Vernietigende woorden


Wij moffelen de vluchtelingen weg onder een deken van mooie, nietszeggende woorden. We hebben een nieuwe Hugo Ball nodig, een kunstenaar die onze taal vernietigt. Misschien is hij er al, een Syriër in een Europees vluchtelingenkamp.

De deal tussen Turkije en de Europese Unie staat onder hoogspanning, terwijl de inkt van het contract bij wijze van spreken nog niet droog is. Amnesty International en de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties protesteren zwaar tegen het terugsturen van grote groepen vluchtelingen van het Europese vasteland naar Turkije. De vluchtelingen krijgen geen kans om in Europa individueel asiel aan te vragen, de situatie in de vluchtelingenkampen van Griekenland en Italië is alarmerend slecht, en de rechtstaat van Turkije staat nu niet bepaald in een goede reuk. Berichten duiken al op dat Turkije Syrische vluchtelingen zonder pardon terug naar het oorlogsgebied transporteert.

Bureaucratisch jargon

Wat mij het meeste opvalt in deze hele discussie rond de massamigratie is de taal die gebruikt wordt, door alle partijen. De vluchtelingen die van huis en haard verdreven zijn, ‘vormen een probleem’ dat door ‘Europa’ moet worden ‘bestreden’ door het nemen van ‘strategische beslissingen’. In deze ‘complexe, multinationale problematiek’ moeten ‘geopolitieke problemen’ en ‘onze strategische handelsbelangen’ niet worden vergeten. Europa ‘is niet in staat’ deze vluchtelingen op te nemen.

Dit bureaucratische jargon verbergt de werkelijkheid en reduceert individuele mensen tot politiek-strategische belangen en motieven die naar eigen inzicht kunnen worden gemanipuleerd. De vluchtelingen ‘die een probleem’ vormen, betekent in normale-mensen-taal dat we ons niet meer kunnen voorstellen dat de oorlog in je achtertuin woedt, en je alles moet achterlaten om het vege lijf te redden. ‘Europa’ is een eufemisme voor nationale politici om hun eigen verantwoordelijkheden in de opvang van de vluchtelingen te kunnen afschuiven. En hoewel het woord ‘bestrijden’ in eerste instantie op de crisis lijkt te slaan, kost het zo goed als geen moeite om de focus naar de vluchtelingen zelf te verleggen, die dan ‘bestreden’ moeten worden. Als ware het ratten, of insecten of parasieten.

Dada

En we hebben het allemaal al eerder gezien en gehoord. Afgelopen week presenteerden mijn collega Theo Salemink en ik een boek over Hugo Ball, de legendarische oprichter van Dada. Het was 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, in het neutrale en relatief veilige Zwitserland. Ball en zijn medekunstenaars waren diep geschokt door de massaliteit en de gruwelijkheid van de Grand Guerre. En zij hielden de taal voor de hoofdschuldige, de taal van ambtenaren en politici die ‘als aan een tekentafel’ miljoenen mannen naar een zekere dood dirigeerden. De conventionele taal die van mensen dingen maakt, en van de oorlog een machine die van energie moet worden voorzien. Ball zag geen andere uitweg uit dan de conventionele taal kapot te slaan door het schrijven van zinloze klankgedichten. Gadji beri bimba, was het enige dat hij uit wist te brengen toen zijn medelandgenoten als ratten zag sneuvelen op de slagvelden.

Kleren van de keizer

Soms lijkt het erop alsof onze tijd ook een Hugo Ball nodig heeft. Een kunstenaar, ergens halverwege tussen waanzin en briljantheid, die de vanzelfsprekendheid van onze ambtelijke taal kapot slaat. Een kunstenaar die – als enige – durft uit te brullen dat de koningen, keizers en andere regeringshoofden van Europa geen nieuwe kleren aan hebben, maar ik hun blote kont staan. Een kunstenaar die de individuele vluchtelingen een naam, een gezicht en een geschiedenis geeft, die nu achter een ondoorgrondelijke labyrinth van beleidstaal verborgen gaan.

De nieuwe Ball is nog niet opgestaan. Of misschien is hij wel opgestaan, maar hebben we hem nog niet gezien. Misschien is het wel een Syrische vluchteling, zo’n ‘probleem’ waarmee ‘gedeald’ moet worden. Misschien schrijven we over 100 jaar wel een wetenschappelijk boek over deze ‘vreemdste van alle vreemdelingen’ die onder ons heeft gewoond, maar die wij nooit hebben opgemerkt. Misschien schrijven we wel in dat boek dat de Syrische vluchtelingen ons meer gegeven hebben dan wij ooit hadden kunnen vermoeden. Ze brengen ons niet wat we van ze verwachten: geen pest, geen ziekten, geen verkrachtingen, maar het zijn ook niet de goedkope arbeidskrachten om onze stagnerende economie vooruit te duwen. Nee, in dat boek zullen we schrijven dat we zo intens dankbaar zijn. Voor wat? Dat weet de toekomst. En die ene man, die nu nog niemand kent, die nieuwe Hugo Ball.

Bron: Deze column is in ingekorte versie geplaatst op de weblog van het Tilburg Cobbenhagen Center, onder de titel ‘De nieuwe Hugo Ball‘.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s