BN/de Stem

Afghanen in de trein


Afgelopen woensdag reisde ik met de trein vanuit Groningen naar Den Bosch. Daar was een driedaags congres over migratie, vluchtelingen en vreemdelingen, en of God daar nu wel of niet iets mee van doen had. Ik was er draaierig van.

bndestem

In Zwolle stond de trein even stil. Geen idee waarom. Kennelijk wonen daar ook mensen. Ik was verdiept in mijn telefoon, te moe om iets zinnigs te doen. ‘Meneer, Utrecht…’ Ik keek op en ik zag een gezin staan. Uit Afghanistan, denk ik. Of Somalië. Ik weet het niet. Ik ben een lul, maar ik zie het verschil niet. Gesluierde jonge moeder met drie zonen: klein, middel en groot. ‘Ja, deze trein gaat naar Utrecht.’ En ze stapten in.

Op dat moment ontspon zich een existentieel gevecht tussen mijn xenofobische en kosmopolitische hersenhelft. De eerste hersenhelft dacht: vier buitenlanders, geen vader te bekennen. De oudste praat hard in een onbekende taal, de middelste klimt op en over al het treinmeubilair, de jongste heeft een poepluier die verschoond wordt, de overladen kinderwagen valt om, de jongste blèrt het uit, en een geur die het midden houdt tussen exotische kruiden en ongewassen lichamen.

Mijn xenofobische hersenhelft ging nog even verder. ‘Dadelijk komt er een conducteur en dan hebben ze niet ingecheckt. En ze spreken natuurlijk geen woord Nederlands of Engels’. Mijn kosmopolitische helft slaagde er eindelijk in ook aan het woord te komen. ‘Nee man, doe niet zo racistisch.’ En ik schaamde me. Tot de conducteurs binnenkwamen en ons om een vervoersbewijs vroegen. ‘Inderdaad’, bromde mijn eerste hersenhelft: ze hadden niet ingecheckt, hadden geen ID’s bij zich en spraken Nederlands noch Engels.

In Amersfoort werden ze gesommeerd het rijtuig te verlaten. Ik keek naar buiten, terwijl de trein wegreed. Ze slenterden over het perron, schijnbaar onaangedaan, wachtend op de volgende trein naar Utrecht. Mijn linker- en rechterhersenhelft bleven nog lang met elkaar discussiëren. Ik kwam er niet uit. Medelijden voelde ik wel. Maar daar had dat gezin natuurlijk niets aan. Zinloos. Pijnlijk. Ik faal, maar weet geen alternatief.

Bron: BN/de Stem

Advertenties