Is het coronavirus een straf van God? Valt het coronavirus überhaupt binnen de wil van God? En kan het geloof troost bieden in deze moeilijke tijden? De Kanttekening sprak over deze en andere vragen met drie bekende theologen, waaronder uw onwaardige dienaar.

Is het coronavirus een straf van God? En waarom wel of niet?

Nee, ik denk niet dat het straf van God is. Waarom niet? Het flauwe antwoord hierop is: waarom wel? Die vraag zou ik wel aan Amerikaanse televisiedominees willen vragen, maar ik denk niet dat ik een intellectueel antwoord van ze terug zou krijgen. De achterliggende theologische vraag vind ik interessant. Hoe actief bemoeit God zich met onze realiteit? Houdt God precies bij hoe zondig wij zijn? Is hij een micromanager? Ik geloof niet in zo’n God, die een ambtenaar, een boekhouder, een pennenlikker is. Ik denk dat God op een zekere afstand is en onze wereld haar gang laat gaan. Sommige mensen geloven dat God in het lijden aanwezig is. Herman Finkers zou zeggen: ‘God heeft ook corona.

Je kunt ook zeggen, en dat is voor gelovigen veel gezonder, dat rampen nu eenmaal horen bij het universum zoals wij dat kennen. Dat heeft niks met God te maken. Wel moeten we een onderscheid maken tussen natuurlijk en moreel kwaad. Natuurrampen, zoals aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en het coronavirus, zijn van een andere orde dan moord en doodslag. Ik geloof niet dat God op een knopje drukt om een aardbeving of het coronavirus te veroorzaken. Dat doen die mensen die geloven in een boekhoudersgod, de micromanager.

Hoe gaat u als theoloog met gelovigen en predikers om die homoseksuelen, Joden, Chinezen, moslims of anderen als zondebok aanwijzen?

Nou ja, ik heb dan wel een sterke neiging om hierover een kritische opmerking te maken. Maar dat geldt alleen in de persoonlijke omgang. Als ik bijvoorbeeld naast iemand zit in de kroeg, die zegt dat God ons straft met het coronavirus, vanwege de homo’s. Maar als ik naar een YouTube-filmpje kijk met een Amerikaanse televisiedominee die dezelfde dingen zegt, dan kies ik er toch voor om dit te negeren. Ik ga die man niet opbellen ofzo om te zeggen dat hij ongelijk heeft. Dat heeft geen zin. En hierover een column schrijven ook niet, dan maak je dit soort roeptoeters alleen maar belangrijker van.

Is het coronavirus Gods wil? En zo ja, is God een goede God? Hoe rijm je dit met elkaar? En zo nee, is God wel almachtig?

Je stelt de klassieke theodicee-vraag: de vraag waarom een God – die almachtig en algoed is – toch het lijden toestaat. Je kunt antwoorden: ‘God kan het wel, maar wil het niet.’ Maar dan is God niet goed. Je kunt ook zeggen: ‘God wil het wel, maar kan het niet.’ Maar dan is God niet almachtig. Filosofisch gezien horen ‘almacht’ en ‘algoed’ bij de kwaliteiten van God. Schrap je één van die kwaliteiten, dan praat je niet meer over God, maar over iemand anders.

Uiteindelijk heb ik ook geen goed antwoord op de theodicee-vraag, het belangrijkste theologische vraagstuk volgens mij – hoewel ik er veel onderzoek naar heb gedaan, veel over heb gelezen en er ook over heb gepubliceerd. Het antwoord dat God met zijn schepselen lijdt, is uiteindelijk ook onbevredigd. Ik moet denken aan het gesprek tussen Tijs van den Brink met Herman Finkers in het EO-programma Adieu God?, waarbij Finkers precies het omgekeerde doet. Finkers vraagt niet aan God waarom kinderen zijn overleden aan kanker, maar hoe God zich voelt nu God kanker heeft gekregen. Dit is een paradoxale manier van denken. Wij lijden aan Gods lijden. Interessant, maar dit is niet het antwoord wat ik zoek.

Biedt geloof troost voor u in deze tijden?

