Het bijbelboek Ester lijkt met zijn oosterse pracht en intrige te zijn weggelopen uit een heel andere verhalenbundel dan de Hebreeuwse Bijbel. De mise-en-scene van het verhaal is exotisch: een Perzische koning zoekt een nieuwe koningin, eunuchen bewaken de koninklijke harem, het eten en drinken is verfijnd, de etiquette is ingewikkeld, er zijn gekrenkte ego’s, en zo meer. Ester doet denken aan de Verhalen van duizend-en-een-nacht. 

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar het boek Ester is naast Job en Hooglied, mijn favoriet binnen de Hebreeuwse Bijbel. Ester en Hooglied omdat het daarin zo verfrissend weinig over God gaat, en Job omdat het alleen maar over God gaat, maar wel op een heel atypische manier. Job daagt God voor het gerecht, omdat hij zich onheus bejegend voelt door de schepper. Dat alleen al brengt een spanning die je nergens anders in de Bijbel aantreft. 
Ester is dat merkwaardige bijbelboek waarin de naam van God niet éénmaal voorkomt. Waarin het Joodse volk op de rand van de totale vernietiging staat, een positie die millennia later nog bedroevend actueel voorkomt. Maar vooral het boek waarin een vrouw het heft in eigen handen neemt.

Ester is slim, weet precies hoe zij haar man, koning Ahasveros, moet bespelen om zichzelf en haar volk te redden van Hamans gekrenkte ego. De Jood Mordechai weigerde immers voor een mens te buigen –¬ om het even welk mens – en maakte daar voor Haman zeker geen uitzondering voor. Onwillekeurig doet Ester daarmee denken aan die andere wereldberoemde vertelling: de Verhalen van duizend-en-een-nacht. Enkele thema’s uit beide vertellingen raken elkaar. Ik wil de vergelijking niet te ver doorvoeren, want er zijn ook grote verschillen. Maar de parallellen zijn boeiend genoeg. 

Duizend verhalen

‘Duizend-en-een-nacht – net als de Bijbel een compositie met ontelbare auteurs en redacteurs – vertelt het verhaal van koningin Sjarazaad en haar moordzuchtige echtgenoot Sjahriaar. Even een snelle update. Sjahriaar en zijn broer Sjahzamaan worden beiden bedrogen door hun vrouwen, die het allebei aanleggen met – laten we het politiek correct formuleren – donker getinte, tot slaaf gemaakte mannen. Sjahzamaan en Sjahriaar executeren hun overspelige vrouwen direct. 

Maar waar Sjahzamaan van verdere actie afziet, gaat Sjahriaar full throttle op alles wat vrouw is. Elke dag huwt hij een meisje, waarmee hij diezelfde nacht seks heeft om haar vervolgens bij het krieken van de dag te laten executeren. Dit alles onder het adagium: ‘Er is op de hele aarde geen kuise vrouw te vinden’. Onnodig is te vermelden dat de onderdanen van Sjahriaar nogal verdrietig zijn over diens wreedheid en zich – na jaren van executies – zorgen beginnen te maken over de voorraad huwbare meisjes in het land. 

Koningin Wasti

De premisse van Duizend-en-een-nacht lijkt nogal op die van Ester. Ook het bijbelboek begint namelijk niet met de titelheldin, maar met koningin Wasti, vrouw van Ahasveros. Tijdens een zevendaagse feestmaal in de burcht Susa, wil de koning zijn vrouw aan het publiek laten zien (Ester 1:10-11): ‘Hij beval (…) om koningin Wasti, getooid met de koninklijke hoofdband, bij hem te brengen; hij wilde (…) haar schoonheid laten zien, want ze was mooi.’

Wasti heeft echter geen zin om als een trofee getoond te worden, noch om als lustobject te dienen van de beschonken vrienden van de koning: ‘koningin Wasti weigerde te komen’ (1:12). Gekrenkt in zijn koninklijk en mannelijk ego, vraagt Ahasveros om raad: Wat moet ik doen (1:15)? Het antwoord van Memuchan, een van de koninklijke raadgevers, is intrigerend: ‘Wasti heeft zich niet alleen tegenover de koning misdragen door zijn bevel niet op te volgen, maar tevens zal haar ongehoorzaamheid alle vrouwen van zijn rijk aanzetten ‘hun echtgenoten te minachten’ (1:16). 

Dat kon Ahasveros natuurlijk niet hebben: een opstand der vrouwen. De straf voor Wasti is navenant, maar wordt nogal omfloerst geformuleerd: ‘Wasti mag koning Ahasveros niet meer onder ogen komen (…) en de koning zal haar waardigheid aan een ander geven, die beter is dan zij’ (1:19). Bijkomend effect is – aldus de raadgever – dat ‘alle vrouwen, van de hoogste tot de laagste, hun echtgenoten met respect bejegenen’ (1:20). De naderende feministische golf is in de kiem gesmoord. Wasti verdwijnt hierna uit Ester en de Nieuwe Bijbelvertaling kopt dan ook boven hoofdstuk 1: ‘Koningin Wasti verstoten’. Ik vrees echter dat een wreder lot haar wachtte.

