Het kabinet wil ons kiesstelsel gaan hervormen. In plaats van je stem uitbrengen op één bepaalde kandidaat moet het nu mogelijk worden om een algemene stem op een partij uit te brengen. Hierdoor moet het makkelijker worden voorkeursstemmen uit te brengen op een regionale kandidaat of een kandidaat die zich profileert als groen of anti-immigratie. Andere onderdelen van het kabinetsplan omvatten: de kiesgerechtigde leeftijd omlaag brengen van 18 naar 16 jaar, Eerste Kamer-senatoren zes jaar laten zitten en het (licht) vereenvoudigen van het wijzigen van de Grondwet.

Bron: Flickr

Je vraagt je af waar het allemaal goed voor is. Nou, dat lijkt gemakkelijk te beantwoorden. Het kabinet baseert haar nieuwe ideeën op het werk van de commissie-Remkes, die in 2018 rapporteerde dat ons parlementair stelsel onder druk staat. Niet vanwege opkomend populisme of potjeslatijn debiterende politici overigens, maar omdat lageropgeleiden (tegenwoordig praktisch opgeleiden geheten) en buiten-randstedelijken de ervaring hebben dat wat door de Hoge Heren in Den Haag wordt gefröbeld niets meer van doen heeft met wat zij wensen voor Nederland en hun eigen dorp of stad.

Individuele belang

Ik vind het aandoenlijk, die hele poging. Het klinkt ook zo goed, electoraal gezien. Dit kabinet dat zich inzet om de structurele vertegenwoordiging van ‘buitenstaanders’ te garanderen in de toekomst. Maar het is, zo denk ik, een wassen neus. Het echte probleem zit ‘m namelijk niet in spanningen tussen theoretisch en praktisch opgeleiden burgers, noch tussen boeren en stadsen, noch tussen ouderen en jongeren. Het echte probleem is geworteld in de individualisatie, die samen met de ontzuiling en de secularisatie, zijn intrede deed vanaf het tweede gedeelte van de vorige eeuw.

Wij zijn geïndividualiseerd, of we nu fietsenreparateur zijn of directeur van een met belastinggeld omhoog gehouden commerciële bank, of we nu vechten voor ons pensioen of voor een betaalbare studie, of we ons nu zorgen maken over varkensstallen of massatoerisme. We leven voor onszelf, we sterven alleen en tussendoor vechten we voor ons hyperindividuele belang. De wereld draait om mij, en niet om de ander. Dus stem ik op een partij die heel Nederland wil transformeren naar mijn beeld en gelijkenis. Dus stem ik op een politicus die belooft dat te gaan regelen, desnoods tegen de grondwet in. Dus stem ik niet in het belang van het land, maar alleen dat van mijzelf.

Wheelen en dealen

En zo werkt de samenleving niet, en de politiek al helemaal niet. Politiek is de kunst van het haalbare, niet van het goede, mooie en ware. Dat bewaren we voor God. Politiek is wheelen en dealen, is pompen of verzuipen, is ploeteren en aanmodderen, is van compromis naar compromis strompelen, is ‘het beste resultaat in de gegeven omstandigheden’. Politiek is nooit het onderste uit de kan, nooit een totale overwinning, nooit een alleenheerschappij. Gelukkig maar.

En daar hebben we onze kloof, die groot is en problematisch. Het is de kloof tussen burgers – jong en oud – die snappen dat politiek een vuil maar noodzakelijk karweitje is met weinig ruimte voor ideologie en veel ruimte voor pragmatische overwegingen, en tussen hen die dat niet kunnen of willen inzien. Het is de kloof tussen burgers – praktisch of theoretisch opgeleid – die snappen dat mopperen aan de zijlijn over schipperende en ploeterende politici geen invloed oplevert, maar jezelf actief met de politiek bemoeien wel.

Het is de kloof tussen de solupsisten – de politiek draait om mij en mijn belangen en problemen, anders ben ik boos – en de collectivisten, die geloven – vaak tegen beter weten – dat het algemeen belang zwaarder weegt dan die van individuele burgers. Dat laatste is electoraal nauwelijks te verkopen en is uiterst gevoelig voor populistische kritiek. Maar het is wel de enige weg voorwaarts. En ondanks al het goede dat het nieuwe kiesstelsel ook heeft, zal het deze kloof niet kunnen overbruggen.

Bron: NPOradio1.nl.