Ad Bos luidde in november 2001 de klok over grootschalige bouwfraude in Nederland. Zes jaar later woonden hij en zijn vrouw Joke in een camper aan de rand van Egmond: zijn huis had hij moeten verkopen vanwege chronisch geldgebrek. Zijn oude werkgever zag uiteraard geen brood meer in hem, het openbaar ministerie had hem aangeklaagd en de overheid weigerde hem hulp. Pas in 2008 werd met hem een schikking getroffen.

Chelsea Manning (geboren Bradley Manning) publiceerde in april 2010 op de klokkenluiderswebsite Wikileaks 260.000 geheime documenten, die een ontluisterend beeld gaven van het Amerikaanse beleid inzake Irak. In 2013 werd ze tot 35 jaar gevangenschap veroordeeld, tot president Obama in 2017 besloot haar straf in te korten tot dat jaar. Eerder deze maand werd bekend dat ze een (mislukte) zelfmoordpoging had gedaan nadat ze weer in de cel was beland, nu omdat ze weigerde te getuigen in een onderzoek naar Wikileaks zelf. 

Melaatsen

Nee, klokkenluiders hebben het niet gemakkelijk, noch in het buitenland, noch in Nederland. Het zijn de melaatsen van onze tijd, een liability zoals de Engelsen dat noemen, moderne paria’s. Natuurlijk, iedereen is trots op ze, geeft ze complimenten, roemt hun zelfopofferingsgezindheid, bejubelt hun dapperheid. Maar van roem en dankbaarheid kan je niet leven. Het is toch altijd: klikspaan, boterspaan, je mag niet door mijn straatje gaan. 

Je werkgever is des duivels, je carrière is over, justitie volgt je met argusogen of jij misschien niet ergens onderdeel bent van de vuilnishoop die je naar boven haalt, vrienden raak je kwijt door je talloze optredens op radio en televisie, je hebt tegelijkertijd het stempel van ‘held’ en ‘verrader’. Dus kijken potentiële klokkenluiders wel uit voor ze de klok laten klinken: het kost je meer dan je lief is. Dan maar horen, zien en zwijgen, meeknikken met het onrecht, je hebt thuis een vrouw met kinderen en een dubbele hypotheek. 

Waar spreken

We hoeven ons niet echt te verbazen over het lot dat klokkenluiders wacht. Mensen die vertellen hoe het echt zit, zijn al niet zo populair. Maar mensen die vertellen dat het ook nog eens een zooitje is, kunnen we eigenlijk missen als kiespijn. Het ontregelt, doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid, houdt een spiegel voor waarin je je eigen conformistische kop moet aankijken, geeft je het gevoel dat je moet kiezen. Maar je wilt niet kiezen: je wilt alles, alles houden, niets in de war brengen, geen chaos, liever het juk van de corrupte zekerheid.

Als theoloog kan ik niet anders dan terug denken aan de profeten van Oude en Nieuwe Testament. Natuurlijk, Amos, Jeremia en Johannes de Doper aandragen als klokkenluiders avant la lettre is anachronistisch: het oude nabije Oosten kenden geen kerkklokken die geluid konden worden. Maar niettemin is er toch ook genoeg dat hen bindt. Profeten zijn, net als de moderne klokkenluiders, gekant tegen onrecht en ontmaskeren dat onrecht zelfs ten koste van eigen hebben en houden. 

Vervolging

De profeet Amos, een zuiderling, ging profeteren in het noorden, tegen de sociale ongelijkheid in Israël. Het bracht hem in conflict met een van de machtigste mannen van het Noordrijk, de priester Amasja. Deze gooit hem met kop en kont het land uit. En Jeremia, Amos’ latere collega, waarschuwde de edelen van Jeruzalem dat hun vernietiging op handen was. Niemand geloofde hem en hij werd vervolgd en mishandeld. En Johannes de Doper wees de lokale machthebber Herodes er fijntjes op dat ie met de vrouw van zijn broer aan het aanrommelen was. Het kostte hem eerst zijn vrijheid en toen letterlijk zijn kop.

Profeten worden niet geëerd in hun eigen vaderstad, zo bracht Jezus – ook zo’n bekende klokkenluider – zuchtend uit toen zijn eigen dorpsgenoten niet in zijn heilige missie wilden geloven. Sterker nog: ze stonden klaar om hem van een hoge klif af te duwen een zekere dood tegemoet. Dat gold voor Amos, Jeremia en Johannes. Dat geldt voor Bos en Manning in onze tijd. Iedereen vindt ze helden, maar dan wel als de mensen in kwestie al lang en breed dood zijn. Iedereen vindt ze voorbeelden van zinnelijk burgerschap, maar dan liefst wel aan de andere kant van de wereld. Niet te dichtbij. Te confronterend. Want iedereen verbergt een duister geheim. En niemand zit erop te wachten dat ’t tot ’t licht gebracht wordt. Klokkenluiders zijn machtig mooi, maar niet te dichtbij en alleen als ze ’t gratis doen. Pro Deo heet dat.

Bron: NieuwLicht