Opinie-artikelen

Je roept de overheid makkelijker op het matje dan God


We beschouwen de overheid als onze hoeder en verlossser. Dat is a) niet reëel, en b) zou ook nooit realiteit moeten worden. Met de opkomst van de verzorgingsstaat hebben we de grond van onze bestaanszekerheid verschoven van God naar de staat. Waar de mens vroeger moest vertrouwen op zijn eigen overlevingsskills, op de solidariteit binnen een bepaalde (maatschappelijke) groep (zoals bijvoorbeeld een gilde) of op een onzienbare entiteit met de naam ‘God’, vertrouwt de moderne mens vooral op de overheid, ondanks individualisering en deïnstitutionalisering.

koers.jpg

God kunnen we niet ter verantwoording roepen, de overheid wel. En waar God onfeilbaar geacht wordt, merken we dat de overheid dat zeker weten niet is. En dan ontstaat een vicieuze cirkel. De burger eist meer controle, wetgeving, protocollen, bijsturingen e.d. van de overheid. De overheid, omdat zij feitelijk de burgers is, gehoorzaamt en voert deze zaken door.

Vervolgens blijkt de weerbarstigheid van onze gebroken werkelijkheid zich maar niet te willen laten vangen in onze controlemechanismen. Mensen ontsporen. Bedrijven zijn inhalig. Mensen zijn kortzichtig. Organisaties faciliteren zonder het te willen fraude en corruptie. Geconfronteerd met de feilbare poverheid, de gebrokenheid van onze schepping en de onmogelijkheid van onze maakbaarheidsutopie, roepen we dezelfde overheid op tot nog meer controle en wetgeving.

Vervolgens blijkt dat ook niet afdoende te werken, en de cirkel is rond en eindeloos. De wereld komt ons dreigend over en de overheid, zo mensen wij, is de enige die ons tegen die wereld kan beschermen. Hiervoor leveren we graag vrijheid, privacy en eigen verantwoordelijkheid op.

Bron: De Nieuwe Koers

Advertenties