Alea iacta est. De dobbelsteen is geworpen. Baudet is de Maas overgestoken. Zijn dienaren zien in hem de nieuwe Julius Caesar, die een definitief einde zal maken aan de buitenlandse horden die het keizerrijk der Nederlanden in zijn nationale identiteit bedreigt. Zijn tegenstanders zien in hem een vleesgeworden Don Quichot, die met getrokken zwaard windmolens bestrijdt.

Volkskrant-columnist Bas van der Schot droeg de democratie al ten grave door Baudet op een zwarte doodskist te tekenen. Memento mori, naar men zegt, gedenk dat gij sterven zult, maar in het land van Pim Fortuyn zijn we toch wat huiverig geworden voor dode politici. De democratie is niet dood. Ze kan niet dood verklaard worden omdat de uitslag ons niet bevalt. Duce tempus eget, elke tijd eist immers zijn leider. En de nieuwe leider van Nederland is Baudet.

Natuurlijk: het zijn de verkiezingen voor de provinciale staten, maar niemand die daar om maalt. En de waterschapsverkiezingen zijn al lang weggespoeld in de golven van de hete actualiteit. Tempus fugit, u kent het wel, de tijd vliegt immers. Natuurlijk, het gaat om de Eerste Kamer, om de coalitie die daar de meerderheid verliest en op zoek moet naar nieuwe gedoogpartners. Maar in 2021, over twee jaar, staan de Tweede Kamerverkiezingen weer op het programma. En nu reeds horen we een vaal paard met omwikkelde hoeven over de straatklinkers slenteren. Op zijn rug draagt hij de nieuwe leider van Nederland, op de vleugels van een partij die klinkt als een Griekse tragedie.

Land zonder toekomst baart een leider zonder visie, die slechts gericht op de kortstondige bevrediging van zijn eigen ego onbekommerd lonkt naar nationalisten-zonder-land, naar christenen-zonder-geloof en gele-hesjes-zonder-raad. En op de huifkar vol zotten en dwazen rijdt hij naar Den Haag, terwijl aan de rand van de weg een hoogblonde politicus met een vlaggetje in de hand hem hoofdschuddend nakijkt. Baudet trekt direct van leer. In het restaurant van de Tweede Kamer wordt voortaan alleen nog Mozart gespeeld, alle Kamerleden verschijnen voortaan in driedelig pak of kaki gevechtstenue. Baudet loopt handenwrijvend door het Torentje: dat zal de mensen leren, ik ben nu de baas.

Aan de rand van de hofvijver staat een klein jongetje met een vlieger in zijn hand. Hij kijkt niet naar beneden waar het stijgende water al om zijn voeten spoelt. Hij kijkt niet opzij waar Baudet en Rutte zich Suetonius declamerend elkaar in een omarming des doods gevangen houden. Hij kijkt alleen naar boven, naar de blauwe lucht waar zijn vlieger in de lucht zweeft. Aan de staart heeft hij een tekst gehangen van een gekke oude man: ‘Alles van waarde is weerloos’. Dan kijkt hij even opzij en wijst met zijn vinger naar de koets voor dwazen en gekken die hun keizer op de troon hebben gezet. ‘Jullie zijn naakt! Waar zijn jullie kleren gebleven?’ Baudets dienaars geloven hem niet, natuurlijk niet.

Welkom, o koninkrijk der Nederlanden, welkom bij het eerste kabinet Baudet. Welkom bij uw eigen testimonium paupertatis, dank voor uw collectieve blijk van onvermogen de tekenen des tijds te verstaan. Onze kinderen zullen het zich heugen. En zij zullen oordelen. Over u, over mij, en over die vreemde man op zijn narrenkar. Vanitas vanitatum et omnia vanitas, ijdelheid der ijdelheden, zegt Prediker. En zo is het. Ijdelheid.

Bron: NPOradio1.nl

Advertenties