Met het coronavirus worden christenen met de neus op de feiten gedrukt. Ze kunnen niet meer naar de kerk gaan. Maar de paasviering gaat dit jaar ook niet door, het belangrijkste christelijke feest van het jaar. Dit hakt er bij mij wel in en heb ik hier verdriet van, want dit is in ons nog nooit eerder overkomen. We hebben als ideaal een ongebroken werkelijkheid, maar de realiteit is dat we leven in een gebroken wereld. Waar de gebroken wereld van alledag op het ongebroken ideaal botst ontstaat er spanning, en geloof is het uithouden van die spanning, het helpt ons mensen om die spanning te overleven.

Geloven is dat we niet opgeven te hopen op een nieuwe wereld. Dat we werken aan die nieuwe wereld, bijvoorbeeld door ons in te zetten voor vrede tussen Israël en de Palestijnen, maar ook door een medicijn tegen corona te ontwikkelen. Maar uiteindelijk is het vechten tegen de bierkaai, want het wordt nooit perfect. Toch is dit – in theologisch opzicht – niet erg. In particuliere zin natuurlijk wel, je zult straks maar je vader of moeder verliezen. Niettemin ontslaat de notie dat het nooit perfect kan worden ons van de ondraaglijke psychische last, dat alles wat ons overkomt uiteindelijk ook onze eigen schuld is, dat we dit hadden kunnen voorkomen, bijvoorbeeld door geen vlees te eten. We kunnen de wereld niet beheersen. ‘Shit happens’, zei Forrest Gump dan ook terecht.

Helpt bidden? Beschermt God u en andere mensen wel tegen het virus? Of is dit gewoon puur om mensen een vals gevoel van zekerheid te geven?

Het ligt er natuurlijk aan van wat je van bidden verwacht. Veel mensen zien bidden als een sigarettenautomaat. Je gooit er een kwartje in, dan krijg je een sigaret. Mensen bidden heel hard, proberen God voor het blok te zetten, maar als God hun gebed uiteindelijk toch niet verhoort, dan ligt het aan jou. Dat is geen goede manier. Je moet het omdraaien. Bidden helpt om te beseffen dat jij er ook niks aan kunt doen, om dat je in een gebroken wereld leeft.

Veel niet-gelovige mensen geloven in een seculiere gebedsverhoormachine: de maakbaarheidsutopie. Socialisten, liberalen en andere vooruitgangsoptimisten geloven dat we de wereld perfect kunnen maken. Als we maar hard genoeg ons best doen, dan moet het ons lukken. Maar zo werkt het niet. Het coronavirus laat het failliet van deze maakbaarheidsutopie zien. De maakbaarheidsutopie houdt te weinig rekening met de gebrokenheid van deze wereld.

Iemand wees mij op een artikel waarin wordt beweerd dat het coronavirus onze eigen schuld is, omdat ‘Moeder Natuur’ boos op ons is. Hoe zou je dit theologisch moeten duiden?

Deze vraag wil ik graag beantwoorden. Als cultuurtheoloog moet ik meteen denken aan het boek Inferno van Dan Brown, waarin een gestoorde wetenschapper zegt dat wij mensen het virus zijn, waartegen Moeder Aarde strijdt met witte bloedlichaampjes. Het spreken in termen als ‘Moeder Aarde’ is religieus. Het is de antropomorfisering van niet-bestaande dingen: Moeder Aarde, Vrouwe Justitia, de Nederlandse Leeuw. Het wordt religieus als deze dode objecten zogenaamd gaan handelen als gewone mensen.

Dit is precies datgene waartegen de monotheïstische religies – het jodendom, het christendom en de islam – zich terecht hebben verzet. Het is beeldenverering. Polytheïsme. Animisme. Antropomorfische entiteiten zijn buikspreekpoppen, die precies zeggen wat jou uitkomt. Moeder Aarde kan boos zijn op de milieuvervuiling of omdat wij mensen vlees eten, maar als je een aanhanger van Donald Trump bent kun je roepen dat we Moeder Aarde met onze pistolen moeten verdedigen.

Bron: De Kanttekening