Opinie-artikelen

Lijden helpt tegen de angst


‘De mens lijdt nog het meest voor het lijden dat hij vreest.’ Dit devies hield mijn moeder mij altijd voor als ik weer eens bang was voor een tentamen Frans of een ongemakkelijk familiebezoek. Ze had gelijk, maar anders dan ze dacht. We zijn in onze samenleving doodsbang geworden voor elke vorm van lijden. En passievol stellen we alles in het werk om alle mogelijke lijden bij voorbaat uit te sluiten. Maar een samenleving die lijden geen plaats weet te geven, wordt doodsbang. En bang zijn wij met zijn allen.

Het hoogtepunt van onze lijdensangst is vooralsnog het ‘Voltooid leven’-debat. Wie ‘klaar’ is met leven, moet – aldus de heersende opinie – een einde aan zijn of haar leven kunnen maken. Sommige politici durven dan te spreken over ‘barmhartigheid’, een ‘genadige dood’, alsof je een stervend paard op het slagveld een kogel door zijn kop schiet. Als redenen voor deze drang naar absolute autonomie over het eigen bestaan worden gegeven: angst voor langzame aftakeling van lichaam en geest, totale vereenzaming of de ervaring van existentiële zinloosheid. Dan liever een dodelijke injectie of medicijnencocktail.

Voorkomen

Maar dit debat is slechts het topje van de ijsberg als het gaat om onze collectieve angst voor (wellicht) naderend onheil. We verzekeren ons een ongeluk, vaak meerdere keren voor hetzelfde onheil, zelfs als we met gerust hart kunnen aannemen dat een tsunami of aardbeving ons niet snel zal treffen. Natuurlijk beschermen al deze verzekeringen ons niet tegen het onheil zelf maar alleen tegen de financiële gevolgen ervan. Maar tegelijkertijd zie je een bijna sjamanistisch geloof dat verzekerd zijn op de een of andere manier je kan afschermen tegen het boze oog. Verzekeringen als 21e eeuws bezweringen aan een fictieve deurpost.

We laten ons graag preventief checken middels een Total body scan, hoewel iedere arts en specialist ons kan vertellen dat je op die scans niet veel bijzonders zal aantreffen. We laten ons DNA checken op programmeerfouten zodat we ons nageslacht ziekteloos in elkaar kunnen laten knutselen. We vriezen onze zaad- en eicellen in voor als we later onvruchtbaar raken. Dit alles is vooral goed voor commerciële partijen die goudgeld verdienen aan onze angst. We hangen ontelbare veiligheidscamera’s op, vragen iedereen zich altijd te kunnen legitimeren, gaan preventief fouilleren, want wellicht dat iemand kwaad in de zin heeft. De enige die hier garen bij spinnen, zijn de spinning volksmenners en populisten. Zij zijn de echte makelaars in angst.

Lijden is zinloos

Lijden is zinloos, en het mooie is, zo houden wij onszelf voor, je hoeft ook helemaal niet te lijden. Lijden is een keuze. Ben je ziek? Ga je naar een dokter, die maakt je beter. Ben je depressief? Ga je naar een psycholoog die praat je beter. Heb je geen baan? Dan ga je naar een uitzendbureau, dat zoekt werk voor je. Ben je alleen? Dan schrijf je je in voor een datingsite en scoor je zo de man of vrouw van je dromen. Lijden bestaat niet. Geluk is een keuze.

Maar wat als je aan de andere kant van de geschiedenis staat, en je ervaart lijden? Wat als meerdere artsen bent afgegaan en niemand kan je van je pijn afhelpen? Wat als je al meerdere jaren onder behandeling van de psycholoog staat en je voelt je nog belabberd? Wat als je nog steeds geen baan hebt, maar wel 300 sollicitatiebrieven en bijbehorende afwijzing erbij?

Dubbele rekening

Dan krijg je een dubbele rekening gepresenteerd. Ten eerste ben je al mislukt in je werk, je relatie of je leven. En dan daarna zegt de maatschappij tegen je dat dit alles feitelijk aan jezelf is te danken. Je zal wel niet hard genoeg werken. Of niet goed genoeg. Dus je bent al het haasje vanwege je chronisch pijn, maar ook nog eens het varkentje omdat je kennelijk niet in staat bent de regie van je leven zo in handen te nemen dat je die pijn wel weg organiseert.

Omdat we het lijden niet accepteren, zijn we er tegelijkertijd doodsbang voor. En angst noch lijden laten zich ‘weg-organiseren’. They are here to stay. En daar moeten we mee – letterlijk – mee zien te leven.

Bron: Nederlands Dagblad

Advertenties