U kent ze vast wel, die reclames van Red Bull. Pubers drinken het spul aan de lopende band. Een energiedrankje dat meurt naar zoete kauwgom. Volgens hen helpt het om je te concentreren, maar als ouder zie je ze vooral horizontaal over de vier muren van je huis rennen. Enfin, dat bocht heeft dus wel een hele leuke reclameserie in de vorm van slordig getekende cartoons. Het verhaal is altijd hetzelfde. We zien een wat sneu typetje, bijna altijd een man, die gebukt gaat onder de trivialiteit van het leven, meestal in de vorm van een nogal dominant uitgevallen vrouwspersoon.

Een rode os

In sommige commercials komen ook bijbelse figuren voor. Zo is er eentje waarin vier (!) wijzen uit het Oosten de stal van Bethlehem komen bezoeken (Matteüs 2,1-12). Naast goud, wierook en mirre, symbool van Jezus’ koningschap, goddelijkheid en dood, presenteert de vierde magos het kersverse gezinnetje een tray met blikjes Red Bull. Maria is verbaasd: A bull? We already have an ox! Maar de wijze houdt vol: ‘Het geeft je vleugels. Waar denk je dat de engelen die van hen vandaan hebben?’ (Bekijk de video) Grappig toch. 

Een andere commercial laat Jezus over water lopen (Matteüs 14,22-33). De twee leerlingen in de boot zijn stomverbaasd over Jezus’ macht. Zegt de één tegen de ander: ‘Hij moet wel Red Bull gedronken hebben, want dat geeft je vleugels.’ Maar Jezus corrigeert hen: ‘Nee hoor, je moet gewoon weten waar de stapstenen liggen’. Een grap zo oud als Methusalem (Genesis 5,25-27), maar niettemin een knap staaltje theologisch denken: Jezus is de enige Red Bull-held, die – kennelijk – geen toverdrankje nodig heeft om zijn wonderen te verrichten. En daarmee is hij – wederom terecht – anders dan alle anderen. 

Kruis-met-veren

Een tijdje geleden moest ik aan deze reclames denken toen ik de expositie ‘Verspijkerd en verzaagd’ bezocht in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Niet bepaald een tentoonstelling voor fijngevoelige typetjes: veel met bloed en teer toegetakelde rooms-katholieke parafernalia. Soms intelligent, meestal nogal lomp. Maar één kunstwerk, van Moniek Westerman, heeft mij diep geraakt. Aan de wand hing een gigantische opstelling met gevederde Jezusbeelden. Nee, ik moet preciezer zijn. Het waren tientallen corpores die van hun houten kruis waren afgehaald, aan allebei de uitgestrekte handen was een vogelveer bevestigd. Het was alsof de Jezusbeelden wegvlogen, naar een betere wereld, naar de hemel. 

In dagblad Trouw vertelt Westerman over de ontstaansgeschiedenis van het kunstwerk. Op een dag begon ze houten kruisen (zonder lichaam erop) te verzamelen. Toen ze er niet genoeg vond, haalde Westerman de lichamen van kruisen waarop ze bevestigd waren. ‘Het had ook iets van een symbolische kruisafname, die verlossing van Jezus van het kruis.’ Al die naakte lichamen-zonder-kruis maakten gevoelens van medelijden los. ‘Ik moest daar iets aan doen. In het park ben ik gaan zoeken naar veertjes van vogels. Die heb ik met een ijzerdraadje door de gaatjes vastgemaakt aan de handen.’ De kunstenares heeft dan ook een duidelijke mening over de symboliek, die ik direct herkende: ‘Vlieg maar weg, dat is mijn gedachte erbij. Jezus, vlucht maar weg van deze wereld, want die is je niet waard. Er gebeuren hier zoveel domme dingen die haaks staan op waar Jezus voor staat: zachtmoedigheid, geweldloosheid.’

Tot de orde geroepen

Daar stond ik dan, voor die kruisen-met-veertjes eraan in het Noordbrabants Museum. Ik keek naar een samengeperste catechese, een wonderlijke exegese, een theologische samenvatting en commentaar op het Nieuwe Testament in één. Goede Vrijdag, Stille Zaterdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren in één beeld gevangen. De dag dat Pasen en Pinksteren op één dag vallen. Ik zag het lijden en sterven van Jezus, zijn kruisafname en graflegging en zijn verrijzenis uit de doden, maar vooral ook zijn hemelvaart. Losgekomen van zijn goddelijke opdracht, trouw gebleven aan zijn Godsgeloof tot het alleruiterste einde toe. 

Ik stond naar Westermans hemelvaart te kijken, tot mijn lief mij tot de orde en deze wereld terugbracht. ‘Ik heb honger,’ zei ze, ‘kom je mee eten?’ En daarmee betoonde zij zich de grotere theoloog. ‘Wat staan jullie naar de hemel te kijken,’ onderbraken twee mannen in witte gewaden de verlamd omhoog starende apostelen (Handelingen 1,11). Juist, we missen Pinksteren nog, de kracht van de Geest die onze blik afwendt van wat geweest is en onze harten warm maakt voor de noden van onze medemensen. Zonder het vuur van Pinksteren blijft Jezus ver weg, in de hemel, eigenlijk net zo ver weg als in het graf. Met de Geest woont hij onder ons, in elk van ons. Met mijn lief als incarnatie van de verrezen Heer die herkend werd door de Emmaüsgangers bij het breken van het brood (Lucas 24,13-35).

Ik durf niet het hout van een kruis te dragen, maar wat gaarne bind ik veren aan mijn armen. Red Bull laat ik staan. Die heb ik niet nodig om te kunnen vliegen. En ik kuste haar. 

Bron: deBijbel.nl

Advertenties