BN/de Stem

Stille nacht


Stille nacht, heilige nacht.

Op de ruïnes van het uitgerookte Aleppo staart een kind naar de hemel die in brand lijkt te staan. Nauwelijks elf jaar oud begroef hij eerder deze dag zijn zusje, hun ouders zijn al jaren dood. Op zijn nachtkastje staat een verkreukelde kaart van een stal met os en ezel, verzonden door een machteloze dominee uit Amsterdam. Het konvooi komt hem ophalen. Duizenden kilometers naar het Westen wacht hem een boze man op, die met het vet van de kerstkalkoen aan zijn kin hem de deur wijst. ‘De herberg is vol,’ bralt hij.

Alles slaapt, sluimert zacht.

Ergens anders loopt een oude vrouw zenuwachtig heen en weer voor het raam van het verpleegtehuis. Eigenlijk moet ze in bed liggen, zo zijn de regels. Maar in haar eigen hoofd hoort ze haar vriendje buiten roepen. Ze wil naar buiten, ze wil met hem dansen in de zon. Hij is echter al lang overleden. Maar dat is ze vergeten. En zachtjes neuriet ze de kerstliedjes die zij kent uit lang vervlogen tijden. ‘Hij komt!’ fluistert ze in zichzelf.

Eenzaam waakt het hoogheilige paar.

In een ziekenhuis zit een doodvermoeid paartje naar een glazen broeikast te staren. In het plexiglazen huisje ligt het resultaat van hun liefde, vechtend tegen een veel te vroege geboorte. Er is niets dat zij kunnen doen. De hypermoderne kribbe houdt hun kindje in leven. Toch gaan ze niet weg. De klok tikt 23.59 weg. ‘Zalig kerstmis, liefste!’ mompelt zij tegen hem.

Lieflijk Kindje met goud in het haar.

Voor dat ene huis op de hoek van de straat, gaat een autoportier open. Uit de warmte van de auto stappen twee kinderen uit, handen vast, koffertjes achter zich aan. Ze lopen de enkele meters naar de deur van het huis. De deur van het huis zwaait open, die van de auto klapt dicht. Geen woord wordt gewisseld. De kinderen herkennen het huis niet meer, voor de helft nog maar bewoond. ‘Ik blijf bij je’, fluistert de oudste zijn broertje in het oor.

Bron: BN/de Stem

Advertenties