BN/de Stem

Langslopertjes


Mijn lief en ik zitten enkele keren per jaar op een Feis, een danswedstrijd à la Riverdance zeg maar. De jigs, reels en hornpipes vliegen je om de oren. Soms heb je geluk en speelt er een leuk bandje: vijf uur achter elkaar dezelfde muziekskes. Ik ben gek op Ierse pupmuziek, maar na vijf uur ween ik whiskey & beer als u begrijpt wat ik bedoel.

bnestem

Trouwens, waren er maar alcoholische versnaperingen te verkrijgen, maar aangezien het om én jonge mensen én om sporters gaat begrijpt u wel hoe ’t gaat. Natuurlijk moedigen mijn lief en ik onze dochter aan, geschapen om te dansen, te betoveren. Maar je moet er als ouder echt wel iets voor over hebben. Soms vinden de Feis plaats in aftandse hotels langs snelwegen in het achterland, maar ook in Duitse gymzalen waar de lucht zwanger is van zenuwachtig zweet en ontijdig gewassen sokken. Soms mag je op echte stoelen zitten, met van die rugleuningen en soms zelfs een zacht kussentje erop. Vaker zit je op keiharde tribunes waar het uitzitten verwordt tot een onvrijwillige workout voor rug- en buikspieren. De grootste verzoeking, zeker als je op de tribunes van gym- en sportzalen zit, zijn de langslopertjes. U kent ze wel, het kan niet anders. Zet twee mensen op een tribune of één van twee neemt direct de rol op zich. Ze komen af en aan, kleine meisjes, grote meisjes, Ierse dansmamma’s die in Engels, Duits en Nederlands bevelen naar hun pupillen schreeuwen, dansinstructors met aantekenboekjes in hun handen, zenuwachtig de statistieken invullend. Ze komen voorbij, elk keer, keer op keer, heen & weer alsof Drs. P. uit zijn graf is verrezen. Ze komen voorbij om naar de wc te gaan, om snoepjes te kopen, om naar mamma toe te gaan, of juist van haar weg, om te oefenen, om uit te rusten, om weer te oefenen. En elke keer mag de hele rij opstaan of de benen intrekken tezamen met alle schijnbaar noodzakelijke zooi die je meeneemt op dergelijke danswedstrijden: lauwe flesjes water, platte flesjes cola, vermorzelde krentenbollen en vooral een reusachtige zak pindakaaschips waarvan je maar niet kan beslissen of het ethisch verantwoord is die in die muffe hel te gaan verorberen.

De langslopertjes, ze voorkomen dat je ook maar één moment rustig kan zitten, stuiterend van de energie die jij voelt wegstromen. Ik voel me oud. Ik sta op en excuseer mij voor mijn eigen langslopen. Ik loop naar buiten, zak pindakaaschips onder mijn arm. Mijn lief kijkt me na. ‘Laat hem maar’, fluistert ze de dansjuf toe, ‘hij bedoelt het niet slecht.’ Lieve Langslopertjes, BLIJF ZITTEN!

Bron: BN/de Stem

Advertenties