Columns

Ode aan het kruisje


Het kruisje stuitert tegen zijn bezweten borstkast. Met elke stoot op de pendalen harkt hij zijn getergde lichaam de berg op. Het is ’t ritme van een levende dode: mond wijd open, neusvleugels gespreid, ogen strak op de weg voor hem. Zijn blik is vernauwd tot de onzichtbare finishlijn. In zijn hoofd bonkt slechts één gedachten: winnen! (Beluister de column!)

In dit dodemansrtitme rammelt zijn kruisje stilzwijgend mee. Soms prikt een armpje even in zijn geëpileerde borstkas. Hij voelt het al niet meer. De man aan het kruisje zwijgt ook. Hij voelt ook niets meer. Bloed sijpelt uit zijn handpalm, getuigen van een zware val eerder die dag. De pijn perst tranen uit zijn ogen. En bloed, zweet en tranen kolken samen tot één brok onverzettelijkheid: winnen!

Dan komt de finish eindelijk in zicht. De wedloop is zo goed als gewonnen. De goede strijd bijna gestreden. De altleet recht zijn gebroken lichaam op. Hij trekt zijn shirt dicht en strijkt de plooien glad. Zijn sponsor houdt daarvan: ook hij wint vandaag. De renner ritst zijn shirt tot boven aan dicht. En laat zijn moeie armen langs zijn lichaam bungelen terwijl zijn voeten wertuigelijk doordraaien. Winnen!

Toch grijpt hij even nog onder zijn shirt. Hij trekt het kruisje onder zijn shirt vandaan. Houdt het even voor zijn ogen. Drukt zijn lippen tegen de Man van Smarten. De renner heft zijn handen ten hemel in stil gebed zijn schepper dankend. Dankbaar voor het lichaam dat hem vandaag niet in de steek heeft gelaten. Dankbaar voor zijn geest die tot het laatst zijn gebutste lichaam overeind bleef sjorren. Winnen!

God heeft ook een fiets, dat weet toch iedereen. Of dan toch minstens elke katholiek. Hij valt de renners om de hals, als ze eindelijk de finish hebben gehaald. Hij wordt ten hemel geheven vlak voor de finish. De renner slaat een kruis: groots, zonder gene, automatisch haast. De wereld kijkt ernaar, en huivert voor dit zeldzame teken van vanzelfsprekend geloof.

Daarom deze ode aan het kruisje. Om de nek van de wielrenner. Omhoog geheven op de bergfinish. Geslagen op zijn gebroken lichaam. Hij heeft gewonnen. Gewonnen door te vallen. En weer op te staan. Door te sterven. En weer te verrijzen. Ikzelf sla daarom een kruisje voor aanvang van elke touretappe. En nog een extra kruisje voor de winnaar.  Hij heeft de wedloop gewonnen. Ik volg nog. Langzaam.

Bron: Sportzomer (NOS, NPO1)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s