NPOradio1.nl

Sinterklaas naar Dokkum, loopt dat wel goed af?


Terwijl het kwik hier de dertig graden ruimschoots overschrijdt en Nederland zich koestert in een roze wielergloed, terwijl de NAVO nog bijkomt van dreumes Donald en Schippers haar formatiekoers verlegt, sloop er een klein berichtje door de media. Op 18 november 2017 zal Sinterklaas aankomen in het Friese Dokkum. Een gevaarlijke keus?

De keuze voor Dokkum is kerkpolitiek gezien een interessante keus. Wie een beetje thuis is in de Nederlandse geschiedenis, weet dat deze Friese plaats een nogal onheilspellende klank met zich meedraagt. Zeker als het gaat om per boot arriverende buitenlandse rooms-katholieke bisschoppen. Op 5 juni 754 overviel een bende Friezen de heilige bisschop Bonifatius en zijn gewapend gevolg. Bonifatius werd gedood samen met 52 metgezellen. Ik zou als mgr. Nicolaas wel drie keer nadenken voordat ik naar Dokkum zou gaan.

Sinterklaas roept tegenwoordig nogal gemengde gevoelens op, vaak vanwege het uiterlijk van zijn assistenten en zijn obstinate rooms-katholieke uiterlijk. Bonifatius deed dat ook al. Aan de ene kant wordt Bonifatius – hij die goed doet – beschouwd als de apostel van de Friezen, als een van de legendarische missionarissen van ons land, net als Willibrordus of Servatius. Hij bevrijdde de ‘heidenen’ van bijgelovige angsten en – volgens sommige experts – zelfs van het ritueel offeren van mensen aan de goden.

Aan de andere kant waren zijn methodes niet altijd even subtiel te noemen. In 723 hakte hij – onder bescherming van de Franken – de heilige Donareik in Geismar om. Van het hout bouwde hij een kapel gewijd aan Sint Petrus. Dat omhakken zette nogal kwaad bloed, begrijpelijk.

Hel

Bonifatius kwam naar Friesland met een duidelijk idee van goed en kwaad. Wie in de christelijke God gelooft, zal eeuwig leven. Wie de oude goden aanhangt, komt in de hel. Ooit was Nicolaas ook zo’n figuur. Gewapend met een alziend oog schreef hij in zijn grote rode boek precies op wie zoet geweest was, en wie stout. We zingen het nog in het bekende Zie ginds komt de stoomboot. Zwarte Piet was ooit gevreesd om zijn roede en zijn zak. En Sinterklaas fungeerde als een kinderversie van de hel en verdoemenis prekende pastoor of dominee.

Die strenge kant hebben we er de laatste decennia vakkundig afgesloopt. Piet veranderde in een goedhartige clown, die zijn roe al lang bij het afval had geparkeerd en in zijn zak nog slechts snoep en cadeaus vervoerd. En hoewel Sinterklaas nog steeds zijn rode boek met alle kindernamen bij zich heeft, staan daar  –  kennelijk – alleen nog lieve kinderen in. Ik betwijfel dat overigens ten zeerste, dat er alleen lieve kinderen zijn, maar dat mag je dan weer niet zeggen. Want elke ouder vindt zijn of haar kind het allerliefste van de hele wereld.

Goed en fout

De laatste jaren is Sinterklaas echter weer controversieel geworden, net als zijn voorganger Bonifatius. Het gaat bij het feest in zijn naam steeds minder om kinderen en cadeaus, en steeds vaker over wat goed is en fout. Sinterklaas als ijkpunt van moreel gelijk is terug van weg geweest. Alleen gaat het nu niet meer om goede en stoute kinderen, maar om goede en foute mensen die wel, of juist niet, pleiten voor een cultureel verantwoorde versie van het kinderfeest.

Er is in 1300 jaar niet zo heel veel veranderd. Zodra een buitenlandse bisschop voet zet op Nederlandse wal komt er gedonder van. Heilige eiken sneuvelen, net als andere heilige huisjes. Het gaat nog steeds om goed en fout, en subtiliteiten doen niet meer ter zake. Ik hoop dat Dokkum dit jaar een plaats van vrede zal worden, en geen postmodern Geismar. Van Bonifatius tot Sinterklaas, Dokkum wordt hen de baas.

Bron: NPOradio1.nl

Advertenties