Voor God spelen


Afgelopen week was ik op het tweejaarlijks congres van de European Society for Catholic Theology in Leuven. Zo’n tweehonderd katholieke theologen uit heel Europa waren vertegenwoordigd, waaronder Marcel Sarot, Harm Goris, Karim Schellekens en ondergetekende. Onderwerp van de conferentie was ‘de ziel van de theologie’, waarmee de H. Schrift werd bedoeld. Tijdens een van de seminars gaf ik een presentatie van mijn paper getiteld ‘Playing the Demiurge’, over de schepper/god in het videogame genre van de ‘god-games’.

‘God-games’ zijn spellen als Godus (2013) en de Black & White serie (vanaf 2001). In ‘god-games’ neemt de player de rol aan van een godheid: almachtig en onsterfelijk gaat hij of zij zijn goddelijke gang met de speelwereld en de mensen en dieren die erin wonen. Als godheid mag je zelf weten hoe het respect en de aanbidding van je volgelingen verkrijgt: je kanhet opeisen door natuurrampen over je volk af te roepen, of je kan het verdienen door hen juist te beschermen tegen honger en dood.

Volgens Heidi Campbell (Playing with Religion in Digital Games, 2014) verschillen de de god-games op die manieren van traditionele video games: (1) de speler is almachtig en onsterfelijk, (2) ze roepen associaties op met de religieuze notie van de almachtige godheid, en (3) ze veroorzaken een specifiek gevoel bij de spelers, namelijk dat van absolute macht. Het is prettig om een god-game te spelen omdat je nu eens niet voor je leven hoeft te rennen, je health in de gaten moet houden of moet proberen de zoveelstephysics puzzle op te lossen. Je kan gewoon gaan: falen is eigenlijk onmogelijk. (Misschien dat ik daarom persoonlijk dit genre een beetje saai vind.)

Theologisch gezien valt er echter nog wel één en ander op te merken over deze god-games. Ik noem er een paar. (1) Volgens Noreen Herzfeld (Terminator or Super Mario, 2015) leveren de god-games zelfzuchtige gamers op, die vooral bezig zijn met hun eigen perfectie en machtswellust. (2) De godheid van de god-games is wel erg afhankelijk van zijn gelovigen: zonder hun aanbidding en eerbied kan de speler niet zoveel beginnen. (3) De wereld van de god-games is amoreel en totaal onvoorspelbaar: de natuurwetten hangen immers af van de luimen van de godheid (de speler).

Maar het belangrijkste kritiekpunt geldt de naam van het genre zelf. De speler van de god-game is namelijk geen god, zelfs geen godheid, maar eerder een soort technologische demiurg in de traditie van Plato. Almacht en onsterfelijkheid worden wel gesuggereerd, maar niet waargemaakt. Als je het spel stopt, is er niets meer van over. Bovendien ben je als speler/godheid niet de schepper van de wereld waarin je speelt. Die heb je gekregen van de makers van het spel. Jouw goddelijke acties worden dus begrensd door de specificaties van makers. Hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden over de game makers. Ook hun schepping was niet ex nihilo, maar gevormd uit een combinatie van al eerder bestaande bestanddelen: bits, bytes, concepten en beelden.

Als je voor god wilt spelen, kan je best Godus opstarten. Maar een god zijn? Dat is toch andere koek.

Bron: Cobbenhagen blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s