De Tour


Vandaag begint ie weer. De wedstrijd der wedstrijden. De wedstrijd die alle andere wedstrijden overbodig maakt. De moeder aller wedstrijden. De Tour de France. Europese kampioenschappen voetbal, schuif opzij! Olympische Spelen, nu even niet! Zet je telefoon uit, schakel je televisie in, en laat je drie weken meevoeren op de ronde van Gallia. Parijs is nog ver. De Tour wacht op niemand. Chasse patate. Meesterknechten. Klimgeiten. Het gaat, wat uw onwaardige columnist betreft, drie weken nergens anders over.

‘Hoe sterk is de eenzame fietser, die krom gebogen over zijn stuur tegen de wind, zichzelf een weg baant?’ vroeg Boudewijn de Groot zich in 1973 af? Er is weinig meer heroïsch dan de eenzame, ontsnapte koploper die op 20 kilometer voor de finish zich tegen een berg omhoog beukt met in zijn achteruitkijkspiegel een langzaam naderende peloton. Er zijn weinig mannen stoerder dan de wielrenner die door twee rollen prikkeldraad gedoken met half afgestroopte huid, een schouder uit de kom en een gebroken pols zich door zijn ploegmaats over de finish weet te slepen.

Het zijn de monniken van onze moderne tijd, deze mobiele Tempeliers. Door jarenlange training hebben zij hun geest zo gedisciplineerd dat zelfs de Tourdames aan de finish hen niet uit de concentratie kunnen brengen. Met hun ijzeren wil duwen zij hun om lucht en rust schreeuwende lichamen voort op weg naar een onzekere finish, ergens op een mistige berg in het zuiden van Frankrijk.

De professionele wielrenner beseft als geen ander de kwetsbaarheid van zijn eigen bestaan. Eén verkeerd gepositioneerde kiezelsteen kan hem van de fiets gooien. Een onverwachte beweging van een mederenner of een Tour-motor kan hem zwaar verwonden. Eén onzichtbaar paaltje op een vluchtig vluchtstrookje kan het einde van zijn carrière betekenen. Hij leeft van hoop, hoop op triomf, hoop tegen beter weten. De wielrenner omarmt zijn kwetsbaarheid, put er kracht uit, en geeft zich over aan het lot.

Daarom heft de wielrenner zijn handen ten hemel als hij de finish passeert. Kust hij het kruisje dat onder zijn kleren verborgen om zijn hals hangt. Zijn blik naar de hemel, om zijn mond een geluidloos gebed. Ad majorem Dei gloriam. En zo is het. Goede Tour!

Bron: BN/de Stem

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s