BN/de Stem

Mustafa


Afgelopen week reed ik in Hilversum, richting Mediapark, toen mijn motor ineens heel erg moe werd. Ik heb hem toen maar even op zijn rechterzijde te ruste gelegd. Sommige mensen menen dat de openbare weg daar geen geschikte plaats voor is, maar ik dacht daar anders over, mede doordat mijn remreflex de oorzaak was van de onzachte aanraking met het Hilversumse asfalt.

bndestem

Ik lag nog niet op de grond of ik was omringd door een stuk of tien medelanders met een multiculturele achtergrond. De man die zijn auto wilde uitparkeren en daardoor mijn remreflex testte, zat bibberend van de schrik in zijn auto.

Ik werd door de groep jongelingen opgetild en beklopt of alles nog heel was. Er werden bevelen geschreeuwd in een voor mij onbekend taal. Mijn motor werd op de stoep gehesen. Ik kreeg een brandende sigaret in mijn mondhoek. Een ander ging een fles water halen in de snackbar. Weer een ander liep met mijn helm en handschoenen achter mij als een schaduw. Ik kreeg van iedereen mobieltjes toegestopt om mee te bellen.

Of ik naar het ziekenhuis moest. Of ze iemand moesten bellen. Of ik echt wel door kon naar het mediapark. Mustafa, zo heette de man op wie ik bijna botste, wilde me overal in Nederland afzetten met zijn auto. Ik belde de studio. Het werd was later. Snapten ze wel. Mustafa zette mij bij de studio af.

Na een marathonuitzending van anderhalf uur zag ik mijn lief. Ze was – natuurlijk – komen aanrijden zodra ze van het voorval hoorde. De motor een dag later opgehaald. Gebutst en gekrast, maar nog volop leven. Net als ik. Later die avond werd ik opgebeld door Mustafa. Of alles goed was gegaan. Of de motor het nog deed. Of ik nog in het ziekenhuis was geweest. Of ik bij hem thuis thee wilde komen drinken.

Dat moet ik nog doen. En dan doe ik hier verslag. Ik weet echter één ding zeker. Ik ben nog nooit zo massaal en vriendelijk geholpen als door Mustafa en zijn maten.

Bron: BN/de Stem

Advertenties