Afgelopen weekend sloot de Amazonesynode in Rome, bijeengeroepen door paus Franciscus. De Argentijnse paus maakt werk van zijn vernieuwingsbeweging: ruimhartige aandacht voor de armen, zorg voor moeder aarde, een verschuiving van focus van Italië en Europa, naar Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Het bezorgt de paus veel lof en applaus, zowel binnen als buiten de grenzen van het rooms-katholieke instituut. Er zit weer leven in de brouwerij. De sfeer lijkt op die in 1960, toen Johannes XXIII de ramen en deuren van de kerk open wilde zetten: het Tweede Vaticaans Concilie, een tijd van aggiornamento, een tijd waarin de kerk up to date gebracht werd.

Het celibaat is een keuze

Maar net als Johannes, krijgt ook deze Franciscus de nodige tegenwind, vooral binnen zijn eigen kerk. Conservatieve krachten zien met lede ogen aan dat de paus eenvoud boven protocol laat gaan, zich zelden aan uitgeschreven teksten houdt, zich weinig aantrekt van de Italiaanse mores, discussies opent over vrouwelijke diakens, en tot Moeder Maria gekerstende Andesgodinnen in de Romeinse kerken verwelkomt. De conservatieven raken verward over het wild waaien van de geest en slaan terug van achter hun hoge boorden, stijve koormantels en rijk versierde tiara’s. Franciscus lijkt het wel te zien, maar weinig van aan te trekken. Voorwaarts moet het!

En stappen worden er gezet. De synodevaders uit de Amazone vroegen met meer dan de vereiste 2/3 meerderheid de paus om gehuwde priesters toe te staan. En ja, er zijn vele misten en maren. Het gaat om de meest afgelegen gebieden van de Amazone, een stuk van de aarde dat toch al heel slecht te bereizen valt. Het gaat om al reeds getrouwde mannen, die al de diakenwijding hebben ontvangen. En hoewel het mij zelf niet snel genoeg kan gaan, zullen we de komende jaren nog niet de eerste gehuwde rooms-katholieke priesters in Nederland kunnen verwelkomen. Daarvoor is het celibaat, ook zeker voor de conservatieven – die zelf een levenlang hebben moeten afzien van een levenspartner, te diep verankerd in de roomse traditie, hoewel vriend en vijand het er mee eens is dat het om een kerkelijke wet gaat, en geen goddelijke, dus door mensen te wijzigen.

Lange traditie

Het celibaat kent een lange traditie, zoals ik al zei. Vanaf de eerste eeuwen van de jonge kerk kozen jonge en oude mannen en vrouwen vrijwillig voor een kloosterleven van gehoorzaamheid, armoede en kuisheid. Nog steeds kiezen mannen en vrouwen voor een dergelijk leven al hoewel het in Nederland, gezien de ongunst van de tijd, niet zo vaak meer als vroeger gebeurt, toen een keuze voor het klooster ook sociale emancipatie betekende en vooral voor vrouwen een ongekende mogelijkheid voor scholing, reizen en onafhankelijkheid van de burgermaatschappij.

Halverwege de middeleeuwen besloot de rooms-katholieke kerk echter dat niet alleen bisschoppen – vaak al gerekruteerd uit de rangen van de sowieso celibataire monniken – maar ook de ‘gewone’ priesters en diakens geen vast levenspartner meer mochten hebben. En zoals dat vaak gaat in het geschiedenis van de moederkerk gaan theologische fijnzinnigheden gepaard met pragmatische overwegingen.

Ja, een celibatair levende priester kan zich helemaal vrijmaken voor zijn pastorale werk, zoals geen enkele man met de verantwoordelijkheid voor een gezin zich kan permitteren. Tegelijkertijd verzekerde de kerk zich ook van blijvende loyaliteit van haar bedienaren, die immers geen burgerlijk alternatief voor handen hadden. Bovendien bleef de door de priesters vergaarde rijkdom op die manier in kerkelijk bezit, in plaats van dat deze uitwaaierde over een hele kinderschaar.

Knellende gevangenis

Maar we leven nu aan het begin van de 21e eeuw. De manier waarop wij naar relaties, seksualiteit en lichamelijkheid kijken, is ingrijpend veranderd, ook in theologisch opzicht. Het huwelijk is geen babyfabriek meer en de huwelijkse band geen knellende gevangenis om de lustigheid van de echtelieden in goede banen te leiden. Daarom wordt het tijd om de verplichte koppeling tussen priesterschap en celibaat langzaam maar zeker los te laten.

Het gaat hier niet om de veelbesproken ‘afschaffing’ van het celibaat waarmee externe critici zich dikwijls tooien, aangezien het celibaat – in bijvoorbeeld kloosters – van blijvende waardigheid blijft. Bovendien zou het gek zijn om de ene verplichting ‘gij zult niet huwen’ te vervangen voor de andere ‘gij zult juist wel huwen’. Het priesterschap en het celibaat zijn allebei een roeping. Laat iedereen die zich geroepen voelt, daarop antwoord geven. Maar zie het vooral als twee losse roepingen en niet als een totaalpakketje.

Worstelen

Ik ken vele celibataire priesters, die soms worstelend, vallend en weer opstaand, zich door een eenzaam leven weten te slaan. Ik ken vele celibataire priesters die maar wat graag zouden willen kunnen huwen zonder hun priesterschap op te geven. Zij hebben een dubbel probleem. Als gehuwde mannen in Nederland ook priester zouden mogen worden, gaat dat vrijwel zeker – in eerste instantie – om gehuwde die gewijd willen worden, en niet om reeds gewijden die alsnog ook willen huwen.

Hetzelfde geldt nu immers ook voor de permanente diakens: ze behouden de relationele status die zij hadden bij wijding. Ook deze theologische weeffout moet langzaam hersteld gaat worden. De suggestie die er tenminste van uitgaat is immer dat – heel indirect – het ene sacrament (van wijding) voorrang heeft op het andere (huwelijk), terwijl we als rooms-katholieken toch heel hard roepen dat alle sacramenten even heilig zijn.

Er moet nog een hoop gebeuren voordat we zover zijn. Maar de eerste stap is gezet op de Amazonesynode. En een weg terug is er zelden in kerkelijke aangelegenheden. Ik ben dus hoopvol gestemd. En als goede rooms-katholiek bid ik de inmiddels heilig verklaarde Johannes XXIII om moed en doorzettingsvermogen voor alle betrokkenen. In Gods naam, laat ze trouwen.’

Bron: NieuwLicht.nl