De NOS meldde woensdag dat onze diplomaten Nederlandse jihadisten in Syrië bijstonden om hen ‘gecontroleerd’ naar ons land te laten terugkeren. Dat gebeurde twee jaar geleden, tot er in september 2017 ineens een einde aan kwam. Nederlandse politici reageerden geschrokken op de berichtgeving, vooral omdat deze diplomatieke inspanning nogal haaks staat op de politieke wind die door Den Haag waait. Mark Rutte c.s. blijven herhalen dat Syriëgangers niet gerepatrieerd moeten worden, maar in de regio moeten worden berecht. Ik snap de politieke spierballentaal van het kabinet wel, zeker met de hete adem van Baudet en Wilders in de nek, maar tegelijkertijd is deze politiek niet vol te houden.

In de eerste plaats gaat het om Nederlandse burgers met een Nederlands paspoort en de Nederlandse identiteit. Waarheen je ook mag gaan en wat je ook gedaan mag hebben in het buitenland, je bent en blijft Nederlands staatsburger. Datzelfde geldt voor Nederlandse jihadisten die voor Islamitische Staat naar Syrië trokken om daar te vechten voor een onafhankelijk kalifaat. En het veel gebruikte argument dat je je staatsburgerschap verliest als je dienst neemt in een buitenlands leger (‘vreemde krijg’ genoemd), gaat hier niet op aangezien geen land ter wereld IS ooit als soeverein land erkend heeft. Paradoxaal genoeg erkent de Nederlandse regering via deze redenatie alsnog het bestaansrecht van het Islamitisch Kalifaat in Syrië, en dat kan niet de bedoeling zijn.

In de tweede plaats kunnen wij onze problematische burgers niet exporteren en onze handen vervolgens in onschuld wassen. Burgers die in Syrië willen vechten voor IS zou je gerust zo kunnen noemen, en menigeen vraagt zich af hoe gek je moet zijn om in een vreemd land een extremistische staat te willen oprichten die alles wat geen cisgender, heteroseksuele moslimman is wil discrimineren of doden. Deze ‘gekkies’ niet willen terugnemen is het humanitaire variant van het dumpen van chemisch of kernafval in een Afrikaanse woestijn onder het mom van ‘dan zijn wij er van af’. De Nederlandse staat moet verantwoordelijkheid nemen voor haar burgers die in haar eigen land extremistische ideeën hebben kunnen opdoen en vervolgens geen strobreed in de weg gelegd is om naar Syrië af te reizen.

Ten derde gaat het hier niet alleen om wilde mannen in de bloeitijd van hun fysiek bestaan. Het gaat ook om, al dan niet meegereisde, vrouwen die – vrijwillig of niet – met deze buitenlandse jihadstrijders getrouwd zijn en vaak ook met hen kinderen hebben gekregen. De Nederlandse jihadisten in Syrië houden betekent dat we ook hun vrouwen en kinderen niet willen opvangen, terwijl sommige vrouwen en tenminste alle betrokken kinderen het leed van hun man annex vader niet kan worden aangerekend.

Bovendien weten we allemaal dat de gevangenissen in Syrië en omliggende landen nu niet een broedplaats van humanitaire rechtsgang zijn: de gevangen worden onder onmenselijke omstandigheden opgesloten, moeten extreem lang op hun proces wachten, hun rechten zijn niet gewaarborgd en de straffen zijn bovenmatig heftig, inclusief de doodstraf. Kunnen we als Nederland dat met onze burgers laten gebeuren, zelfs als we deze burgers verachten om wat ze gedaan hebben? Kunnen we als Nederland simpel zeggen ‘boontje komt om zijn loontje’? Als land dat prat gaat op het internationaal strafrecht betekent een dergelijke houding een moreel failliet van epische proporties.

Daarom, geachte premier Rutte, u die mijn premier bent, en die van al die Nederlandse jihadisten in Syrische en Koerdische kampen, bewijs dat de grootsheid van een staatsman niet te vinden is in een gebalde vuist of masculien taalgebruik, maar in het hart dat klopt voor allen die aan uw verantwoordelijkheid en macht onderworpen zijn. Neem die Syriëgangers terug en bewijs aan hen en aan de wereld waarin een klein land werkelijk groots kan zijn.

Bron: NPOradio1.nl

Advertenties