Zowel in Ester als in Duizend-en-een-nacht vormt een eigenwijze vrouw de katalysator voor de rest van het verhaal, alhoewel de moderne lezer vast meer begrip heeft voor Wasti’s weigering, dan voor de overspelige echtgenotes van Sjahriaar en Sjahzamaan. 

Koningin Sjahrazaad

De parallellie tussen beide verhalen gaat echter verder. In Duizend-en-een-nacht neemt de dochter van Sjahriaars vizier, Sjahrazaad, het heft in handen. Tegen haar vaders wil laat ze zich aanbieden als Sjahriaars nieuwste echtgenoot. Nadat de koning seks maar haar gehad heeft, biedt zij – met hulp van haar slimme zusje – de koning aan de rest van de nacht te bekorten met het vertellen van een verhaal. De koning, nog loom van de seks, stemt in en Sjahrazaad vertelt hem het beroemde verhaal van de koopman en de djinn, dat wij ook zo goed kennen: een geest ontsnapt uit de fles waarop een slimme jongeman hem erin terug weet te krijgen met de woorden: ‘Ik wed dat jij niet zo machtig bent dat je in dat kleine flesje kan’. Maar voor zij het verhaal kan af vertellen ‘werd Sjahrazaad overvallen door de dageraad’, waarop ze zweeg. De koning, nieuwsgierig naar de afloop, besluit haar nog een nachtje te laten leven: ‘Bij God, ik laat haar niet ter dood brengen, dan kan ik horen hoe het verhaal afloopt. Dan laat ik haar de dag daarna doden.’  

De tweede nacht vertelt Sjahrazaad inderdaad de afloop van haar eerste verhaal, maar begint tevens aan een tweede verhaal, dat ze door het krieken van de dag weer niet afkrijgt. En zo is de cyclus van de duizend-en-een-verhalen geboren. Sjahrazaad weet zichzelf en haar seksegenoten te beschermen tegen de mannelijke agressie die de koning overdag tentoonstelt, door ’s nachts – het domein van de vrouw, aldus Duizend-en-een-nacht – hem te betoveren met haar woorden. De dag behoort aan het mannelijk oog dat begerig naar vrouwen loert en geen nederlaag accepteert, de nacht behoort aan het vrouwelijk oor dat luistert naar verhalen die ruimte, rust en vrede scheppen.

Koningin Ester

Het is opvallend in het boek Ester dat er maar een paar vrouwen voorkomen als dramatische karakters. Enkele slavinnen, de vrouw van Haman, Ahasveros’ andere (bij)vrouwen, Wasti en Ester. Op Ester na zwijgen de vrouwen gedurende de hele vertelling. Zelfs van Wasti horen we niets, zelfs geen indirecte rede, als zij haar koning weigert. Ester spreekt wel, maar niet veel. Ze spreekt indirect tot de lezer als ze met Mordechai overlegt – via boodschappers – hoe de koning zo te bewerken dat die zijn plannen om de Joden uit te moorden niet gaat uitvoeren (4:11 en 4:16). 

Als Ester in de directe rede spreekt, is het met dodelijke precisie. Tweemaal vraagt ze de koning om een feestmaal voor hen en Haman te mogen organiseren (5:4 en 5:7-8): de val wordt gezet. Tijdens het tweede feestmaal vraagt Ester aan haar man: ‘Schenk mij en ook mijn volk dan het leven; dat is wat ik wil vragen, dat is mijn wens’ (7:3). Ester speelt hoog spel, maar weet zich ook door de koning geliefd – ‘De koning voelde voor Ester meer liefde dan voor alle andere vrouwen, meer dan alle andere meisjes verwierf zij zijn bewondering en genegenheid’ (2:17) – en gesterkt door zijn dubbele belofte dat zij alles van hem kan krijgen ‘al was het de helft van mijn rijk’ (5:6 en 7:2). 

De laatste keer dat ze in de directe rede spreekt, is het alleen nog maar tegen de rijksschrijvers om een brief op te stellen om de naderende pogrom af te wenden en – feitelijk – tot de lezer van het boek dat haar naam draagt omtrent de regels van het Poerim-feest dat aan Esters heldendaad verbonden is. Net als Sjahrazaad weet ook Ester het hart van haar echtgenoot te bespelen, niet door hem rechtstreeks te confronteren, maar intelligent en strategisch, om zo zichzelf en haar volk van de naderende ondergang te redden. Een ondergang die in beide verhalen door de koning-echtgenoot wordt veroorzaakt.

