Nationale Buitenspeeldag: het roept associaties op met gezonde en blije kinderen. Maar waarom moeten ze zo nodig naar buiten? En is het daar nog wel zo leuk?

Bron: FreeImages.com

12 juni is het Nationale Buitenspeeldag. Op die dag sturen ouders, leraren en andere opvoeders het aan hen toevertrouwde grut met extra veel plezier naar buiten om te gaan ravotten, bomen klimmen en slootjespringen. Zo komt er meer kleur op die bleke stadssnoetjes, kunnen opgroeiende jongens elkaar in speels competitieverband uitdagen en leren meisjes elkaar te zien als bondgenoten in een door mannen gedomineerde wereld.

Natuurlijk, ik overdrijf. Mijn beschrijving van de Nationale Buitenspeeldag lijkt rechtstreeks afkomstig uit het Opvoedmagazine voor de Betere Huisvrouw uit 1949, waarbij alleen de waarschuwing voor maatschappelijk seksisme niet op haar plek lijkt. Nationale Buitenspeeldag is niettemin een soort relict uit een romantisch gereconstrueerd verleden. Net zoals alle romantici menen de postmoderne pedagogen dat onze verstedelijkte, geïndustrialiseerde en gedigitaliseerde wereld eigenlijk ongeschikt is voor de opvoeding van jonge geesten. En net als Baudelaire, Goethe en Novalis reiken we naar de natuur buiten onze huizen, fabrieken en kantoren, want alleen daar speelt zich het echte leven af.

Nostalgie

Binnen deze romantische visie duiken de natuur, dieren en kinderen op als de laatste verbeeldingen van de primitieve, naïeve tijd waarin mens en natuur nog in vanzelfsprekende harmonie met elkaar leefden. Natuurlijk weet iedereen dat die tijd nooit bestaan heeft, maar we verlangen er nostalgisch naar terug. Daarom wordt buitenspelen altijd geprefereerd boven binnenactiviteiten, en niet alleen omdat onze kinderen meer binnen zitten dan eerdere generaties. Er is iets vreemds aan de hand met de beoordeling van wat onze kinderen doen en zouden moeten doen.

Een voorbeeld. Toen mijn zoon nog jonger was, kreeg ik als opvoeder veel complimenten als hij ervoor koos om buiten te spelen in plaats van op de computer. Als hij de omgekeerde keuze maakte, werd er zuchtend gefluisterd: “Die van mij wil ook niet naar buiten.” Als mijn dochter ervoor kiest om vier uur per dag piano te spelen omdat zij een carrière in de muziek ambieert, is iedereen in mijn omgeving verrukt. Als mijn zoon graag evenveel tijd aan gamen wil besteden met zijn online vrienden omdat hij professioneel ‘e-sporter’ wil worden, beklaagt iedereen mijn en zijn lot.

Grote hekken

Buitenspelen is echter niet per se een lolletje. Wie niet in de buurt van een lekkere polder of boerenland woont, moet op straat, op pleinen of in een stadspark gaan spelen. Daarbij moet je de schaarse ruimte delen met flanerende werknemers op pauze, dolgedraaid verkeer, joggers, honden-zonder-riem-uitlaters en kinderlokkers. En zelfs als je in staat bent een leuke speelplek te vinden – een boom, een vijver, een riviertje, een braakliggend stukje bouwgrond – moet je maar hopen dat de volwassenen daar niet achter komen en deze absurd gevaarlijke situatie direct beëindigen door een buitenspeel-totaalverbod, of een petitie in de gemeenteraad om dit dodelijke gevaar droog te leggen of met grote hekken af te sluiten.

Daarvoor in de plaats komen dan felgekleurde, volgens EU-norm gecertificeerde speeltoestellen met rubberen randen. Eronder liggen rubberen tegels en ze staan veilig achter een kek-geel gespoten hekje waar wakkere moeders en een enkele vader onafgesproken oppasdienst draaien.

Een bloedneus

Buitenspelen is voor kinderen belangrijk. Maar dat geldt ook voor binnen alleen op de piano spelen en gamen met online vrienden over de hele wereld. En ja, kinderen prefereren binnenspelen boven buitenspelen. De wereld binnenshuis is veel interessanter dan vijftig jaar geleden, toen ouders bovendien nog geen overcompenserende opvoeders met faalangst waren. Buitenspelen vindt iedereen een goed idee, behalve als zoon- of dochterlief thuiskomt met een gat in de broek of een bloedneus, al dan niet veroorzaakt door een uit de hand gelopen creatief meningsverschil over de exacte interpretatie van de regels van verstoppertje. We hebben geen Nationale Buitenspeeldag nodig.

Wat we nodig hebben, is een Nationale Laatjekinderengewoonlekkerevenmetrustdag.

Bron: Katholiek Nieuwsblad

Advertenties