‘De ChristenUnie staat bekend als een betrouwbare partner. Afspraak is afspraak.’ Zo reageerde ik in Elsevier op de vraag waarom de kleinste coalitiepartij zoveel invloed op het kabinetsbeleid lijkt te hebben: niet verbeten de hakken in het zand zetten. Zeker toen het tweede kabinet-Rutte de meerderheid in de Eerste Kamer verloor, reikte ze af en toe de hand.

Deze constructieve rol spreekt aan, weet Frank Bosman, een aan de Tilburg University verbonden cultuurtheoloog. De katholieke wetenschapper voelt zich welkom in protestants-christelijke kring. ‘Ik herken natuurlijk wel een typisch protestantse toon. De partij heeft een eigen nestgeur. Met een onbewuste hang naar soberheid en vlijt. Wij katholieken hebben meer het gevoel dat we ook van deze wereld kunnen en mogen genieten.’

Bosman (40) waardeert eveneens de beschaafde wijze waarop nu in de ChristenUnie wordt gediscussieerd. Ook over heikele onderwerpen als homoseksualiteit. Ook vind ik het label ‘links conservatief’ wel passend voor mijn partij. ‘Op sociaal-economisch vlak zijn onze denkbeelden zeker progressief te noemen. Er zijn ook raakvlakken met de antikapitalistische sociale leer van de katholieke kerk.’

De achterban lijkt, zoals bij wel meer partijen het geval is, behoudender dan het kader. Toch is er, anders dan bij de VVD en het CDA, geen luid gemopper in lokale afdelingen als de partij kiest voor een ambitieus en prijzig klimaatbeleid. De interne rust wordt niet van hogerhand opgelegd, zo zeik tegen Elsevier; kritiek op de koers is wel degelijk mogelijk. Zelf wil ik me nog weleens publiekelijk distantiëren van de tamelijk scherpe toon over de islam van Gert-Jan Segers, die tijdens zijn jarenlange verblijf in Egypte niet zo’n heel positieve blik op deze religie heeft ontwikkeld. Ook had ik aarzelingen bij de warme omhelzing van het kerkasiel door een Kamerlid als Voordewind.

Zoals iedereen weet, koesterde al langer sympathie voor de ChristenUnie. Zeker meer dan voor het CDA, dat volgens mij de ‘C’ uit de naam niet serieus genoeg neemt. ‘Maar in de beginselverklaring stonden nogal onvriendelijke dingen over mijn godsdienst. Dat is in 2015 veranderd. Ze zijn niet helemaal verdwenen, maar staan niet meer zo prominent in de preambule. Dat maakte voor mij de weg vrij om lid te worden.’

Bron: Elsevier