Dit is de dag, Interviews & quotes, NPOradio1.nl

Populistische uitspraken horen in publieke debat


Het Amsterdamse debatcentrum De Balie heeft de nationale krantenkoppen gehaald met een debat over moslims, Islam en vluchtelingen. Maandagavond maakten  de Vlaamse schrijver Wim Rooij en de Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur van hun hart geen moordkuil. Getriggerd door vragen uit de zaal spraken de heren zich in meer of mindere sterke bewoordingen uit voor het discrimineren van moslims, het breken van internationale verdragen (om dat mogelijk te maken), het inperken van religieuze vrijheid (voor moslims) en zelfs het uitzetten van ‘beroepsmoslims’.  (Beluister ook het interview voor Dit is de dag).

Er kwam een ware hausse aan kritiek, op Cliteur en Rooij, maar ook op het debatcentrum dat een podium geboden zou hebben aan abjecte, racistische opinies. De Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink (GL) wil aangifte doen wegens discriminatie. Lodewijk Asscher tweette ‘afgrijselijk, afschuwelijk’. Balie-directeur Yoeri Albrecht en Paul Cliteur verweerden zich tegen de kritiek met een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Die laatste voegde er aan toe: ‘Er kan al zo weinig gezegd worden.’

Nu vind ik dat beide in stelling gebrachte termen – racisme en vrijheid van meningsuiting – op dit moment nogal afgesleten en behoorlijk inhoudsloos geworden. Reden: overmatig gebruik. Racisme is verworden tot een moreel piketpaaltje waarmee je kan laten zien dat je aan de ‘goede’ kant van de samenleving staat. Eerder vervulden homohuwelijk en transgenderisme eenzelfde functie. En de vrijheid van meningsuiting is op zijn beurt verworden tot een schamel schaamlapje om je achter te kunnen verschuilen op het moment dat je aangevallen wordt op wat je gezegd hebt.

In de kwestie ‘De Balie’ zijn grofweg twee manieren om te reageren. Roepen om vervolging van de gewraakte sprekers vanwege hun abjecte uitspraken, eventueel aangevuld met een nog luidere roep om bij dit soort onderwerpen de sprekers van tevoren te screenen op hun eventueel aanstootgevende meningen. En denk niet dat dit laatste ver weg is, want er is menig imam de toegang tot Nederland ontzegt precies vanwege hij zou kunnen gaan zeggen.

De tweede manier is dit soort kleuterschool-meningen toelaten, tolereren in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Tolereren is niet hetzelfde als goed vinden, maar betekent dat je verdraagt wat jou juist super irriteert. Bij dit tolereren hoort, wat mij betreft, onlosmakelijk een krachtig tegenspreken. Wat je tolereert, ergert je. Wat je ergert, moet je weerspreken. Als een mening je niet ergert, hoef je hem niet te tolereren. Je kan hem dan gewoon negeren.

Die tweede optie – tolereren en weerspreken – is wat mij betreft de beste optie. Ten eerste voorkomt dit dat beide kampen zich ingraven door ‘racisme’ en ‘vrijheid van meningsuiting’ te roepen, ‘en daarmee basta’. Maar, nog belangrijker, door dit soort meningen niet uit het publieke domein te weren, voorkom je dat dergelijke opinies (en de makers en aanhangers ervan) ondergronds gaan.

Meningen die alleen achter een gordijn in een oor gefluisterd worden, blijven onweersproken. En kunnen daarmee dooretteren en –vergiftigen. Meningen die van de daken geschreeuwd worden – hoe abject ook – kunnen juist krachtig weersproken worden. Zoals in deze kwestie ook daadwerkelijk en overweldigend is gedaan.

Bron: column op NPOradio1.nl, interview op Dit is de dag (EO, NPO1).

Advertenties