BN/de Stem

Zeldaïen


Zeldaïen. Ik deed het eigenlijk nooit meer. Zeldaïen. Het woord roept warme herinneringen op van jochie dat met rood gloeiende wangen de magische som van 245 gulden op de toonbank van de Bart Smit legde. Mijn eerste spelcomputer was een feit: de NES 8 bit.

legend-of-zelda

Dagen, weken, jaren heb ik elk weekend op dat ding gespeeld: Super Mario Bros., Castlevania, Double Dragon, Rad Gravity, maar vooral The Legend of Zelda. Meer dan 400 gametitels later kan ik bevestigen wat ik toen al wist: het meest volmaakte spel dat ooit door mensenhanden is gemaakt. 1987. Ik was negen jaar oud. En mijn wereld bestond uit mijn ouderlijke huis, de Petrus & Pauluskerk en een basisschool-met-de-Bijbel.

Het was een magisch paradijs waarin de prijs van de NES gelijk was aan het aantal rupies dat je in Zelda moest betalen om de zilveren ring te kunnen kopen. Mijn vader en ik waren een onverslaanbaar team. Dusdanig goed in zeldaïen – een term met mystieke kracht in de Bosmannenfamilie – dat we binnen 14 uur het hele spel konden uitspelen zonder één keer af te gaan. Alle geheimen, alle schatten, alle shortcuts, alle labyrinthen: alles wisten we uit ons hoofd.

Het is nu dertig jaar later. En je kan zeggen wat je wilt van die oude Japanse, maar de oude NES doet het nog even onberispelijk als toentertijd. Mijn zoon is nu veertien, vijf jaar ouder dan ik toen. Hij is al bedreven in games, veel meer dan ik destijds. Maar deze week – terwijl de wereld verlangend uitziet naar de allernieuwste Zelda-game – pakte hij de magische doos, twee keer zo oud als mijn zoon nu is.

‘Pap, kom eens kijken.’ En voor mijn ogen snelt mijn zoon even snel en behendig door Zelda heen als ik dertig jaar geleden. Trots, zoals alleen een vader op zijn zoon kan zijn. Hij kan het ook, Zeldaïen. Het zit in de familie. Alle Bosmannen kunnen het. Drie generaties. En misschien – ooit – nog een vierde. Ik mag hem helpen. Nu nog wel. En ooit weer.

Bron: BN/de Stem

Advertenties