NPOradio1.nl

De witte man doet er niet toe


Ze zei het gisteravond echt bij de opening van het NOS Journaal om 20.00 uur. Presentator Annechien Steenhuizen benadrukte dat de dader van de slachtpartij in Las Vegas een ‘witte man’ was. “Een witte man van 64 schiet met een automatisch wapen op duizenden bezoekers van een muziekfestival in Las Vegas. 58 mensen komen om.” Ik verslikte me zowat in mijn koffie. Vroeg mijn lief na of mijn oren het goed deden. Maar ook zij had ’t gehoord. Het was voor mij de eerste keer dat ik hoorde dat een dader het predicaat ‘wit’ meekreeg als belangrijkste identifier. Niet dat ie Amerikaan was, niet dat ie gepensioneerd was, niet dat ie miljonair was, maar wit.

De reacties waren niet mals, want ik was niet de enige die het gehoord had. Kamerlid Martin Bosma spreekt van ‘politiek-correcte actievoerderstaal’, columnist Jan Dijkgraaf overweegt aangifte te doen wegens racisme, en ondernemer Erik de Vlieger spreekt van een “dieptepunt van de NOS tot zover”. Ook op sociale media spraken vele hun verbazing en afkeuring uit. Wat als het om een Afro-Amerikaan was gegaan, had Steenhuizen dan net zo makkelijk gesproken van een ‘zwarte man’. Tien jaar geleden misschien wel, maar zijn we juist de afgelopen tijd niet een hele zware discussie aan het voeren over (verkapt) racisme in onze samenleving. En waren we er niet net uit dat we geen huidskleur gingen benoemen.

Natuurlijk, ik begrijp het wel. De NOS berichtte op site en televisie dat het om een ‘witte man’ ging, en dus niet om een zwarte man, een allochtoon of – nog explosiever – een moslim-immigrant uit Afghanistan of Syrië. De redactie zal blij geweest zijn dat niet de zoveelste rassenrel zou gaan uitbreken in Amerika. Maar in haar vreugde dat het ‘slechts’ om een blanke ging, benadrukte de NOS juist wat ze wilde voorkomen: dat terroristisch geweld wordt geassocieerd met getinte types uit moslimlanden. Het feit dat het nieuwswaardig is om erbij te vermelden dat het om een witte man gaat, betekent dat ’t niet normaal is dat witte mannen dergelijke aanslagen plegen. En dus suggereer je het omgekeerde wel: dat het wel normaal is dat zwarte mannen dergelijke daden plegen.

Moord op Pim Fortuyn

Ik moest tijdens de journaaluitzending denken aan de moord op Pim Fortuyn in 2002. Mijn lief en ik woonden toen nog in een echte kansenwijk aan de rand van ‘s-Hertogenbosch. We hadden uitstekende contacten met onze islamitische buren en een paar buurmeisjes waren kind aan huis. Eén van deze buurmeisjes zat bij ons voor de televisie toen het nieuws over de moord naar buiten kwam. Ze moest huilen en snikte: “Ik hoop maar dat het geen Marokkaan is, anders zijn we dadelijk allemaal de zak.” Ze was dan ook ‘blij’ – zeer relatief, maar toch – toen het om een witte man bleek te gaan zonder enige binding met het islamitisch geloof.

Je zou natuurlijk ook omgekeerd kunnen redenen. Zo van: nu voelen blanken eens wat het is om in misdaadverhalen altijd maar te horen dat het om een ‘zwarte man’ gaat, om een ‘allochtoon’, met een dubbele paspoort, om een moslim. Op zich zou je inderdaad zo kunnen denken. De ‘witte man’ van de NOS scheurt de onzichtbaarheidsmantel die over onze white privileges heen ligt. Maar het middel schiet dan wel zijn doel voorbij.

Als we echt ons racisme willen overwinnen, moeten we huidskleur geen rol laten spelen. Ook niet in onze mediaberichtgeving. Ook niet in onze journaaluitzendingen. Geef alleen die karakteristieken die er toe doen, leeftijd, beroep, wel of geen strafblad, wel of niet bekend bij de opsporingsdiensten, solist of lid van een groep, met een geschiedenis van gewelddadigheid of juist niet.

Kleur doet er niet toe. Nooit niet.

Bron: NPOradio1.nl

Advertenties