Rule the game, een term die een gamer als mijzelf direct doet denken aan een slordig gemonteerd YouTube-filmpje, waarin een 15-jarige incarnatie van mijzelf de kijkertjes uitlegt hoe je je concurrenten op Fortnite of Overwatch kunt domineren.

“Haal de trekker over als je zeker bent dat je zult raken.” Maar ja, als ik daar op moet wachten, los ik nooit een schot. De wereld van Fortnite en Overwatch wordt bevolkt door 12-jarige Koreaanse kinderen zonder leven. En die schieten mij dus voor mijn midlife-kop nog voor ik weet hoe je vooruit moet lopen.

Nee, Rule the game is een initiatief van de NVPI, de ISFE en PEGI en is bedoeld, en ik citeer uit het persbericht, “om ouders te helpen met hun kinderen in gesprek te gaan over videospellen en zo gamen leuk te maken voor het hele gezin.” En nu snapt u direct waarom dit niet de eerste zin van mijn column was: ik wilde dat u tenminste de tweede paragraaf zou halen.

In lekentermen: de brancheorganisatie van videogameproducenten en -verkopers is bezorgd. En niet omdat ze hun financiële targets niet halen of omdat gamers er steeds meer achter komen dat elk nieuw spel in essentie een mislukte Far Cry-kloon is. Nee, de gameverkopers zijn bang dat ouders de afspraken met hun kinderen rond het gamen niet kunnen nakomen. En ja, de NVPI is zonder meer van plan ouders daarmee te helpen.

Mainstream

En dat vind ik dan gewoon heel grappig. Gameverkopers die in essentie zeggen dat je minder moet gaan gamen, dat je minder geld aan in-game microtransacties moet besteden, en dat je als gamer beter naar je ouders moet luisteren. En dat is een momentje hoor. Je weet dat een product mainstream is geworden als de producenten aan de kant van de bezorgde burger gaan staan.

Het doet me denken aan de Heineken-reclame van vorig jaar waarin autocoureur Nico Rosberg elk aanbod om een biertje te drinken heldhaftig afslaat ‘omdat ie nog moet rijden’. Of aan de Ben-reclame uit 2017 waarin mensen een ananas in hun armen hebben en die zo koesteren als een pasgeboren baby. ‘Gek hé, als we de mooiste momenten zouden missen omdat we de hele dag naar een ananas kijken’. En op dat moment zie je een man van middelbare leeftijd op de wc zitten. Ik wist wel dat de reclamemakers de doelgroep 40+ haten, maar zo duidelijk had ik het nog nooit gezien.

Ananas

“Want de allerleukste momenten deel je natuurlijk niet met een ananas,” zo eindigt Ben. En dat vind ik dus gewoon heel grappig. Het is alsof de ambachtelijk slager op de hoek elke klant persoonlijk aanspreekt met “je kan natuurlijk ook vegetarisch eten vanavond”. Mogelijk, maar niet waarschijnlijk. Of een sjofele autohandelaar die vlak voor het betalen van een enorme, benzine slurpende BMW opmerkt “dat fietsen veel beter voor je gezondheid is”.

Of een vliegtuigmaatschappij die zijn stewards – ja, stewards ja, niet zo seksistisch – folders aan passagiers laat uitdelen om de volgende keer de trein naar Londen of Parijs te nemen. Of een sekswerker – ja, geen ‘hoer’, we leven wel in de 21e eeuw – die zijn – ja, zijn ja! – klant een kort college aanbiedt over de spirituele en psychologische voordelen van een celibatair leven. Het kan, maar het lijkt me erg onwaarschijnlijk, en zeker niet overtuigend.

Volwassen

De game-industrie gaat nu de weg van alle producten die het leven veraangenamen. Die producten zijn namelijk zo aangenaam dat mensen die heel graag willen kopen, zelfs als ze weten dat aan die producten ook wel een of twee nadeeltjes kleven. We worden er solupsistische navelstaarders van, of dronken bestuurders, of rukkende Pornhub-idioten. Ja, je zal HAK nooit een reclame zien maken dat je ook best lekker eten kunt kopen zonder doperwtjes uit een blikje. Komt omdat iedereen weet dat dat ingeblikte groentespul rechtstreeks uit de lendenen van de duivel is komen lekken.

Volgens mij bewijst Rule the game een aantal dingen: 1. De game-industrie is definitief volwassen geworden. 2. We hebben echt enorme moeite om onszelf te beheersen. 3. De game-industrie beeft voor regulerende maatregelen, zoals de tabaks- en alcoholindustrie al heeft opgelegd gekregen.

Ik stel me een 2050 voor waarin de maatschappelijke actiegroep D&G4E – drinken en gamen forever – een wetsvoorstel heeft kunnen ritselen waarin gamers niet langer beschouwd worden als hulpeloze verslaafden, en waarin games gewoon verkocht mogen worden in nette, schone winkels. Want gamen is lekker, net als alcohol. En ja, dat is gevaarlijk, want teveel is dodelijk, ook voor anderen. Maar ja, wat is dan ook een leven zonder risico’s? Een leven dat al begraven is.

Happy gaming!

Bron: Nporadio1.nl

Advertenties