‘Ik ben ontroerd’. Knevel over paus Franciscus, genade en heilige huiver


EO-boegbeeld Andries Knevel is fan van paus Franciscus. Afgelopen jaar schreef hij een boek en maakte hij een televisieserie (500.000 kijkers) over het Romeinse fenomeen. ‘Hij ontroert me, hoe die man over genade spreekt’. In een speciaal interview met Woord & Dienst sprak ik met Knevel over zijn liefde voor de paus, het belang van het begrip genade en over huiver die hem bekruipt als het gaat over wat ‘echt’ heilig is. ‘Ik wil me niet etaleren. Het gaat niet om mij.’

Waar komt uw fascinatie voor paus Franciscus vandaan?

‘Paus Franciscus is een merkwaardig man. Hij is in staat geweest om in de korte periode van twee jaar het beeld van een failliet instituut te doen kantelen. De Rooms-Katholieke Kerk was, althans in de beeldvorming, ten dode opgeschreven na aanhoudende berichten over financiële malversaties en natuurlijk het seksueel misbruikschandaal. Paus Franciscus heeft de weegschaal weer de andere kant doen opslaan. Hij komt overal, spreekt de Verenigde Naties toe, het Amerikaanse congres, en oogst overal een staande ovatie.

‘Maar ook Franciscus’ boek De naam van God is genade, heeft me intens geraakt. De wijze waarop de paus over genade spreekt aan de hand van de gelijkenis van de verloren zoon. De vader staat met open armen op zijn zoon te wachten, terwijl die zijn leven totaal verprutst heeft. Het ontroert me te denken hoeveel kinderen in deze wereld zijn afgedwaald, van hun eigen ouders, van het geloof, van God. In dit boekje voel ik me één met Franciscus. En zelfs bij herlezing, terwijl ik toch weet wat er gaat komen, voel ik opnieuw die ontroering.

‘Kernwoorden in mijn geloof zijn geloof en rechtvaardiging. Ja, dat zijn zware, grote woorden. Maar daar leef ik uit, daar preek ik over, daar schrijf ik over. Dat ik tegenover God mag staan, levend van onverdiende vrije genade. De paus spreekt over hetzelfde, natuurlijk met een andere tongval, maar niettemin.

Als u tegenover God zou staan, wat zou u Hem dan aanbieden?

‘Ik zou helemaal niets zeggen; de majesteit van God is te overweldigend. Ik zou aanbidden. Maar ik begrijp je vraag, dus als ik tegenover God sta, dan zou ik hem niets anders bieden dan te wijzen op de advocaat. En die advocaat zegt dan: mijn bloed is gestort voor deze man. Het bloed van Jezus Christus is aan het kruis voor iedereen vergoten. De vraag is of je dat met een gelovig hart wilt aanvaarden.

Zijn er mensen die dat ‘bloed’ afwijzen?

‘Ja. Nee, en ik ga geen namen noemen. Ik kan niet in de harten van mensen kijken. Maar als ik om me heen kijk, dan zie ik een heleboel mensen die niet meer geloven, voor wie het christelijk geloof irrelevant is geworden. We lijden collectief aan religieuze onverschilligheid.

‘Dat is ook een van mijn belangrijkste kritiekpunten op paus Franciscus: hij is onhelder over hoe het zit met de andere religies. Hij zegt op verschillende momenten dat christenen en moslims in dezelfde God gelezen, en dat wij allen broeders zijn. Op andere plekken zegt hij hetzelfde over hindoes, boeddhisten en joden. Tegelijkertijd wijst Franciscus’ voorganger, emeritus-paus Benedictus XVI in een interview met het blad Avenire in april van dit jaar op een probleem. Als we toch allemaal in dezelfde God geloven, waarom zouden we dan nog moeite doen voor ons geloof? Ik zie dat in de rooms-katholieke traditie nauwelijks plek meer hebben, het prachtige sociaal-maatschappelijke werk niet te na gesproken.

‘Wat bedoelt Franciscus als hij zegt dat moslims en christenen in dezelfde God geloven? Ik krijg kritische brieven en mails van lezers en kijkers. Ze waarschuwen mij:hij is een wolf in schaapskleren, een aanhanger van het religieus pluaralisme. Ga niet met die man aan de haal, zeggen ze, want hij is – in dit opzicht – een gevaar voor het christendom. Ik kom daar niet uit. Ik heb allerlei mensen gebeld en gesproken voor mijn boek en de televisieseries, kardinaal Simonis, Paul van Geest (Tilburg University), de katholieke religiejournalisten Hendro Munsterman (Nederlands Dagblad) en Anton de Wit (o.a. Katholiek Nieuwsblad), maar ook zij komen er niet helemaal uit.

Wat is volgens u het unieke van het christelijk geloof?

‘Voor mij is het unieke van het christelijk geloof dat God zich definitief geopenbaard heeft in Jezus Christus. Hij zegt zelf: wie mij ziet, ziet de Vader. Abstracte discussies over God vind ik heel lastig. Ik kan God alleen ‘begrijpen’ vanuit wat Jezus van God laat zien. De openbaring is wat mij betreft dan ook afgesloten in Christus, of beter gezegd, in het jaar 90 na Christus, toen de bijbelse canon zo’n beetje op papier gezet was. Katholieken beroepen zich ook nog op de traditie. Dat is een extra bron, naast de Schrift, en dat is soms lastig discussiëren.

