Opinie-artikelen

Goede Vrijdag: het Grote Valfeest


‘Wie heeft het lachen in jouw keel gesmoord / wie heeft je vuisten zo gebald. / Wie heeft dat onbevangen kind vermoord / dat altijd opstaat als het valt.’ Aldus zingt Herman van Veen in Wie, zijn aanklacht tegen volwassen waanzin waar vooral onschuldige kinderen het slachtoffer van worden.

bndestem

Toen ik als 12-jarig jochie in de Petrus- & Pauluskerk (Leidschendam) meneer pastoor assisteerde bij het lopen van de kruisweg, zoemde dit liedje altijd in mijn hoofd. Nog steeds overigens. Voor de niet-ingewijden: op Goede Vrijdag herdenken christenen het lijden en de dood van Jezus van Nazareth. Rooms-katholieken doen dat graag – nu ja, graag… – door een meditatieve tocht te maken langs de veertien staties, de veertien episodes in dat afschuwelijke verhaal, de Kruisweg.

Ja, afschuwelijk, in de eerste plaats. De hooggintellectuele agnosten die wegzwijmelen bij een Matteüs Passion van Bach en de in feeststemming gehulde liefhebbers van het levenslied bij de jaarlijkse Passion vergeten soms ze dat we getuigen zijn van de openbare wrede executie van een goed en heilig mens. Immers: waar de dood beschouwd wordt als een reden voor een feestje, is het voor de levenden slecht toeven.

Terug naar de kruisweg in de kerk op Goede Vrijdag. Als jochie van 12 was ik vooral gefascineerd door de drie staties waarin Jezus ‘valt onder het kruis’. Driemaal valt Jezus onder het massieve houten blok dat Hij mee moet zeulen. Hij moet geholpen worden met het dragen door een zekere Simon van Cyrene, een door de Romeinen gevorderde omstander.

Vallen

Voor mij was Jezus dat onbevangen kind ‘dat altijd opstaat als het valt’. Tot driemaal toe trouwens. Het kind dat ik toen was, kon maar niet begrijpen waarom die lieve man doodgemaakt moest worden. En eigenlijk begrijp ik dat nog steeds niet goed. Maar het gebeurde toch, elk jaar opnieuw, een onbevangen kind vermoord.

Jezus valt, omdat wij vallen: soms door eigen schuld, hebzucht, jaloezie, honger naar macht. Soms omdat we onderuit getrapt worden door een vreemde of juist een geliefde, door het leven zelf of een fataal ogenblik van verkeerd samenlopende omstandigheden. Meestal staan we weer op, gehavend en voor het leven getekend. Soms staan we nooit meer op. Dan blijven we erin. Soms komen we een Simon tegen die ons helpt het leven te dragen, vaker hebben we het gevoel dat we het alleen moeten doen.

Groot Valfeest

Goede Vrijdag is voor christenen het Grote Valfeest: een ironische benaming, want hoe kan vallen nu een feest zijn? Omdat een christen weet dat na Goede Vrijdag Pasen volgt. Zoals Herman Finkers ons leert: ‘,,O, wat vreselijk”, jammerden de apostelen, ,,onze rabbi is dood.” – ,,Och”, zei Maria Magdalena, ,,dat gaat wel weer over”.’ Of: ‘,,O, mijn God,” zei Thomas, ,,u bent verrezen. Hoe kan dat?” – ,,Ach”, zei Jezus, ,,je moet gewoon even over het dode punt heen en dat is alles”.’ De theoloog Thomas Berger noemt de God van het christendom een tuimelaartje. U weet wel, zo’n fascinerend speelgoedje, een clowntje met een ronde onderkant. Het maakt niet uit hoe vaak je het naar beneden duwt, hij veert altijd terug omhoog.

Feest van opstanding

Daarom heet Pasen ook ‘het Feest van de Opstanding’, want de val komt voor het opstaan. Dat is tegelijkertijd de kern van het christelijk geloof. Dat de dood niet het laatste woord heeft. Dat de val niet het eindstation van het menselijk bestaan is. Dat na elke val een opstaan mogelijk is. Jezus is daar de oergestalte van: Hij stond op. God wekte Hem op uit de doden. Dat opstandige is ook wat christenen aanspoort niet te zwelgen in het leed dat hen en anderen overkomt, maar om alvast een voorschotje te nemen op de eigen (en op elkaars) opstanding uit de eigen, particuliere dood.

Christen zijn, betekent opstandig zijn, leven vanuit de opstanding, niet vanuit de val. Opstandig zijn tegen de horden – ook in onszelf – die anderen naar beneden trappen om er beter van te worden. Opstandig tegen ‘het lot’ dat de één geboren wordt in een met goudbrokaat beklede wieg, en de ander in een kartonnen doos in de sloppenwijken van een verre metropool. Opstandig tegen eenzaamheid, moordlust, wanhoop en diefstal.

Slaap zacht

Goede Vrijdag eindigt met de dood van Jezus. Dat weet een kind, althans een christelijk exemplaar. De laatste statie van de Kruisweg is de graflegging van Jezus in het rotshol-met-een-steen-ervoor. Als jochie van twaalf moest ik dan meer dan een dag wachten, tot de Paaswake op zaterdagavond, voor het verhaal door ging. Huilen moest ik niet, wel bijna. En met mijn kinderlijk naïeve stem bad ik dan: ‘Slaap zacht, lieve Jezus’. Dat doet het kind in mij nog steeds. Smachtend om weer op te staan uit mijn eigen valpartijen.

Ruhe sanfte, sanfte ruh! Slaap zacht, en tot morgen.

Bron: BN/de Stem. De kop, lead, fotobijschrift en intro in de geprinte versie zijn niet van mij, maar van de redactie. Op 14 april – Goede Vrijdag – werd dit artikel ook gepubliceerd in het Brabants Dagblad.

Advertisements