NPOradio1.nl

Lijken de robots op ons of wij op hen?


Vandaag organiseert debatcentrum De Rode Hoed in Amsterdam een avond over de aanstormende robotrevolutie. Onder de titel ‘de Robot: collega en concurrent’ discussiëren hoogleraren en journalisten over de gevolgen van een revolutie die onafwendbaar nadert. Robots gaan de wereld overnemen. En dat kan zowel een goede als een negatieve zaak zijn, al naar gelang je eigen perspectief.

Voor de voorstanders van de ‘robotisering van onze samenleving’ zijn deze mechanische wezens onze grootste vrienden. Ze nemen het werk over dat wij te saai, te vies of te gevaarlijk vinden. Daardoor hoeven we met z’n allen minder te werken en worden we vanzelf hemels gelukkig met onze schoonmaak-, verzorgings- en seksrobots.

Tegenstanders gaan door dit optimistische toekomstbeeld hyperventileren. Die verrekte machinewezens kosten banen (vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt) en doet mensen van elkaar vervreemden. Bovendien, wie ooit Kubricks meesterwerk ‘2011: A Space Odyssey’ gezien heeft – of een van de talloze variaties daarop in films, series en games – weet dat die robotslaven van ons nog wel eens de neiging zouden kunnen gaan krijgen om tegen ons in opstand te komen. Gelijk het monster van Frankenstein uit Shelley’s gelijknamige roman keert de schepping zich tegen de schepper.

Grappig genoeg vertellen die robots veel meer over ons dan wij over hen. Of anders gezegd: wij lijken meer op die begeesterde metalen blikken dan zij op ons. Dat lijkt twee keer hetzelfde maar dat is het niet. In ons, soms koortsachtig, denken lijken deze robots wel op middeleeuwse engelen. Bibliotheken schreven de kerkvaders en theologen vol over geest, lichaam en taal van de engelen. Niet dat die geleerde gelovigen niets beters te doen hadden, maar denken over engelen is eigenlijk vermomd denken over de mens.

Mensen lijken op engelen, maar niet helemaal. De christelijke (vooral rooms-katholieke) traditie geeft de engelen geen vrije wil en geen fysiek lichaam, maar wel een bijna goddelijk kennis en onsterfelijkheid. Precies waar deze ‘gedachte-experimenten’ verschillen van mensen van vlees en bloed – creativiteit, eindigheid, vrijheid, lichamelijkheid – geeft de kern aan van het menselijk bestaan.

In ons moderne bestaan, waarin we God op permanente vakantie naar een niet-bestaand kuuroord hebben gestuurd, hebben de robots de rol van de engelen in ons denken overgenomen. Net als engelen lijken robots wel heel erg veel op ons mensen, en dat gaan ze heel snel nog veel meer doen ook. Waar de robots met ons verschillen – wederom keuzevrijheid en creativiteit – dat definieert ons eigen zelfverstaan. Hoe denkt een postmodern mens anders over zichzelf dan als het toppunt van vrijheid en creativiteit?

Verschillende films en games draaien dit perspectief dan ook nog eens om. In de game ‘The Turing Test’ spreken de mens Ava Turing en de artificial intelligence TOM met elkaar precies over deze zaken. Ava wijst op ethiek en creativiteit als belangrijkste verschillen met machinewezens. TOM is echter niet onder de indruk. Hij wijst erop dat wat een mens ‘ethiek’ noemt, voor hem slechts een algoritme is, en dat wat wij ‘creativiteit’ noemen voor hem gelijk is aan ‘georganiseerde chaos’. Met andere woorden: zij lijken niet op ons, maar wij lijken op hen.

Dankzij onze steeds groeiende kennis en kunde op het gebied van robotica en artificiële intelligentie groeit ook onze eigen zelfkennis. De nieuwe generatie robots stelt existentiële vragen aan de postmoderne mens. Wat is creativiteit nu eigenlijk? Wat betekent ethiek? En waarom zouden wij robots gaan ‘houden’ als moderne slaven? Alleen omdat ze niet in staat zijn er tegen te protesteren? Of liever gezegd, nog niet?

Ik bestel vast mijn eerste mechanische slaaf….

Bron: NPOradio1.nl

Advertisements