De Tweede Kamerfracties van VVD, D66 en PvdA staan open voor het toestaan van euthanasie bij jonge kinderen. De partijen willen de kwestie ‘serieus bespreken’ nu uit onderzoek blijkt dat onder kinderartsen en ouders de wens leeft om euthanasie mogelijk te maken als een kind ondraaglijk lijdt. Hoewel ik het lijden van zulke kinderen en ouders lijk te begrijpen is het ‘regelen van de dood’ een grens die wat mij betreft onschendbaar is.

Eerst wil ik graag uitleggen waarom ik denk dat ik ouders begrijp wiens kindje ongeneselijk en zwaar lichamelijk lijdt. Onze eigen dochter werd veel en veel te vroeg via een noodkeizersnee geboren. Ze heeft maanden in een couveuse voor haar leven moeten vechten en meerdere keren was het een dubbeltje op zijn kant of ze het halen zou. Tijdens de vele gesprekken met de artsen en verplegend personeel hebben we alle mogelijkheden – ze zou kunnen overlijden – en alle vragen – wat gaan we doen als ze alleen nog maar kan lijden? – besproken. Gelukkig voor ons en voor haar hebben we geen keuze hierin hoeven maken en is ze opgegroeid tot een mooi en gelukkig mens. Maar niettemin: iets van deze groep ouders kan ik begrijpen.

Grens schuift op

Goed, nu terug naar de kwestie. We zien in Nederland een politieke tendens om de grens van medisch-dodelijk ingrijpen steeds een beetje te verleggen. Ik kan verschillende voorbeelden uit het nabije verleden geven. Abortus mocht eerst alleen bij gevaar voor de moeder, en daarna ook bij verkrachting, tot we aangeland zijn bij onze liberale wetgeving die de beslissing over leven en dood van de ongeboren baby exclusief in handen van de moeder legt. De vader is uit totaal uit beeld, terwijl het aan de moeder wordt overgelaten om de existentiële status van haar kind te kiezen. Kiest ze voor ‘kind’, dan zal ze het houden. Kiest ze voor ‘klompje cellen’, dan kan ze het laten verwijderen. Het is afwachten tot het in Nederland mogelijk wordt kinderen tot en met de negende maand te mogen laten afdrijven.

Hetzelfde proces is te zien als het gaat om euthanasie. Eerst mochten alleen volwassenen hiervoor kiezen, die ondragelijk fysiek lijden, zonder uitzicht op verbetering. Vervolgens werd ondragelijk psychisch lijden ook een criterium voor hulp bij een doodswens. Nu zitten we als samenleving precies in de discussie over de volgende fase: kunnen oudere, demente mannen en vrouwen alsnog geholpen worden met sterven als ze wel eerder een euthanasieverklaring hebben opgesteld, maar dat vanwege hun mentale gesteldheid zijn vergeten. Volgens de Nederlandse rechter is dat dus toegestaan: demente ouderen mogen geholpen worden te sterven, ook als ze niet meer weten dat ze dat zouden hebben gewild.

Beangstigende ontwikkeling

Alle mooie woorden ten spijt, gaat het echter om doding. Je kan het ‘euthanasie’, ‘hulp bij sterven’, ‘waardig sterven’, ‘een barmhartige dood’ of wat dan ook noemen, maar ergens verricht de ene mens een handeling die tot direct en gewenst effect heeft dat de andere mens sterft. Net als demente bejaarden en ongeboren kinderen zijn ook de zwaar lijdende peuters en kleuters waar VVD, D66 en PvdA het over hebben, niet in staat voor zichzelf te spreken. Het zijn anderen – familieleden, artsen, een rechter – die beslissen over hun leven of hun sterven. 

Het is de ouders niet aan te rekenen dat zij hun kind liever zien sterven dan langer te laten lijden. Het is niet de artsen aan te rekenen die uit pure wanhoop een versneld sterven als enige optie zien om pijn te verlichten. Het is onze maatschappij aan te rekenen, die in toenemende mate de stem van individuele mensen negeert om hen een politiek-correct einde te forceren. En dat is een beangstigende ontwikkeling.

Bron: NieuwLicht.nl