U bent veel bezig met katholieken. Waarom eigenlijk? Bekering?

‘Het is mijn roeping om mij zoveel mogelijk tot de uit te strekken. Ik wil verbindingen zoeken met katholieken. Ik vind het aangenaam met hen te spreken over ons gemeenschappelijk geloof, maar ook bespreken waarin je van elkaar verschilt. De verschillen hoeven niet weggemoffeld te worden. Ik ga niet voor de bekering, en ik wil ook niet ‘een graantje meepikken’ uit de katholieke ruif, maar samen optrekken in ons geloof in God en in de gekruisigde Christus. Samen het geloof vasthouden, het geloof uitdragen.

‘Ik ‘adem’ graag mee in de katholieke traditie als het gaat om begrippen als verwondering, verbeelding en verstilling, die ik terugvind ik katholieke kerkgebouwen en liturgie. Wij protestanten hebben het geloof altijd heel rationeel doordacht. Ik ook, en met vreugde. Maar er zijn momenten waarop je stil mag worden en uit verwondering mag leven.

Sommige katholieke theologen noemen ook de cultuur als vindplaats van Gods openbaring. Geldt dat ook voor u?

‘Dat vind ik erg moeilijk om te duiden. Het is allemaal zo subjectief. Waarschijnlijk ook wel authentiek, maar ook subjectief. Een schitterende zonsondergang aan het strand, de toppen van de bergen, dan kan je inderdaad – ik  ook – de schoonheid en majesteit van God ervaren. Maar tegelijkertijd denk ik dat die ervaring je niet noodzakelijkerwijs leidt naar de God van de Bijbel. Eerder naar een algemeen religieus gevoel, een soort metafysica, een momentum, even in het nu. Maar als zo’n ervaring leidt tot de Christus van de Schrift, dan zou dat mooi zijn, maar ik heb aarzelingen of het zo werkt.

U hebt zelf een bekering meegemaakt. Was dat ook zo’n ervaring?

‘Ja, ik weet het nog precies. Zaal 4A00 aan de Vrije Universiteit. Nee, daar wil ik het eigenlijk niet over hebben. Ik wil mijn eigen bekering niet centraal stellen. Wanneer het gaat om echt heilige zaken, dan probeer ik zo zuiver mogelijk te zijn. Maar ik ben huiverig erover te vertellen. Kijk, ik ben niet per se bescheiden. Ik hou van televisiemaken. Dat past bij mijn karakter. Maar als om heilige zaken gaat, dan schrik ik terug.

‘Waarom? Een combinatie denk ik. Enerzijds wil ik dit soort dingen privé houden, bij mij houden. Het is breekbaar op een bepaalde manier. Tegelijkertijd wil ik geen Farizeeër zijn die op de hoeken van de straat opvallend staat te zijn om op te vallen bij de mensen. Ik wil gewoon mijn steentje bijdragen aan de realisatie van het Koninkrijk van God.

Koninkrijk Gods, dat is een ingewikkelde theologische notie. Wat betekent dat voor u?

‘Ik sta onder de invloed van de bekende theoloog Tom Wright. Hij houdt ons voor dat de kern van de boodschap van Jezus, gedurende de drie jaren dat hij rondtrok in Israël, geconcentreerd is rond de proclamatie van dit koninkrijk van God. We werken eraan, als christenen, met kleine stapjes. Er zijn voor andere mensen, je naasten. Nee, ik ga voorbeelden noemen, dat lijkt te veel op borstklopperij. Er zijn zoveel wegen om mee te werken aan de realisatie van het koninkrijk. Dat varieert van je giftenpatroon – wij protestanten denken nog in tienden – tot aan betrokkenheid op de Derde Wereld, Oost-Europa, streven naar gerechtigheid via politieke actie.

Is dat niet gevaarlijk, het mengen van politiek en religie?

‘We moeten lessen trekken uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Dat werken aan het koninkrijk van God is toen losgezongen van de inspiratie op Christus. Toch is politiek handelen vanuit je geloof geen slechte zaak, in tegendeel. Je zou natuurlijk kunnen zeggen: christenen moeten zich verre houden van elke politieke actie. Dan hou je schone handen. Maar als ik dan kijk naar de christenpolitici in Nederland, de Christenunie en de SGP, dan zie ik dat zij goed werk doen.

‘Je moet altijd naar de structuren kijken die de ellende veroorzaken in de maatschappij. Natuurlijk moet je altijd beginnen met het ledigen van de acute hulp, maar daarna komt altijd de vraag naar hoe het mogelijk is, dat mensen in de goot liggen, dat bejaarden vereenzamen. We moeten onderscheid maken tussen de kerk als instituut en de kerk als organisme, dat deed de grote christelijke staatsman Abraham Kuyper ook al. Het instituut moet zich inderdaad ver van de politiek houden, maar christenen zelf moeten, georganiseerd of niet, juist de handen uit de mouwen steken het koninkrijk Gods.

‘Mijn vrouw is net teruggekomen uit India. Ze doet vrijwilligerswerk voor de International Justice Mission, die met succes probeert kindslaven te bevrijden uit de prositutie en uit de sweatshops waar onze goedkope kleding gemaakt wordt. Die individuele mensen moeten gered worden, maar je ontkomt niet aan de vraag om ook de structuren aan te pakken die er voor zorgen dat dergelijke slaven überhaupt kunnen bestaan. Dat is werken aan het koninkrijk.

Bron: Woord & Dienst, november 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s