouden wonderen doen in de acceptatie (als een gelovige al de moeite neemt om alles door te lezen).

Het proces om tot de documenten te komen is weinig transparant. Nadat op 8 mei werd gecommuniceerd dat de Nederlandse Bisschoppenconferentie gaat onderzoeken welke maatregelen ‘passend en mogelijk’ zijn, valt het stil. Waar de Protestantse Kerk al op 14 mei met zeer uitgebreide en makkelijk leesbare maatregelen kwamen, aangevuld met een lijst veel gestelde vragen, een bemoedigend woord van de scriba van de generale synode, zie je dat niet bij de Kerkprovincie terug. De bisschoppen hebben duidelijk zitten worstelen wat ze moesten doen na de oproep van Rutte. Het duurde allemaal erg lang. Daarnaast is onduidelijk wie er betrokken zijn geweest bij het opstellen van de protocollen. De Belgische bisschoppen hebben bijvoorbeeld een draaiboek samengesteld met virologen, en vragen advies en goedkeuring van de Nationale Veiligheidsraad bij onze zuiderburen. Wie zijn er in ons land betrokken geweest?

De protocollen zijn alle drie nuttig en goed bedoeld, maar de kerkganger krijgt geen bemoedigend woord. Een uitleg waarom de bisschoppen tot dit gedetailleerde complex zijn gekomen, ontbreekt. En waar is de theologische onderbouwing? De aartsbisschop zwijgt, de andere bisschoppen zwijgen tot nu toe. Het is een gemiste kans om de verbinding te vinden tussen gelovigen en leiding. Alleen de bisschop van Roermond, Harrie Smeets, komt met een mooie pastorale brief.

Dan de inhoud: Is het wel te doen? Er lijkt spanning te zijn tussen bisdommen en de parochiepraktijk. Bij veel voorschriften heffen pastores en gelovigen de handen ten hemel: ja, maar hoe dan?

Een paar praktische voorbeelden.

  • Ingangsdatum
    Gekozen is voor een ‘proefperiode’ van welgeteld 1 zondag. Vanaf 1 juni mogen we te kerke, maar niet te communie. Dat is pas vanaf 14 juni. Was het niet eenduidiger geweest om te zeggen: het hoogfeest van Sacramentsdag is ons startpunt met weinig mensen om voorzichtig weer te beginnen en vanaf 1 juli zullen we Deo Volente met 100 gelovigen samenkomen.
  • Reserveren
    Zo willen de bisschoppen dat mensen van tevoren een plekje in de kerk reserveren, natuurlijk om de heilig geachte aantallen van 30 en 100 aanwezigen te kunnen garanderen. Maar wat gebeurt er als de 31e of de 101e kerkganger zich meldt? Moet die door de vrijwilliger van dienst aan de deur worden gewezen omdat er niet is gereserveerd? Of komt er een boa met een geel hesje aan om de gelovige vermanend toe te spreken of een boete uit te spreken? Vrijwilligers moeten iedere deelnemer naar gezondheidsklachten vragen, maar hoe dan?
  • Niets aanraken
    Waarom mag de gelovige zijn eigen lichaam niet aanraken bij het maken van het kruisteken, maar wel op de borst kloppen bij de schuldbelijdenis, of wel hand-in-hand met je kind de kerk inlopen? Diezelfde gelovige zal toch meerdere keren per viering, ongemerkt en ongewild, zijn lijf en vooral zijn gezicht aanraken. Al is het maar om een niesje na het ruiken van wierook te onderdrukken. Dat is toch niet uit te leggen?
    Er weerklinkt een panische contactvrees. Er mag bijna niets worden aangeraakt: geen Mariabeeld, geen icoon, geen reliek, amper het wierookvat. Het altaar mag niet worden gekust bij binnenkomst, maar tijdens de H. Mis staat hij wel met handen aan en op het altaar. Communiegang is mogelijk, maar alleen met een vermaledijde hostiegrijper, schepje en (mobiel?) hoestscherm zodat contact niet plaats heeft. Maar…. de handen zijn toch al meerdere malen in het kwartier daarvoor gereinigd? En is het niet wat potsierlijk om een papieren tissue te verheffen tot ‘corporale’?
  • Doopsel
    Sommige voorschriften zijn met elkaar in conflict. Kijk naar de doop: Die wordt uitgesteld. Dat is helder. Maar in geval van nood mogen ouders het doopsel toedienen, maar wel in overleg met de pastoor (de zgn. nooddoop). En als het niet wordt uitgesteld, dan moet je anderhalve meter afstand houden. Dat is verwarrend.
  • Kwetsbare ouderen
    Er zijn voorschriften voor pastoraat aan kwetsbare ouderen en mensen met verminderde weerstand. Die kan niet plaatsvinden behalve ‘situaties van geestelijke nood’. Dat schept ruimte om zo’n beetje elk pastoraal contact alsnog toe te staan: ‘de bedienaar kan een persoonlijke afweging maken’. Wederom: wat is het nu? Wanneer mag ik als oudere wel of geen pastoraal gesprek? En waar zijn kwetsbare jongeren in dit verhaal?
  • Samenkomsten
    Processies zijn verboden, maar bedevaarten niet. Vergaderingen thuis wordt ontraden? Maar dan wel in de parochiezaal? Het kan toch gewoon als je maar voldoende afstand houdt? De overheidsregel is immers: vermijdt drukte en blijf thuis bij klachten. Alleen dat.
  • Online vieringenn?
    Hoe zit het met online, uitgezonden vieringen op afstand? Mogen die doorgaan? Door deze vieringen niet te benoemen lijkt impliciet te worden aangeven dat men die online vieringen helemaal niet ziet zitten. Als dat inderdaad zo is, zou je door kunnen denken, dat je ook maar moeten stoppen met de zeer gewaardeerde televisiemissen. Er is geen wezenlijk verschil tussen een tv-mis en een YouTube-mis.

Nog belangrijker dan het gemier met regeltjes, is de kwestie van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (artikel 6 Grondwet). In diverse Europese landen, Italië voorop, zijn bisschoppen in verweer gekomen tegen de schending van de vrijheid van godsdienst. Als een overheid zich gaat bemoeien met de kerkgang is er reden voor een onprettig gevoel. De bisschoppen zouden kritisch dienen (sic!) te staan tegen het gemak waarmee de overheid de godsdienstvrijheid heeft ingeperkt. In de publieke opinie zingt immers rond: waarom wel een nagelsalon open, maar niet mijn eigen kerk?

Het is goed dat de protocollen er zijn. Het biedt in beperkte mate perspectief, ze zijn nodeloos ingewikkeld en ze maken het haast ondoenlijk voor priesters en gelovigen.

We mogen jubelen van vreugde dat de Eucharistie weer mogelijk wordt. Maar er blijft een knagend gevoel van twijfel achter: Kon het niet wat eenvoudiger?

Update: Uit een belronde van het Katholiek Nieuwsblad blijkt dat parochies worstelen met de toepasbaarheid van het coronaprotocol.

Pastoor Jan Vries van de Sterre-der-Zee basiliek in Maastricht bijvoorbeeld: “Ik ben een man van het kerkelijk recht, maar deze maatregelen gaan zo ver, zijn zo angstvallig, dat kan ik de mensen niet meer uitleggen. Wij gaan geen hoestscherm aanbrengen. We gaan niet minder Missen vieren op een zondag. Ik gebruik ook geen pincet voor de communie. Mijn naaste medewerkers denken er net zo over.”

Bron: De Mediakathedraal