BN/de Stem

Zwerversconcurrentie


Afgelopen week was ik op station Amsterdam Muiderpoort. Een avondje met een handvol katholieke intellectuelen over dadaïstische poëzie was prettig verzopen in liters wijn en kilo’s shag. Ik zat vermoeid en oververhit op mijn trein te wachten, toen zij voorbij liep. Sloffend op afgetrapte gympen, haar dreadlocks in een muts vol met gaten.

bndestem

‘Heeft u misschien wat kleingeld?’ Ik zag haar niet. Althans, niet echt. Ik dacht niet na, vol van Dada en wijn. ‘Nee’, schudde ik meer dan ik zei. ‘Ik heb geen kleingeld.’ Ik weet het niet zeker. Ik denk dat ik geen kleingeld heb, dat heb ik nooit, ik heb alleen plastic. Maar ik ben te moe om te checken. Ze knikte zonder iets te zeggen. En ze slofte weg.

Twee treinen verder stond ze ineens weer voor me. Of ze me niet herkende, weet ik niet. Misschien zat haar hoofd te vol met die duizenden gezichten die ze elke dag afbedelt op zoek naar een paar grijpstuivers. ‘Heeft u misschien wat kleingeld?’ Op de een of andere manier werd ik wakker. ‘Als ik kleingeld heb, krijg je het van me.’ Geduldig bleef ze wachten, haar gezicht op de grond gericht. Ik had inderdaad wat. Niet veel. Veel te weinig. Maar ik ga het haar. ‘Dank u wel’, zei ze. En ze slofte weer door.

Twee tellen later stond een andere zwerver voor mijn neus. Deze was beter gebekt, maar even vaal en tandeloos. ‘Mag ik u een daklozenkrantje aanbieden?’, zei ze terwijl ze een nauwelijks te herkennen vodje onder mijn neus duwde. Ik zei, overigens naar waarheid, dat ik mijn kleingeld al aan een ander had gegeven. ‘O, ja. Aan Tineke. Die zit bij mij op de opvang. Altijd zo’n bek. Maar dan staat ze te jammeren om hulp.’ Ik zei dat ik zulke dingen nu eenmaal niet aan de buitenkant kon zien.

‘Zeg de volgende keer maar eens nee, dan zul je wat beleven.’ En ze liep door. Zwerversconcurrentie. Het bestaat. Maar ik dacht aan die eerste vrouw. Tineke heette ze dus. Bij deze krijg jij een naam.

Bron: BN/de Stem

Advertisements