Zelfs tijdens Tweede Wereldoorlog gingen veel kerkdiensten gewoon door. Maar deze situatie is uniek. Niet alleen kunnen we als gelovigen wekenlang niet bij elkaar kunnen komen, maar ook de hoogtepunten van het christelijk jaar kunnen we niet vieren: Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Als dan ook huisbezoeken en catechisatie stoppen en de bezoeken van kerkleden aan zieken en ouderen niet doorgaan, dan wordt het lastig om een gemeenschap te vormen. Zo maar wat gedachten tegenover de Telegraaf, die zo vriendelijk was belangstellend te informeren hoe kerkmensen deze crisis doorkomen. Nou gewoon, aanrotzooien. Net als iedereen.

Toch zijn er ook gevaren. We gaan maar een beetje lopen emmeren met digitale middelen, beeldbellen, online cursussen aanbieden, streamen. Het is allemaal natuurlijk heel erg behelpen. Of je bij een concert van Guns&Roses op twee meter van de band af staat te juichen met dertigduizend andere idioten om je heen, of je kijkt een dvd van datzelfde concert, emotioneel is dat een groot verschil.

De christelijke traditie legt altijd een sterke nadruk op het delen van tijd en ruimte. Samen op hetzelfde moment aan hetzelfde ritueel deelnemen. Je kunt wel allemaal op zondagochtend naar dezelfde mis kijken, maar deel je dan dezelfde ruimte? Spiritueel misschien, maar dat voelt toch anders. Als we een perfect virtual reality-systeem hadden, zoals de Holodeck in Star Trek, dan was er geen probleem. Maar zover zijn we niet.

Als we in juni bij elkaar komen, vindt iedereen elkaar wel weer. Maar duurt het een jaar, dan wordt het moeilijk. Met goede vrienden praat je na een jaar gewoon weer door, maar bij de meeste vrienden en kennissen verwatert het. In een kerk leer je juist dat je met elkaar kan omgaan als je geen vrienden bent. Maar dan moet je elkaar wel tegenkomen.

Bron: De Telegraaf