NPOradio1.nl

Stop de verpsychologisering!


Afgelopen weekend werd duidelijk dat de Britse prins Harry hulp heeft gezocht bij de verwerking van de dood van zijn moeder Diana in 1997. In het interview met The Telegraph ‘bekent’ Harry dat hij paniekaanvallen kreeg bij ceremoniële aangelegenheden. Het kostte hem twee jaar ‘totale chaos’, maar hij heeft geleerd om over zijn emoties te spreken.

telegraph

Iedereen blij voor Harry, ik ook. Opgroeien in de gouden kooi van het Briste vorstenhuis, de scheiding van zijn ouders en de gewelddadige manier waarop zijn moeder omkwam, allemaal redenen om even flink de weg kwijt te raken in het eigen psychische leven.

In de internationale pers kreeg prins Harry veel lof en bijval voor zijn coming out. Harry maakt het met zijn interview mogelijk dat veel meer mensen die met depressie kampen, voor hun aandoening kunnen uitkomen, hulp zoeken en steun krijgen in hun omgeving. En dat er veel mensen met depressie rondlopen lijkt een feit.

Volgens het Trimbos instituut krijgt bijna 20 procent van de volwassenen (18-64 jaar) ooit in zijn leven met depressie te maken. Bijna 550.000 volwassenen maken per jaar een depressieve periode door. En daar is veel aandacht voor. In januari 2017 zond de KRO zelfs het nationale Depressiegala uit, door miljoenen mensen bekeken. Filemon Wesselink ontdekte in zijn nieuwe programma Het is hier autistisch! over autisme dat hij zelf ook een autistische stoornis heeft.

Toch is er een keerzijde aan al deze oprechte en positieve aandacht voor psychische aandoeningen, zoals depressie (in het geval voor Harry), maar ook voor autisme (in het geval van Wesselink). De keerzijde van deze groeiende zichtbaarheid en acceptatie (die op zich natuurlijk goed zijn) is dat mensen zich wellicht ook sneller zullen identificeren met deze en andere psychische aandoeningen, al dan niet met behulp van een door een psychiater en psycholoog gestelde diagnose. En je verschuilen achter dergelijke identificaties is dan soms heel verleidelijk.

Graag geef ik een voorbeeld uit de praktijk. Ik heb veel contact met docenten op middelbare scholen overal in Nederland. En het aantal scholieren met een bepaalde pyschologische aandoening is de afgelopen jaren explosief gestegen. Het gaat dan om dyslexie en discalculie, maar ook om ADHD, ADD en andere aandoeningen met indrukwekkende afkortingen. Problemen met concentratie, beheersing, discipline en zelfbeheersing worden vaak door docenten wel degelijk als probleem erkent, maar door ouders en verzorgers wellicht iets te vaak ‘afgevangen’ met een verwijzing naar een gediagnosticeerd psychisch probleem.

De toenemende maatschappelijke druk op ouders en leerlingen om ‘op de toppen van je kunnen te presteren’ (zo niet erboven), de evengrote druk op beide ouders om beide fulltime te werken, de al dan niet fictieve lethargie en verwendheid van de millennials, de druk op het onderwijs om alle maatschappelijke problemen in de klas op te vangen, het zorgt allemaal voor een maximalisering van de psychische druk op diezelfde leerlingen. Dan is het niet zo vreemd om een diagnostisering te zien als een welkome manier om de druk van de ketel te halen.

Natuurlijk: ik bereid me voor om door deze column een horde woedende ouders achter me aan te krijgen, waarna mijn restanten zullen worden verbrand door de vakverenigingen van psychologen en psychiaters. Dat begrijp ik. En ik weet hoe desastreus psychische problemen kunnen zijn voor mensen en hun dierbaren. Maar het bestickeren van kinderen met allerhande psychische labels geneest hen niet, maakt scholen niet leefbaarder, maakt de maatschappij niet menselijker, en is uiteindelijk dus niet heilzaam voor de kinderen zelf.

Ik ben blij dat prins Harry de hulp heeft gevonden die hij nodig had. Ik hoop dat zijn voorbeeld andere mensen zal stimuleren ook hulp te zoeken. Maar tegelijkertijd hoop ik dat de verpsychologisering van onze samenleving niet nog verder zal uitbreiden. Dat helpt niemand. Ook Harry niet.

Bron: NPOradio1.nl

Advertenties