Connectie: vertellen tegen de dood in

Dat Ester en Duizend-en-een-nacht, zeker in een eerste lezing, op elkaar lijken te lijken, is natuurlijk al eerder opgevallen. In 1886 stelde de Nederlandse oriëntalist Michael J. de Goeje dit al vast. Helaas voor zijn reputatie beweerde De Goeje in zijn enthousiasme dat Ester en Duizend-en-een-nacht beide terug zouden gaan op een Perzisch origineel, hetgeen door Emmanuel Cosquin in 1909 al onderuit werd gehaald.

Sindsdien worden alle pogingen om Ester en Sjahrazaad met elkaar te verbinden afgedaan als ‘achterhaald’. Niettemin verdient de connectie een eerherstel wat mij betreft, maar dan niet in historisch-literaire zin. Ester en Duizend-en-een-nacht hebben elkaars tekst niet beïnvloed, noch zijn beiden afhankelijk van een mythisch, Perzisch origineel. Wat beide teksten echter wel gemeen hebben – naast hun oriëntaalse setting – zijn de met elkaar vervlochten thema’s van mannelijk versus vrouwelijk en wat ik ‘vertellen tegen de dood in’ zou willen noemen. 

In Duizend-en-een-nacht komt meermalen de volgende situatie voor: een al dan niet terecht tot de doodstraf veroordeelde man (soms vrouw) weet zijn (of haar) executie te voorkomen door een goed verhaal te vertellen. De aanwezige sultan, emir of andere hoogwaardigheidsbekleder verklaart na het verhaal te hebben aangehoord, dat het verhaal zo goed was dat de beklaagde/veroordeelde in vrijheid mag vertrekken en dat zijn verhaal ‘in de annalen van het koninkrijk moet worden opgenomen’. 

Dat is precies wat Ester en Sjahrazaad doen. Sjahrazaad redt het leven van zichzelf en haar medevrouwen, die allemaal ter dood veroordeeld zijn door het gekwetste ego van een machtige man, door het vertellen van verhalen die het ijzige mannenhart langzaam doen smelten. Al na enkele nachten zegt Sjahrazaads zus tegen haar: ‘Ik heb de koning nog nooit zo goed geluimd gezien als vannacht. Ik hoop dat je een gelukkig lot door hem vergund zal zijn.’ Later toont de koning de eerste tekenen van inkeer: ‘Sjahrazaad, je hebt me de ijdelheid van mijn heerschappij doen inzien en hebt me berouw ingegeven voor het veelvuldig doden van vrouwen en meisjes.’ Weer later: ‘Sjahrazaad, je hebt me met je verhalen lessen en vermaningen geschonken.’ 

Na de 1001e nacht blijkt Sjahrazaad, zonder dat de lezer of de koning dat door hadden, drie zonen te hebben gebaard. Zij laat hem deze drie zien – voor de eerste keer? De koning weent, drukt zijn kinderen tegen de borst en zegt: ‘Sjahrazaad, bij God, ik had je al vrijgesproken voordat deze kinderen kwamen, omdat je kuis, zuiver van hart, nobel en vroom bent. (…) God zij getuige dat ik allang heb besloten je geen kwaad te doen.’ En zo doorbreekt Sjahrazaad de cirkel van dood en gekwetstheid.

Ook Ester vertelt tegen de dood in, alhoewel ze meer spreekt dan vertelt en de koning rechtstreeks aanspreekt in plaats van verhalen vertelt. Ook Esters spreken is letterlijk een zaak van leven en dood. Ze moet haar woorden goed kiezen, of iedereen gaat eraan. En zo lijken Ester en Sjahrazaad toch wel op elkaar: sterke en moedige vrouwen, die in een door mannelijke agressie gedomineerde wereld hun lichamelijke en verbale talenten en capaciteiten inzetten om door goed gekozen woorden de situatie naar de eigen hand te zetten. Die in plaats van dood leven brengen voor hun eigen volk. 

Literatuur:

  • Ulrich Marzolph en Richard van Leeuwen, The Arabian Nights Encyclopedia, in twee delen, Anta Barbara: ABC/CLIO (2004), p. 371-372.
  • Richard van Leeuwen, De wereld van Sjahrazaad, Amsterdam: Bulaaq (1999), p. 151-152.
  • De beste Nederlandse vertaling is van Richard van Leeuwen, De vertellingen van duizend-en-één-nacht, in drie delen, Amsterdam: Bulaaq (1993-1999). De citaten in dit artikel komen uit deze vertaling.

Bron: deBijbel.nl
Afbeelding: Jean-Joseph Benjamin-Constant, Les Nuits Arabes.

Advertenties